RECHTBANK Amsterdam Civiel recht, voorzieningenrechter Zaaknummer: C/13/781259 / KG ZA 26-2 NB/MAH Vonnis in kort geding van 8 januari 2026 in de zaak van 1 [eiser 1] ,
- [eiser 2], beiden wonende te [woonplaats] , eisers bij dagvaarding op verkorte termijn van 5 januari 2026, advocaat: mr. P.M. Jongeling, tegen [gedaagde] , wonende in de [gemeente] op een geheim adres, gedaagde, niet verschenen. 1De procedure Op de zitting van 7 januari 2026 zijn eisers verschenen met mr. Jongeling. Zij hebben de - aan dit vonnis gehechte - dagvaarding toegelicht en verzocht vonnis te wijzen. Gedaagde is niet verschenen. Vonnis is bepaald op vandaag. 2De beoordeling 2.
- Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen. Het gevraagde verstek tegen gedaagde zal worden verleend. 2.
- Het gevorderde komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen zoals hieronder vermeld in de beslissing. Daarbij is in aanmerking genomen dat eisers met betrekking tot vordering 1 (medewerking levering) ter zitting hebben verklaard de voorkeur te geven aan de machtiging boven de dwangsom. Met betrekking tot vordering 2 (boete) hebben zij verklaard dat de contractuele boete, berekend tot 7 januari 2026, € 36.975,00 bedraagt. De voorzieningenrechter overweegt dat de verplichting tot betaling van deze boete eindigt bij levering van de woning. 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.
- verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde, 3.
- veroordeelt gedaagde om uiterlijk op 12 januari 2026 zijn volledige medewerking te verlenen aan het passeren van de akte van levering met betrekking tot de woning aan het [adres] (de Woning), 3.
- indien gedaagde niet voldoet aan de veroordeling onder 3.2: verleent toestemming en machtiging aan eisers om de Woning te mogen leveren als gemachtigde van gedaagde; 3.
- veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisers van de contractuele boete van 3 promille van de koopsom per dag, te weten € 2.625,00, te berekenen vanaf 24 december 2025 tot aan de levering, 3.
- veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisers van € 925,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, 3.
- veroordeelt gedaagde in de proceskosten van eisers, die worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 153,77 - griffierecht € 1.414,00 - salaris advocaat € 715,00 - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals hierna vermeld) totaal € 2.460,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, en te vermeerderen met - indien het vonnis wordt betekend - € 92,00 plus de kosten van betekening, 3.
- veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 3.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, bijgestaan door mr. M.A.H. Verburgh, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 januari
- Type: MAH Coll: BB