Arrondissementsrechtbank te Arnhem Sector Bestuursrecht Reg.nrs.: Awb 01/1374 en Awb 01/1375 UITSPRAAK van de president ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: 1. Skihut Arnhem B.V., h.o.d.n. Aspen Valley, gevestigd aan de Korenmarkt 25 te Arnhem, en 2. Ol 4 Fun B.V., h.o.d.n. Jules Megazone, gevestigd aan de Korenmarkt 25a te Arnhem, verzoeksters en de burgemeester van de gemeente Arnhem, verweerder. 1. Procesverloop Verzoeksters hebben bij verweerder aanvragen ingediend om dezelfde terrasvergunningen voor de panden Korenmarkt 25 en 25a als welke tot en met 30 juni 2001 geldig waren. Bij besluiten van 26 juni 2001 heeft verweerder aan verzoeksters terrasvergunningen verleend voor de periode 1 juli 2001 tot en met 1 november 2001 en daaraan onder meer de volgende voorwaarden verbonden: · het terras voor het pand Korenmarkt 25 mag maximaal 51 vierkante meter omvatten en het terras voor het pand Korenmarkt 25a mag maximaal 20 vierkante meter omvatten; · de terrassen mogen uitsluitend voor en direct aansluitend op voornoemde panden worden geplaatst. Tevens heeft verweerder geweigerd terzake aan verzoeksters nadeelcompensatie te verlenen. Tegen deze besluiten (verder: bestreden besluiten) heeft mr. D.H. Nas, advocaat te Nijmegen, namens verzoeksters bij brieven van 26 juli 2001 bezwaar gemaakt bij verweerder. Bij brieven van gelijke datum is de president verzocht voorlopige voorzieningen te treffen, waarbij de bestreden besluiten worden geschorst en waarbij wordt bepaald dat verzoeksters moeten worden behandeld als waren zij in het bezit van een terrasvergunning zoals zij die dit jaar tot en met 30 juni 2001 en de voorgaande jaren hebben gehad, aangepast aan de huidige omstandigheden overeenkomstig de bijgevoegde tekeningen. Het verzoekschrift van verzoekster sub 1 is geregistreerd onder nummer Awb 01/1374 en dat van verzoekster sub 2 onder nummer Awb 01/1375. Verweerder heeft op 17 augustus 2001 in beide zaken een verweerschrift ingediend. De verzoeken zijn gevoegd behandeld ter zitting van 23 augustus 2001. Verzoekster sub 1 (verder te noemen: Aspen Valley) heeft zich aldaar laten vertegenwoordigen door de heren K. Oubaha en O.U. Kouwenberg en verzoekster sub 2 (verder te noemen: Jules Megazone) door de heren R. Wester en B.W. van Oldenborgh, allen bijgestaan door mr. Nas voornoemd. Namens verweerder is verschenen mr. J.C.L. Beks, ambtenaar van de gemeente. 2. Overwegingen Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaande aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de president van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover de procedure ex artikel 8:81, eerste lid, van de Awb met zich brengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de president daaromtrent een voorlopig karakter en is het niet bindend voor de beslissing in die procedure. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is gebleken als volgt. Jules Megazone beschikte vanaf 1997 over 53 vierkante meter terrasruimte op de Korenmarkt. In de oude situatie konden één tafel voor de eigen zaak en 12 tafels op het middenplein worden geplaatst. Aspen Valley, welke horeca-inrichting door de exploitanten daarvan in november 2000 is overgenomen van de exploitant van de tot die tijd op de Korenmarkt 25 gevestigde horeca-inrichting “ De Vergane Glorie”, beschikte eveneens over 53 vierkante meter terrasruimte, waarbij 6 tafels voor de eigen zaak en 8 tafels op het middenplein konden worden geplaatst. In 1996 heeft de Belangenvereniging Korenmarkt en omgeving (verder: de belangenvereniging), waarbij zowel de exploitant van De Vergane Glorie als de exploitanten van Jules Megazone waren aangesloten, de eerste aanzet gegeven om te komen tot een herinrichting van de Korenmarkt door een (mede) hierop gericht Programma van Eisen aan de gemeente aan te bieden. Uiteindelijk heeft het college van burgemeester en wethouders, na intensief overleg met de belangenvereniging, andere exploitanten en brouwerijen, de beleidsvisie “Kwaliteitsverbetering Korenmarkt en omgeving” opgesteld, waarmee de raad bij besluit van 28 juni 1999 heeft ingestemd. De door de belangenvereniging voorgestelde herinrichting wordt in deze visie gezien als een belangrijk element om daadwerkelijk tot kwaliteitsverbetering te komen. Bij brief van verweerder van 28 februari 2001 alsmede door middel van de “Nieuwsbrief Herinrichting Korenmarkt en omgeving” zijn alle betrokken exploitanten in kennis gesteld van de omstandigheid dat bij de vaststelling van het (per 1 juli 2001 geldende) definitieve plan voor de zomerterrassen de terrasruimte zodanig zal worden verdeeld dat de terrassen aansluiten bij de eigen zaak of er zo dicht mogelijk bij zijn gelegen en dat zal worden gestreefd naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling. Blijkens de bestreden besluiten en de daarop in de verweerschriften en ter zitting gegeven toelichting hanteert verweerder naast voormeld uitgangspunt dat terrassen direct voor of zo dicht mogelijk bij de eigen zaak dienen te zijn gesitueerd - en in feite daaruit voortvloeiend - het uitgangspunt dat het “middenplein” niet meer beschikbaar is voor terrassen. Voorts is bij de herverdeling van de terrassen, naast en ter uitwerking van het uitgangspunt van een zo evenwichtig mogelijke verdeling van de beschikbare ruimte, het uitgangspunt gehanteerd dat de toe te bedelen terrassen even groot dienen te zijn als de terrassen waarover de exploitanten tot 1 juli 2001 konden beschikken en dat de wijziging in de uitgifte van zomerterrassen zo min mogelijk schade mag opleveren voor individuele ondernemers. Verweerder stelt zich op het standpunt, kort gezegd, dat de op grond van de bestreden besluiten voor verzoeksters beschikbare terrasruimte de meest maximale ruimte is die kon worden toebedeeld binnen voormelde uitgangspunten. Verzoeksters kunnen zich met dit standpunt niet verenigen. Zij zijn primair van mening dat aan hen terrasvergunningen hadden moeten worden verleend die handhaving van de tot 1 juli 2001 bestaande opstelling van tafels en stoelen mogelijk maken. Wat betreft het uitgangspunt dat het middenplein niet meer beschikbaar is voor terrassen constateren verzoeksters dat sprake is van een beleidswijziging, aangezien het door verweerder gehanteerde terrassenbeleid, zoals door het college van burgemeester en wethouders geaccordeerd op 9 en 23 februari 1999 en zoals neergelegd in de “Notitie Terrassenbeleid Binnenstad 1999”, er nog melding van maakt dat op de Korenmarkt “het in principe ook mogelijk (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.