Rechtbank Arnhem Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 105391 / KG ZA 03-688 Datum vonnis: 5 december 2003 Vonnis in kort geding in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BLIXEM INTERNET SERVICES B.V., gevestigd te Nijmegen, eiseres, procureur en advocaat mr. W.Th.A. Kampschreur te Nijmegen, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid POLDERLAND LANGUAGE & SPEECH TECHNOLOGY B.V., gevestigd te Nijmegen, gedaagde, procureur en advocaat mr. A.A.S. van der Meer te Nijmegen. Partijen zullen hierna worden aangeduid als respectievelijk Blixem en Polderland. Het verloop van de procedure Blixem heeft Polderland ter zitting in kort geding doen dagvaarden en gevorderd als weergegeven in de dagvaarding. Polderland heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorzieningen. De advocaten van Blixem en Polderland hebben de zaak bepleit, eerstgenoemde overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnotitie. Daarbij hebben zij producties in het geding gebracht. Aan het eind van de mondelinge behandeling is de zaak aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen de haalbaarheid van mediation te bespreken. Partijen hebben vervolgens mediation als alternatief afgewezen en zijn overigens niet tot een vergelijk gekomen. Ten slotte is vonnis bepaald. De vaststaande feiten Op grond van de stellingen van partijen en de inhoud van de producties - alles voor zover niet dan wel onvoldoende weersproken - staat voorshands het volgende vast. 1.1 Omstreeks april/mei 2000 heeft Blixem van Mercator Technology & Science Park B.V. te Nijmegen het aanbod gekregen om een gedeelte van de zesde etage, alsmede een identiek gedeelte van de vijfde etage, in het bedrijfsverzamelgebouw Mercator I aan het Toernooiveld 210 tot en met 222 te Nijmegen te huren. Polderland heeft in diezelfde periode het aanbod gekregen in datzelfde gebouw vijf kamers op de vierde etage huren. Aangezien dit aanbod onvoldoende was om haar huisvestingsprobleem op te lossen, heeft Polderland omstreeks 9 juni 2000 aan Blixem gevraagd of deze bereid was de aan Blixem toegewezen kantoorruimten op de vijfde verdieping aan Polderland af te staan. 1.2 Op 14 juni 2000 heeft de heer X namens Blixem een fax aan de heer Y van Polderland gezonden met, voor zover hier relevant, de volgende inhoud: “ Hierbij bevestig ik ons gesprek van 9 juni jl inzake uw en onze huisvesting in het Mercator. Wij kwamen het navolgende overeen: ? Blixem zal haar huurrecht op de vijfde etage van Mercator om niet overdoen aan Polderland. ? Blixem zal het recht hebben om vijf (eventueel zes: doorgehaald door Polderland) kamers van de door Polderland gehuurde vierde verdieping te huren, zulks kosten neutraal tegen de door Mercator in rekening gebrachte lasten. De kamers zijn door Blixem per kamer bij te huren, met een (maximale : doorgehaald door Polderland) aanzegtermijn aan Polderland van twee maanden. Wij vertrouwen de gemaakte afspraken correct te hebben weergegeven en ontvangen ter bevestiging hiervan graag een exemplaar van dit schrijven door u voor accoord getekend (per fax) retour. Na ontvangst hiervan zal ik de heer A van Mercator op de hoogte stellen van het feit dat de vijfde verdieping aan u aangeboden kan worden. (…).” 1.3 Polderland heeft deze fax op 14 juni 2000 met een tweetal doorhalingen, zoals hiervoor aangegeven, voor accoord ondertekend per fax geretourneerd aan Blixem. 1.4 Na instemming hiermee door Mercator is Blixem met ingang van 1 september 2000 voor vijf jaar een gedeelte van de zesde verdieping gaan huren. Polderland is met ingang van 1 januari 2001, eveneens voor vijf jaar, een gedeelte van de vierde, alsmede een gedeelte van de vijfde verdieping gaan huren van Mercator. 1.5 Aanvang 2002 is er tussen Blixem en Polderland contact geweest over het mogelijk inroepen door Blixem van de op 14 juni 2000 gemaakte afspraken. Omdat Blixem zijn tekort aan ruimte toch nog intern kon oplossen, is hier verder geen gevolg aan gegeven. 1.6 Op 29 augustus 2003 heeft Blixem een e-mail aan Polderland gezonden met, voor zover relevant, de volgende inhoud: “Vooruitlopend op ons gesprek van dinsdag aanstaande om 16.00 uur bij jullie, bevestig ik hierbij dat wij graag onze optie willen invullen. Het gaat om twee kamers. Graag overleg ik met jullie hoe en wanneer we hier het beste invulling aan kunnen geven.” Blixem heeft Polderland daarnaast gemeld de kamers met ingang van 1 oktober, althans met ingang van 1 november 2003, te willen betrekken. 1.7 In een brief van 12 september 2003 heeft Polderland, voor zover relevant, aan Blixem het volgende gemeld: “Recent heb je medegedeeld dat je jullie eventuele optierechten van drie jaar geleden op ruimten die wij gehuurd hebben, wilt realiseren. In dit verband hebben wij ons bereid verklaard om als goede buren en als collegahuurders een en ander met je te bespreken. Dit geeft je echter niet het recht bij ons binnen te dringen.” Door vermeende huisvredebreuk van Blixem bij Polderland is de onderlinge verhouding tussen partijen geëscaleerd zodanig dat Polderland zich uiteindelijk niet bereid heeft verklaard kamers aan Blixem ter beschikking te stellen, ondanks sommaties hiertoe van Blixem. 1.8 Polderland heeft de huurovereenkomst met Mercator voor de door haar gehuurde kamers op de vierde verdieping en vijfde verdieping Oostzijde opgezegd tegen 1 januari 2004 en zal met ingang van 1 januari 2004 de vijfde verdieping Westzijde van Mercator huren. Het thans nog door haar gehuurde moet Polderland per 31 december 2003 leeg ter beschikking stellen aan Mercator. De vordering 2.1 Blixem vordert Polderland te veroordelen, samengevat weergegeven, tot nakoming van wat zij omschrijft als de tussen partijen gesloten optieovereenkomst, de overeenkomst van 14 juni 2000, door per 1 november 2003 twee willekeurige kamers van de door haar gehuurde vierde verdieping van het bedrijfsverzamelgebouw Mercator I aan Blixem ter vrije en algehele beschikking te stellen, zulks op straffe van een dwangsom. 2.2 Blixem legt aan haar vordering ten grondslag dat tussen partijen door aanvaarding van het optiebeding een onderhuurovereenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot twee kamers van de door Polderland van Mercator gehuurde kantoorruimten op de vierde verdieping van het bedrijfsverzamelgebouw Mercator I. Polderland dient haar hieruit voortvloeiende verplichtingen na te komen nu Blixem haar optierechten inroept. Blixem heeft de betreffende kantoorruimten dringend nodig voor eigen gebruik.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.