beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/780434 / FA RK 25/9704 kenmerk: ZM/IND/185734 Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 5 januari 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1952 te [geboorteplaats] (Suriname), wonende te [adres] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. A.M.G. de Groot te Amsterdam, zorgaanbieder: Arkin. 1Procesverloop 1.
- Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 15 december
- 1.
- De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 januari 2026 op het thuisadres van betrokkene. 1.
- Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - mr. J.D. van der Heijden (telefonisch), namens mr. A.M.G. de Groot, de raadsvrouw van betrokkene; - dhr. [naam 1] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige; - mw. [naam 2] , verpleegkundige. 1.
- De mondelinge behandeling zou bij betrokkene thuis plaatsvinden, maar betrokkene heeft de deur niet open gedaan of was niet thuis. Betrokkene is juist opgeroepen en volgens de spv wist betrokkene van de zitting en heeft zij de brieven gezien. Tegen de advocaat heeft betrokkene verteld dat zij niet aanwezig zou zijn. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het belangrijk is om betrokkene te horen. Zij dient daarvoor op korte termijn nogmaals in de gelegenheid gesteld te worden. De rechtbank heeft besloten om de mondeling behandeling in afwezigheid van betrokkene voort te zetten. 1.
- Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen. 2Beoordeling 2.
- Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische stoornis. 2.
- Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. 2.
- Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. 2.
- Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van één maand: toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; beperken van de bewegingsvrijheid; insluiten (telkens voor maximaal één week); uitoefenen van toezicht op betrokkene (telkens voor maximaal één week); onderzoek aan kleding of lichaam; onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam; opnemen in een accommodatie. De rechtbank bepaalt dat verplichte zorg in de vorm van ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’ anders dan door de officier van justitie is verzocht en in het zorgplan is vermeld, in duur wordt beperkt gelet op de termijn van toewijzing van de machtiging. De rechtbank wijst deze vorm van zorg toe voor de duur van telkens maximaal één week. 2.
- De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 2.
- De advocaat heeft namens betrokkene aangevoerd dat het hoorrecht doorslaggevend is en er een nieuwe poging moet worden gedaan betrokkene te horen. Het verzoek is dus om de zaak aan te houden. De spv heeft aangegeven de zoon van betrokkene gesproken te hebben en dat hij de deur altijd open deed. De zorgmachtiging is verlopen omdat betrokkene met verlof was en toen uit beeld is geraakt. Betrokkene heeft de zorgmachtiging wel nodig. Ze is afwerend en gaat verbaal te keer. 2.
- De rechtbank vindt het belangrijk dat betrokkene de gelegenheid krijgt om gehoord te worden. De machtiging zal daarom voor een kortere duur dan verzocht worden toegewezen. Zo krijgt betrokkene de kans om gehoord te worden, mogelijk in de kliniek en kan over het overige worden beslist. 2.
- Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van één maand en geldt aldus tot en met 5 februari 2026, onder aanhouding van het overige. 3Beslissing De rechtbank: verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1952 in [geboorteplaats] (Suriname), inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 5 februari 2026; houdt voor het overige de beslissing aan. Deze beschikking is op 5 januari 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. H.P.E. Has, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 15 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.