← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2026:907

RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11881580 \ CV EXPL 25-12662 Vonnis van 13 januari 2026 (bij vervroeging) in de zaak van NS REIZIGERS B.V., gevestigd te Utrecht, eisende partij, hierna te noemen: NS, gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders (Groningen), tegen [gedaagde] (h.o.d.n. [handelsnaam] ), wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties van 21 augustus 2025,- het proces-verbaal van het mondelinge antwoord,- de e-mail van [gedaagde] van 26 september 2025, met producties. 1.
  2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 januari
  3. Namens de gemachtigde van NS is verschenen de heer [naam] . [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord en hun standpunten toegelicht. 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  5. [gedaagde] drijft een eenmanszaak op het gebied van de makelaardij onder de naam [handelsnaam] . 2.
  6. [gedaagde] heeft, in de uitoefening van zijn bedrijf, via de website van NS met NS een overeenkomst gesloten voor afname van een NS-Business Card en een NS-Business Card abonnement, beide per 9 juli 2021 (hierna gezamenlijk te noemen: de NS-Business Card). 2.
  7. Op 3 oktober 2022 heeft [gedaagde] een digitaal verzoek bij NS ingediend om de NS-Business Card per 4 oktober 2022 te beëindigen. In haar e-mail van 3 oktober 2022 heeft NS aan [gedaagde] laten weten dat hij de NS-Business Card definitief diende te beëindigen door vóór 4 oktober 2022 naar een NS-kaartautomaat te gaan en de beëindigingsaanvraag op te halen. Dit laatste heeft [gedaagde] niet gedaan. 2.
  8. Op 20 oktober 2022 heeft [gedaagde] opnieuw een digitaal verzoek bij NS ingediend om de NS-Business Card te beëindigen. Op diezelfde dag heeft [gedaagde] de beëindigingsaanvraag opgehaald bij een NS-kaartautomaat. 2.
  9. Op 25 oktober 2022 schrijft NS in een e-mail van 18:35 uur aan [gedaagde] onder meer het volgende: “Op 20 oktober 2022 is er een nieuwe aanvraag ingediend om de kaart per 21 deccember 2022 te beëindigen. De beëindigingsaanvraag is op 20 oktober 2022 opgehaald bij de NS-kaartautomaat”. 2.
  10. In zijn e-mail aan NS van 25 oktober 2022 om 20:47 uur schrijft [gedaagde] onder meer: “Indien het niet mogelijk is restitutie te ontvangen zou ik de kaart graag per direct opzeggen en niet pas per 21 december.” 2.
  11. Bij factuur van 14 december 2022 heeft NS een bedrag van € 362,43 bij [gedaagde] in rekening gebracht voor de NS-Business Card voor de maand november 2022, zijnde (enkel) abonnementskosten. 2.
  12. [gedaagde] heeft de factuur onbetaald gelaten. Na herhaald aanmanen heeft NS de vordering ter incasso uit handen gegeven. 3Het geschil 3.
  13. NS vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 362,43 aan hoofdsom en € 54,36 aan incassokosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom en de proceskosten. 3.
  14. [gedaagde] voert verweer. 3.
  15. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  16. NS stelt dat [gedaagde] bij zijn digitale opzegging op 20 oktober 2022 als einddatum van de NS-Business Card de datum 21 december 2022 heeft opgegeven. Daarom was [gedaagde] volgens NS tot 21 december 2022 abonnementsgelden verschuldigd. [gedaagde] betwist dat hij die datum als einddatum heeft ingevuld, en stelt dat er sprake was van een systeemfout aan de zijde van NS. 4.
  17. De kantonrechter stelt voorop dat NS haar stelling dat [gedaagde] zelf de einddatum 21 december 2022 heeft ingevuld niet met stukken heeft onderbouwd. Hoewel die datum wel als einddatum wordt genoemd in de e-mail van NS aan [gedaagde] van 25 oktober 2022, staat daar tegenover dat [gedaagde] op diezelfde dag per e-mail aan NS kenbaar heeft gemaakt dat hij de NS-Business Card per direct wilde beëindigen. [gedaagde] had op dat moment de beëindigingsaanvraag ook al opgehaald bij een NS-kaartautomaat. Nu NS geen opzegtermijn hanteert voor beëindiging van de NS-Business Card, en mede bezien in het licht van de betwisting door [gedaagde] dat hij een latere einddatum heeft ingevuld, is niet komen vast te staan dat [gedaagde] na 25 oktober 2022 nog gehouden was te betalen voor de NS-Business Card. De vordering van NS wordt daarom afgewezen. 4.
  18. NS is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil, nu van kosten niet is gebleken. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  19. wijst de vorderingen van NS af, 5.
  20. veroordeelt NS in de proceskosten van [gedaagde] , tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk en in het openbaar uitgesproken op 13 januari
  21. 64443

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.