Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

ECLI:NL:RBAMS:2026:5964

RECHTBANK Amsterdam Civiel recht, voorzieningenrechter Zaaknummer: C/13/788134 / KG ZA 26-418 LV/EV Vonnis in kort geding van 9 juni 2026 in de zaak van [eiser] B.V., te [vestigingsplaats], eisende partij bij gelijkluidende dagvaardingen van 29 mei 2026, advocaat: mr. R.N.E. Visser, tegen [gedaagden] , te [woonplaats] , gedaagden, niet verschenen.

1De procedure Op de mondelinge behandeling van 9 juni 2026 zijn namens eiseres verschenen [naam 1] ( [functie 1] ) en [naam 2] ( [functie 2] ) met mr. Visser. Eiseres heeft de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding en de bijbehorende producties toegelicht. Vervolgens heeft zij verzocht vonnis te wijzen. Tegen de niet verschenen gedaagden is verstek verleend. Vonnis is bepaald op vandaag.

2De beoordeling 2.1.

Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. De termijn voor ontruiming zoals bepaald in artikel 555 Rv (gedwongen ontruiming) is echter – anders dan de gevorderde twee dagen – gesteld op drie dagen. De vordering zal worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing is vermeld.

2.2.

Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom hoofdelijk de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:

-kosten van de dagvaarding € 251,14
-griffierecht € 735,00
-salaris advocaat € 760,00
-nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.935,14 te vermeerderen met de kosten van de op grond van artikel 61 Rv voorgeschreven advertentie.

3De beslissing De voorzieningenrechter 3.1. veroordeelt gedaagden hoofdelijk om het pand aan [adres] binnen drie dagen na betekening van dit vonnis met al de hunnen en het hunne te ontruimen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalde, 3.2. bepaalt dat de veroordeling tot ontruiming ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich gedurende één maand na de initiële ontruiming onrechtmatig in het pand bevindt of daar binnentreedt, telkens wanneer zich dit voordoet, 3.3. veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 1.935,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van de op grond van artikel 61 Rv voorgeschreven advertentie, en te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als zij niet tijdig aan deze veroordelingen voldoen en eiseres het vonnis daarna betekent, 3.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.P.M. Vos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.

Type: EV Coll: JT

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.