RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/774412 / HA ZA 25-1408 Vonnis in incident van 21 januari 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BY BOUW B.V., gevestigd te Amsterdam, eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident, hierna te noemen: By Bouw, advocaat: mr. C. Houth, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. O.Y. Vrijhoef. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 11 augustus 2025, met producties, - de conclusie van antwoord, tevens houdende incidentele vordering ex art. 194 e.v. Rv, met producties, - de conclusie van antwoord in het incident, tevens akte overleggen producties en vermeerdering van eis in de hoofdzaak, met producties, - de antwoordakte in het incident en de vermeerdering van eis van [gedaagde] , met één productie. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De feiten voor zover van belang in het incident 2.1. By Bouw is een bouwbedrijf. [gedaagde] is in november 2020 eigenaar geworden van het appartementsrecht aan de [adres] (hierna: het appartement). 2.2. In november 2020 hebben partijen een overeenkomst van aanneming van werk gesloten voor de renovatie van het appartement. Partijen zijn een vaste aanneemsom van € 46.480 overeengekomen. 2.3. By Bouw heeft in december 2020 en januari 2021 in totaal drie facturen van ieder € 4.840 aan [gedaagde] gestuurd en [gedaagde] heeft deze facturen giraal betaald. By Bouw heeft een eindfactuur van € 31.460 overgelegd die is gedateerd op 1 februari 2021. 2.4. In een e-mail van 9 december 2021 heeft [gedaagde] aan By Bouw geschreven dat hij alle facturen voor de renovatie van het appartement heeft betaald. 2.5. Bij brief van 16 juni 2025 heeft By Bouw [gedaagde] gesommeerd de eindfactuur en rente te betalen. 2.6. Bij conclusie van antwoord in het incident heeft By Bouw creditfacturen overgelegd en een eindfactuur van € 31.960. 3De vordering in de hoofdzaak 3.1. By Bouw vordert na eiswijziging – samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt tot betaling van: - € 31.960,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, - € 1.089,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, - de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.2. By Bouw legt aan haar vordering ten grondslag dat partijen een overeenkomst van aanneming van werk hebben gesloten en [gedaagde] is gehouden om de vaste aanneemsom van € 46.480 te betalen. [gedaagde] heeft tot op heden € 14.520 voldaan en moet daarom nog € 31.960 aan By Bouw betalen. Over dat bedrag is [gedaagde] wettelijke rente verschuldigd en hij moet ook de buitengerechtelijke incassokosten betalen. 3.3. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid dan wel afwijzing van de vorderingen van By Bouw, met een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van By Bouw in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. [gedaagde] stelt zich primair op het standpunt dat hij de gehele aanneemsom, deels giraal en deels contant, aan By Bouw heeft betaald. Subsidiair voert [gedaagde] aan dat de laatste termijn van de aanneemsom niet opeisbaar is geworden omdat niet aan de daarover in de overeenkomst opgenomen eisen is voldaan. 4Het geschil in incident 4.1. [gedaagde] vordert na wijziging van eis in incident dat de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, By Bouw beveelt om afschrift of inzage te verstrekken van een totaaloverzicht uit haar facturatiesysteem ( [systeem] ) van alle in het eerste kwartaal van 2021 uitgereikte facturen, op straffe van een dwangsom. 4.2. [gedaagde] legt daaraan het volgende ten grondslag. By Bouw heeft een geantedateerde factuur van 1 februari 2021 overgelegd die nooit aan [gedaagde] is verzonden. Met die eindfactuur probeert By Bouw dubbele betaling af te dwingen. Uit een afschrift van het facturatiesysteem van By Bouw moet blijken of By Bouw de eindfactuur daadwerkelijk op 1 februari 2021 aan [gedaagde] heeft uitgereikt. 4.3. By Bouw is het niet eens met de incidentele vordering en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] , met een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. Volgens By Bouw heeft [gedaagde] onvoldoende belang bij inzage in de gevraagde stukken. 5De beoordeling in het incident 5.1. Voor een recht op afschrift moet op grond van artikel 194 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) aan een aantal voorwaarden zijn voldaan:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.