Arrondissementsrechtbank te Arnhem Sector civiel recht Zaak/rolnummer: Datum uitspraak: Vonnis 62794 / HA ZA 00-1029 6 september 2001 in de zaak van
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRAXIXSTARAN HOLDING B.V., gevestigd te Amstelveen,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SPIRALS B.V., gevestigd te Abcoude,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CANARDO HOLDING B.V., gevestigd te Voorhout, eisers, procureur mr. F.J. Boom te Arnhem, advocaat mr. F. Kersch te Amsterdam, tegen
- [gedaagde 1] , wonende te [plaats 1] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 2] , gevestigd te [plaats 1] ,
- [gedaagde 3] , wonende te [plaats 2] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 4] gevestigd te [plaats 2] , gedaagden, procureur mr. J.M. Bosnak te Arnhem, advocaat thans mr. S.M. van Steenbergen te Utrecht. Het verloop van de procedure De volgende processtukken zijn gewisseld: * een conclusie van eis; * een conclusie van antwoord; * een conclusie van repliek; * een conclusie van dupliek. Vervolgens hebben partijen hun standpunten doen bepleiten. De pleitnotities zijn als gedingstuk overgelegd. Ten slotte is bepaald dat heden vonnis wordt gewezen. De vaststaande feiten 1.
- Gedaagden sub 1 en 3, hierna ook te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 3] , zijn vanaf 1988 gezamenlijk actief op het terrein van de ontwikkeling van anti-virus software. [gedaagde 1] en [gedaagde 3] hebben hun (toenmalige) onderneming ingebracht in de op 4 september 1990 opgerichte besloten vennootschap [bedrijf 1] , hierna te noemen: [bedrijf 1] . [gedaagde 1] en [gedaagde 3] werden bestuurders van [bedrijf 1] . 1.
- De (intellectuele eigendoms)rechten op de door [gedaagde 1] en [gedaagde 3] ontwikkelde speciale kaart (de [bedrijf 2] -kaart, de hardware) en bijbehorende software [bedrijf 2] Anti Virus (TBAV) zijn eind 1990/begin 1991 ingebracht in de door [gedaagde 1] en [gedaagde 3] opgerichte besloten vennootschap [bedrijf 2] , hierna te noemen: [bedrijf 2] . Bestuurders van [bedrijf 2] zijn de persoonlijke vennootschappen van [gedaagde 1] en [gedaagde 3] , [gedaagde 2] , gedaagde sub 2, hierna ook te noemen: [gedaagde 2] , en [gedaagde 4] , gedaagde sub 4, hierna ook te noemen: [gedaagde 4] . 1.
- In 1993 hebben diverse geldschieters, waaronder eisers, hierna ook te noemen: Praxixstaran, Spirals en Canardo, de persoonlijke vennootschappen van respectievelijk [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] , via een aandelenemissie een belang verworven in [bedrijf 1] . Een en ander heeft tot de volgende aandelenverhouding geleid: - eisers (Praxixstaran, [betrokkene 2] en [betrokkene 3] ) ieder 8 % , - Javel BV 25,5 % , - Pein BV 25,5%, - [gedaagde 2] 10 % , - [gedaagde 4] 10 % , - [betrokkene 4] 5 %. 1.
- Ter zake van de aandelenemissie is een overeenkomst d.d. 2 februari 1993 gesloten tussen Praxixstaran, Javel BV, Pein BV, [betrokkene 3] , [betrokkene 2] , [gedaagde 2] , [gedaagde 4] , lnterparts Computers Products BV, [bedrijf 1] en [betrokkene 4] . In deze overeenkomst is in artikel 3 en artikel 4 het volgende bepaald: "
- Partijen zullen ten tijde van de emissie ingevolge het bepaalde onder 1 hiervoor een aandeelhoudersovereenkomst ondertekenen bevattende de rechten en verplichtingen van de aandeelhouders van [bedrijf 1] met betrekking tot het gemeenschappelijke belang in [bedrijf 1] waaronder begrepen het vereiste van unanimiteit van stemmen ingeval van vervreemding van rechten op producten door [bedrijf 1] ."
- (...) In samenhang met het hiervoor bepaalde worden de eigendomsrechten op de Thunderbytekaart en TBAV met ingang van 1 februari 1993 overgedragen aan [bedrijf 1] tegen een bedrag van f 10 per verkochte Thunderbytekaart en 15 % van de gefactureerde verkoopprijs van TBAV." 1.
- De eigendomsrechten op de Thunderbytekaart en TBAV zijn met ingang van 1 februari 1993 overgedragen door [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] . 1.
- Op 18 januari 1995 hebben de grootaandeelhouders Javel BV en Pein BV hun belang in [bedrijf 1] aan [bedrijf 2] verkocht voor (een koopprijs van) f. 3,43 per aandeel. 1.
- Op 25 februari 1995 heeft [bedrijf 1] de rechten op de Thunderbytekaart en TBAV om niet overgedragen aan [bedrijf 2] . 1.
- Op 31 maart 1995 heeft [bedrijf 2] de rechten op de Thunderbytekaart en TBAV verkocht en geleverd aan de Noorse vennootschap Norman Data Defense Systems Holding, hierna te noemen: Norman, voor (een bedrag van) f. 2.000.000,--. 1.
- Op 8 mei 1996 hebben eisers op verzoek van gedaagden sub 1 en 3 hun aandelen in [bedrijf 1] verkocht en overgedragen aan [bedrijf 1] voor f. 3,-- per aandeel, derhalve tegen betaling aan ieder van de eisers van een bedrag van f. 38.400,--. 1.
- Op verzoek van Praxixstaran heeft de rechtbank te Arnhem een voorlopig getuigenverhoor bevolen. Als getuigen zijn gehoord: [betrokkene 2] , [betrokkene 1] , [betrokkene 3] , [gedaagde 1] , [gedaagde 3] , [betrokkene 4] en [betrokkene 5] . Afschriften van de processen-verbaal bevinden zich bij de stukken. Het geschil 2.
- Eisers vorderen bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair, gedaagden hoofdelijk te veroordelen aan ieder van eisers een bedrag van f. 201.600,-- te voldoen, althans een zodanig bedrag als de rechtbank in redelijkheid en billijkheid vaststelt, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf mei 1996 tot de dag van algehele voldoening. Eisers vorderen, subsidiair, - onder I a: een verklaring voor recht dat gedaagden ten opzichte van eisers toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de op 2 februari 1993 tussen partijen gesloten overeenkomst, althans onrechtmatig tegenover eisers hebben gehandeld en zijn gehouden, ieder hoofdelijk des dat de een betalende de ander voor dat deel zal zijn gekweten, aan eisers alle door hen als gevolg van de toerekenbare tekortkoming althans het onrechtmatig handelen door gedaagden geleden schade te vergoeden, op te maken bij staat en te verrekenen volgens de wet, - onder I b: een voorschot op de op de wijze als onder a vermeld vast te stellen schadevergoeding aan ieder van eisers ter hoogte van f. 100.000,--, des dat de een betalende dat ander voor dat deel zal zijn bevrijd, althans een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie mocht vernemen te behoren. - onder II: gedaagden te veroordelen aan ieder van hen een bedrag van f. 8.000,-- exclusief BTW aan buitengerechtelijke incassokosten te voldoen, althans een zodanig bedrag als de rechtbank redelijk en billijk acht, - onder 111: gedaagden te veroordelen de wettelijke rente over al het verschuldigde te voldoen vanaf mei 1996, - onder IV: gedaagden te veroordelen in de proceskosten. 2.
- Eisers voeren aan dat de overdracht van de intellectuele eigendomsrechten van [bedrijf 1] aan [bedrijf 2] in februari 1995 heeft plaatsgevonden zonder inachtneming van de in artikel 3 voorgeschreven goedkeuring van de aandeelhouders met unanimiteit van stemmen en zelfs zonder informatie aan de aandeelhouders. Volgens eisers hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 3] met gebruikmaking van hun persoonlijke vennootschappen [gedaagde 2] en [gedaagde 4] , de bestuurders van [bedrijf 2] , deze eigendomsrechten later voor veel geld aan Norman verkocht en kon zo de opbrengst (f. 2.000.000,--) buiten [bedrijf 1] blijven en enkel aan [gedaagde 1] en [gedaagde 3] ten goede komen. Eisers stellen dat gedaagden de overeenkomst van 2 februari 1993 hebben geschonden, alsmede onrechtmatig hebben gehandeld jegens hen. Eisers stellen als gevolg hiervan schade te hebben geleden omdat de waarde van hun op 8 mei 1996 aan Essas verkochte en geleverde aandelen in [bedrijf 1] vele malen hoger zou zijn uitgevallen indien de koopsom van f. 2.000.000,-- in [bedrijf 1] zou zijn gevloeid. Volgens eisers bestaat de schade dus uit het verschil tussen de door hen ontvangen prijs voor hun aandelen (ieder f. 38.400,--) en de waarde van het aandelenpakket indien gedaagden zoals overeengekomen de eigendomsrechten -en dus ook de verkoopopbrengst van deze rechten- in [bedrijf 1] hadden gelaten. 2.
- Gedaagden voeren gemotiveerd verweer. De beoordeling van het geschil 3.
- De vorderingen van eisers zijn op de eerste plaats gebaseerd op schending van de overeenkomst van 2 februari
- De rechtbank stelt vast dat Spirals en Canardo naast Praxixstaran uit dien hoofde bevoegd zijn een rechtsvordering in te stellen. Hoewel Spirals en Canardo in de overeenkomst niet als partij worden genoemd is in de considerans van de overeenkomst van 2 februari 1993 bepaald dat waar in deze overeenkomst wordt gesproken over [betrokkene 3] en [betrokkene 2] "ook bedoeld wordt een door ieder van hen, desgewenst, op te richten besloten vennootschap. " 3.
- Eisers hebben ter gelegenheid van het pleidooi uitdrukkelijk het standpunt ingenomen, dat de strekking van de in artikel 3 in de overeenkomst van 2 februari 1993 genoemde aandeelhoudersovereenkomst is, om het bestuur van [bedrijf 1] te beperken in zijn handelingsbevoegdheid aldus dat de bestuurders zonder unanimiteit van de aandeelhouders deze activa niet kunnen vervreemden. De rechtbank overweegt dat beperkingen in die zin alleen bij wet of statuten zijn toegestaan. Aan het bestuur van een vennootschap zijn in de wet geen beperkingen opgelegd om vennootschapsvermogen te vervreemden. Gesteld noch gebleken is dat in de statuten beperkingen zijn opgenomen. De rechtbank overweegt dat daarom in het vennootschapsrecht een dergelijke overeenkomst zoals eisers die bepleiten niet is toegestaan (zie Asser-Maeijer 2-11, nrs. 299 en 300). De overeenkomst van 2 februari 1993 biedt eisers/aandeelhouders dus geen basis om op te komen tegen het besluit tot overdracht van de intellectuele eigendomsrechten door de bestuurders van [bedrijf 1] . 3.
- Eisers stellen dat in artikel 4 van de overeenkomst van 2 februari 1993 de verplichting is vastgelegd voor [bedrijf 2] de eigendomsrechten op de Thunderbytekaart en TBAV tot zekerheid van de investeerders, lees: aandeelhouders, over te dragen aan [bedrijf 1] . De bedoeling van de beoogde overdracht was aan de (nieuwe) aandeelhouders, onder wie eisers, zekerheid voor hun investering te verschaffen. Gesteld noch gebleken is dat dat het hier een verboden overdracht als bedoeld in artikel 3:84 lid 3 BW zou hebben betroffen. 3.
- Het staat vast dat aan de overeenkomst van 2 februari 1993 onder 3 geen uitvoering is gegeven. Er is immers geen aandeelhoudersovereenkomst gesloten. Ook staat vast dat de bestuurders de informatieverplichting jegens de aandeelhouders hebben geschonden en dat het besluit tot verkoop van de rechten op de Thunderbytekaart en TBAV niet werd gedragen door unanimiteit van de aandeelhouders. 3.
- Eisers voeren aan dat zij schade hebben geleden door de overdracht van de intellectuele eigendommen door de bestuurders van [bedrijf 1] aan [bedrijf 2] in de wetenschap en met het oogmerk de winst bij de verkoop door [bedrijf 2] aan deze te laten toevallen. Volgens eisers hadden zij een hogere prijs voor hun aandelen kunnen bedingen indien de opbrengst van de intellectuele eigendommen in [bedrijf 1] zou zijn gevloeid. 3.
- In de kern stellen eisers dat de opbrengst van de verkoop aan de Noorse vennootschap in [bedrijf 1] hoort. [bedrijf 1] heeft deze opbrengst door de handelwijze van [gedaagde 1] en [gedaagde 3] moeten missen waardoor haar vermogen niet met deze opbrengst is vermeerderd hetgeen vervolgens weer heeft geleid tot een lagere ' opbrengst voor de aandeelhouders bij de verkoop van hun aandelen in [bedrijf 1] . De rechtbank kan in het midden laten of tegen de achtergrond van de eerdere overdracht van bedoelde rechten aan [bedrijf 1] tot zekerheid van de nieuwe investeerders de opbrengst van deze rechten in het vermogen van [bedrijf 1] thuis hoort aldus dat ook deze investeerders van deze opbrengst profiteren via een hogere waarde van hun aandelen in [bedrijf 1] . De rechtbank verwijst hiervoor naar hetgeen onder 3.
- is overwogen. Uit de stelling van eisers volgt dat zij in deze procedure afgeleide schade vorderen. Van een rechtstreekse schade van eisers is geen sprake nu het door hen gestelde nadeel -lagere opbrengst van de aandelen- een gevolg is van de handelwijze van de bestuurders -tevens aandeelhouders- van [bedrijf 1] en waartoe deze ook vennootschaprechtelijk bevoegd waren. Indien aan een vennootschap vermogensschade wordt toegebracht door wanprestatie of onrechtmatige daad, heeft alleen de vennootschap het recht uit dien hoofde vergoeding van deze aan haar toegebrachte schade te vorderen (vgl. HR 2 december 1994, (Poot /ABP) NJ 1995, 288 en HR 13 oktober 2000, NJ 2000, 699). Gesteld noch gebleken is dat de afgeleide schade inmiddels definitieve schade is geworden, dat wil zeggen dat deze niet meer kan worden opgeheven door eventuele schadevergoeding aan de betreffende vennootschap. 3.
- Het voorgaande brengt mee dat de vorderingen moeten worden afgewezen. 3.
- Als de in het ongelijk gestelde partijen zullen eisers in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. De beslissing De rechtbank wijst de vorderingen af, veroordeelt eisers in de kosten van deze procedure, tot aan dit vonnis aan de zijde van gedaagden bepaald op f. 15.200,-- voor salaris en f. 7.485,-- voor griffierecht. Dit vonnis is gewezen door mrs. M.L. Drabbe, H. Wammes en H.J.M. Boukema en in het openbaar uitgesproken op 6 september
- de griffier de voorzitter Coli.: RvE
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.