beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/781111 / FA RK 25/10085 kenmerk: ZM/IND/189519 Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 19 januari 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats] (Finland), wonende te [woonplaats] , [adres 1] , verblijvende te [verblijfplaats] , [adres 2] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. P. Figge te Amsterdam, zorgaanbieder: Arkin, [locatie] . 1Procesverloop 1.
- Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 29 december
- De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 januari 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder. Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene, bijgestaan door een tolk in de Engelse taal; - de raadsvrouw; - mw. [naam 1] , arts; - dhr. [naam 2] , arts. Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen. 2Beoordeling 2.
- Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van recidiefmanie met dysfore kenmerken bekend met een bipolaire stemmingsstoornis. 2.
- Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige financiële schade, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. 2.
- Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. 2.
- Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden: toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; beperken van de bewegingsvrijheid (telkens voor maximaal drie maanden); insluiten (telkens voor maximaal twee weken); uitoefenen van toezicht op betrokkene (telkens voor maximaal twee weken); onderzoek aan kleding of lichaam (telkens voor maximaal drie maanden); onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen (telkens voor maximaal drie maanden); controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen (telkens voor maximaal drie maanden); aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam; opnemen in een accommodatie (telkens voor maximaal drie maanden). 2.
- De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 2.
- primair is verzocht het verzoek af te wijzen vanwege de vrijwilligheid van betrokkene. Betrokkene heeft ziekte inzicht en besef en in het verleden heeft betrokkene ook vrijwillig meegewerkt. Ook als betrokkene langer in de kliniek moet verblijven werkt hij mee net als bij het innemen van de medicatie. Subsidiair is verzocht de duur van de machtiging te beperken. De arts heeft aangegeven dat er verbetering is gedurende de opname. Hij is rustiger op de afdeling en er zijn goede afspraken over de vrijheden. Het telefoon en laptop gebruik moet nog worden opgebouwd, dat was aan het begin van de opname lastig en toen is het ook mis gegaan. In ambulante setting is het lastig om de manie te herkennen. In een manie wil betrokkene niet opgenomen worden en kan betrokkene uit zorg raken. Het is daarom belangrijk om betrokkene in te stellen op de juiste medicatie en hulp te bieden van het FACT team buiten de kliniek. Om die reden is de zorgmachtiging nog nodig. De rechtbank vindt het positief dat betrokkene mee werkt aan de behandeling, maar overweegt dat een zorgmachtiging als vangnet van belang is ook gelet op de historie aan machtigingen. De arts heeft aangegeven dat bij een manie de samenwerking lastig kan zijn, met de zorgmachtiging kan dan worden ingegrepen in plaats van dat er een crisismaatregel nodig is. Gezien de verklaring van de arts en het verleden aan machtigingen ziet de rechtbank geen reden om de machtiging voor een kortere duur te verlenen dan verzocht. 2.
- Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden. 3Beslissing De rechtbank: verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats] (Finland), inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 19 juli
- Deze beschikking is op 19 januari 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. J. Kloosterhuis, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 29 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.