RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11881580 \ CV EXPL 25-12662 Vonnis van 13 januari 2026 (bij vervroeging) in de zaak van NS REIZIGERS B.V., gevestigd te Utrecht, eisende partij, hierna te noemen: NS, gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders (Groningen), tegen [gedaagde] (h.o.d.n. [handelsnaam] ), wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties van 21 augustus 2025,- het proces-verbaal van het mondelinge antwoord,- de e-mail van [gedaagde] van 26 september 2025, met producties. 1.
- De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 januari
- Namens de gemachtigde van NS is verschenen de heer [naam] . [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord en hun standpunten toegelicht. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [gedaagde] drijft een eenmanszaak op het gebied van de makelaardij onder de naam [handelsnaam] . 2.
- [gedaagde] heeft, in de uitoefening van zijn bedrijf, via de website van NS met NS een overeenkomst gesloten voor afname van een NS-Business Card en een NS-Business Card abonnement, beide per 9 juli 2021 (hierna gezamenlijk te noemen: de NS-Business Card). 2.
- Op 3 oktober 2022 heeft [gedaagde] een digitaal verzoek bij NS ingediend om de NS-Business Card per 4 oktober 2022 te beëindigen. In haar e-mail van 3 oktober 2022 heeft NS aan [gedaagde] laten weten dat hij de NS-Business Card definitief diende te beëindigen door vóór 4 oktober 2022 naar een NS-kaartautomaat te gaan en de beëindigingsaanvraag op te halen. Dit laatste heeft [gedaagde] niet gedaan. 2.
- Op 20 oktober 2022 heeft [gedaagde] opnieuw een digitaal verzoek bij NS ingediend om de NS-Business Card te beëindigen. Op diezelfde dag heeft [gedaagde] de beëindigingsaanvraag opgehaald bij een NS-kaartautomaat. 2.
- Op 25 oktober 2022 schrijft NS in een e-mail van 18:35 uur aan [gedaagde] onder meer het volgende: “Op 20 oktober 2022 is er een nieuwe aanvraag ingediend om de kaart per 21 deccember 2022 te beëindigen. De beëindigingsaanvraag is op 20 oktober 2022 opgehaald bij de NS-kaartautomaat”. 2.
- In zijn e-mail aan NS van 25 oktober 2022 om 20:47 uur schrijft [gedaagde] onder meer: “Indien het niet mogelijk is restitutie te ontvangen zou ik de kaart graag per direct opzeggen en niet pas per 21 december.” 2.
- Bij factuur van 14 december 2022 heeft NS een bedrag van € 362,43 bij [gedaagde] in rekening gebracht voor de NS-Business Card voor de maand november 2022, zijnde (enkel) abonnementskosten. 2.
- [gedaagde] heeft de factuur onbetaald gelaten. Na herhaald aanmanen heeft NS de vordering ter incasso uit handen gegeven. 3Het geschil 3.
- NS vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 362,43 aan hoofdsom en € 54,36 aan incassokosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom en de proceskosten. 3.
- [gedaagde] voert verweer. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- NS stelt dat [gedaagde] bij zijn digitale opzegging op 20 oktober 2022 als einddatum van de NS-Business Card de datum 21 december 2022 heeft opgegeven. Daarom was [gedaagde] volgens NS tot 21 december 2022 abonnementsgelden verschuldigd. [gedaagde] betwist dat hij die datum als einddatum heeft ingevuld, en stelt dat er sprake was van een systeemfout aan de zijde van NS. 4.
- De kantonrechter stelt voorop dat NS haar stelling dat [gedaagde] zelf de einddatum 21 december 2022 heeft ingevuld niet met stukken heeft onderbouwd. Hoewel die datum wel als einddatum wordt genoemd in de e-mail van NS aan [gedaagde] van 25 oktober 2022, staat daar tegenover dat [gedaagde] op diezelfde dag per e-mail aan NS kenbaar heeft gemaakt dat hij de NS-Business Card per direct wilde beëindigen. [gedaagde] had op dat moment de beëindigingsaanvraag ook al opgehaald bij een NS-kaartautomaat. Nu NS geen opzegtermijn hanteert voor beëindiging van de NS-Business Card, en mede bezien in het licht van de betwisting door [gedaagde] dat hij een latere einddatum heeft ingevuld, is niet komen vast te staan dat [gedaagde] na 25 oktober 2022 nog gehouden was te betalen voor de NS-Business Card. De vordering van NS wordt daarom afgewezen. 4.
- NS is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil, nu van kosten niet is gebleken. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- wijst de vorderingen van NS af, 5.
- veroordeelt NS in de proceskosten van [gedaagde] , tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk en in het openbaar uitgesproken op 13 januari
- 64443