← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2026:756

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-255611-25 (EAB 1) Datum uitspraak: 29 januari 2026 UITSPRAAK op de vordering van 3 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 29 september 2025 door de Rechtbank Eerste Aanleg Luik, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting van 27 november 2025 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 27 november 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C. Peters, die waarneemt voor mr. J. de Vries, beiden advocaat in Zaandam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. Tussenuitspraak van 11 december 2025 De rechtbank heeft bij uitspraak van 11 december 2025 het onderzoek heropend en geschorst tot de zitting van 23 december 2025, omdat het Openbaar Ministerie op 8 december 2025 heeft verzocht het onderhavige EAB gelijktijdig te laten behandelen met een nieuw aanhangig Oostenrijks EAB met parketnummer 13-323497-

  1. Zitting van 23 december 2025 De behandeling van het EAB is – met instemming van beide partijen – in gewijzigde samenstelling hervat op de zitting van 23 december 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. C. Peters, die waarneemt voor mr. J. de Vries, beiden advocaat in Zaandam. Tevens heeft de rechtbank de beslistermijn verlengd op grond van artikel 22, vierde lid, OLW om het onderhavige en het Oostenrijkse EAB gelijktijdig af te kunnen doen. Met instemming van partijen is bepaald dat de rechtbank op de zitting van 13 januari 2026 het onderzoek enkelvoudig zal sluiten waarna direct uitspraak wordt gedaan. Zitting van 13 januari 2026 De rechtbank heeft op de uitspraakzitting van 13 januari 2026 de behandeling van het EAB niet gesloten omdat op de dag van de uitspraakzitting het bericht is binnengekomen dat het onderhavige EAB (parketnummer 13-255611-25) is ingetrokken E-mailcorrespondentie van 15 januari 2026 Op 15 januari 2026 hebben, op verzoek van de rechtbank, de raadsman en de officier van justitie schriftelijk hun standpunten naar voren gebracht naar aanleiding van de informatie over de intrekking van het EAB in onderhavige zaak (parketnummer 13-255611-25). Beiden hebben ermee ingestemd dat de rechtbank op 29 januari 2026 het onderzoek enkelvoudig zal sluiten waarna direct uitspraak zal worden gedaan. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid van de officier van justitie De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Uit de e-mail van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 13 januari 2026 blijkt namelijk dat het EAB is ingetrokken, waardoor de grondslag aan de vordering is komen te ontvallen. 4Beslissing VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. HEFT OP de geschorste overleveringsdetentie. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Glerum, voorzitter, mrs. E. de Rooij en A.R.P.J. Davids, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 29 januari
  2. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. ECLI:NL:RBAMS:2025:9905.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.