Rechtbank Arnhem Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 107242 / KG ZA 03-822 Datum vonnis: 19 december 2003 Vonnis in kort geding in de zaak van de vereniging ABVAKABO, aangesloten bij de FNV, gevestigd te Zoetermeer, eiseres bij dagvaarding van 8 december 2003, procureur mr. P.A.C. de Vries, advocaat mr. P.de Casparis te Zoetermeer, tegen de openbare rechtspersoon DE GEMEENTE ARNHEM, gevestigd te Arnhem, gedaagde, advocaat mr. L.Paulus te Arnhem. Het verloop van de procedure Eiseres heeft gedaagde ter zitting in kort geding doen dagvaarden en gevorderd zoals hierna is weergegeven. Gedaagde heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorziening. De advocaat van eiseres en de advocaat van gedaagde hebben de zaak bepleit overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnotities. Daarbij hebben zij producties in het geding gebracht. Ten slotte is vonnis bepaald. Op een na de behandeling ter zitting door de rechtbank ontvangen brief van A is geen acht geslagen. De vaststaande feiten 1. Eiseres is een werknemersvereniging die als statutaire en maatschappelijke taak heeft op te komen voor de belangen van werknemers. 2. In de onderhavige zaak komt eiseres op voor de belangen van de werknemers in dienst van de Regionale Stichting Werk en Scholing en de Stichting Taak. 3. De Stichting Taak is op 2 oktober 1980 opgericht met als doel de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten van personen, die woonachtig zijn in Arnhem en omstreken en geen betaald werk hebben. 4. De Stichting Werk en Scholing is op 9 januari 1991 opgericht als een organisatie die zowel de uitvoering van de Jeugdwerkgarantiewet als de Banenpool voor haar rekening nam. In de beginperiode werd de werkorganisatie gevormd door ambtenaren van gedaagde, die bij de stichting werden gedetacheerd. 5. In 1992 zijn plannen ontwikkeld om te komen tot een verdergaande verzelfstandiging van de Stichting Werk en Scholing. Omdat gedaagde een aantal ambtenaren wilde laten overgaan naar de Stichting Werk en Scholing is besloten een B3 status aan te vragen. Het betreft hier een in de Algemene Burgerlijke Pensioenwet (ABP) gecreëerde mogelijkheid om een rechtspersoon aan te wijzen als een lichaam waarvan het personeel geheel of ten dele ambtenaar in de zin van de APB is. 6. Bij brief van 25 juni 1993 aan het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem het volgende verklaard: In verband met de aanvraag voor een B3-status voor de Stichting Werk en Scholing te Arnhem en ter voldoening aan de bepalingen van de ABP-wet verklaren wij het volgende: a. Burgemeester en wethouders van Arnhem verklaren mede namens de andere deelnemende gemeenten dat de gemeenten garant staan voor dekking van het gehele jaarlijkse exploitatierapport van de stichting Werk en Scholing, b. tevens verklaren wij dat wij er mede instemmen dat de gemeente Arnhem en de andere deelnemende gemeenten worden aangewezen als mede aansprakelijk publiekrechtelijk lichaam voor de betaling van de door de stichting Werk & Scholing krachtens hoofdstuk C en artikel N1 van de ABP-wet verschuldigde bedragen. 7. De Stichting Werk en Scholing heeft de B3 status met ingang van 1 oktober 1993 verkregen. 8. Op grond van financiële overwegingen werden nieuwe personeelsleden in principe aangenomen op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Zij kwamen dan niet in dienst bij de Stichting Werk en Scholing, maar bij de Stichting Taak. Werknemers van de Stichting Werk en Scholing bleven in grote lijnen de rechtspositie van de gemeente Arnhem volgen en werknemers van de Stichting Taak bleven onder de CAO Welzijn vallen, zij het dat ten aanzien van de salarisstructuur en enkele andere arbeidsvoorwaarden de gunstiger rechtspositie van gedaagde werd aangehouden. Werknemers in dienst van de Stichting Werk en Scholing - p (een in 1994 opgerichte stichting) kregen een dienstverband met de Stichting Taak. 9. Met ingang van 1 januari 2002 is de SUWI wet (Structuur Uitvoering Werk en Inkomen) in werking getreden. Op grond van de SUWI wet zijn gemeenten verplicht private activiteiten op het terrein van werkgelegenheid op de private markt aan te besteden, waarop intussen al verschillende commerciële partijen actief zijn, zoals bijvoorbeeld uitzendbureaus en voormalige arbodiensten. Gedaagde en de Stichting Werk en Scholing hebben overleg gevoerd over een overgangsperiode. In december 2001 heeft gedaagde met de Stichting Werk en Scholing een contract gesloten welke de stichting gedurende maximaal drie jaar buiten de per 1 januari 2002 voor de gemeente als gevolg van de SUWI wet verplichte aanbesteding hield en houdt. 10. Vanaf 2001 lijdt de Stichting Werk en Scholing verlies. Uit de jaarrekeningen blijkt dat dit verlies ten laste van de opgebouwde algemene reserves is gebracht. Medio 2003 heeft de Stichting Werk en Scholing een bedrag van circa tweeëneenhalf miljoen euro overgeboekt naar gedaagde. De Stichting Werk en Scholing is in een nijpende financiële situatie komen te verkeren en uiteindelijk is surséance van betaling verleend. Gedaagde heeft een dag voor de behandeling van dit kort geding ter zitting op 16 december 2003, besloten aan de Stichting Werk en Scholing een (garantie)lening te verstrekken voor de betaling van de lonen in december 2003. Verdere financiële toezeggingen heeft gedaagde niet gedaan. De vordering en de beoordeling daarvan 1. Eiseres vordert veroordeling van gedaagde tot het verschaffen van financiële middelen aan de Stichting Werk en Scholing, teneinde deze stichting in staat te stellen aan haar financiële verplichtingen te voldoen, waarbij eiseres ter zitting de kanttekening heeft geplaatst dat dit gedaagde er niet van hoeft te weerhouden op termijn die maatregelen te nemen die nodig zijn om tot ontbinding van de Stichting Werk en Scholing te komen. 2. Eiseres stelt op grond van artikel 3:305a BW op te treden ter bescherming van gelijksoortige belangen van anderen, leden en niet-leden van haar, welke belangen zij ingevolge haar statuten behartigt. Dat zij de hier in het geding zijnde belangen van haar leden kan behartigen, is in confesso. Vooralsnog neemt de voorzieningenrechter - al heeft deze kwestie geen praktisch belang - aan dat zij ook de belangen van de niet-leden kan behartigen op grond van genoemd wetsartikel, omdat deze belangen identiek zijn aan die van haar leden, bij uitstek behoren tot de soort belangen die eiseres wil beschermen en niet gebleken is dat de niet-leden door het optreden van eiseres geschaad kunnen worden. Hun belang kan dus worden ‘meegenomen’. 3. Nu eiseres onweersproken heeft gesteld dat de Stichting Werk en Scholing en de Stichting Taak hetzelfde bestuur en dezelfde directeur hebben en de Stichting Werk en Scholing namens beide stichtingen naar buiten toe optreedt, de Stichting Taak ook geen eigen briefpapier heeft en bovendien "slechts"" fungeert als leverancier van personeel aan de Stichting Werk en Scholing, is voorshands geoordeeld voldoende aannemelijk er sprake is onderlinge verwevenheid, waardoor ook de Stichting Taak geacht moet worden te vallen onder door gedaagde aan de Stichting Werk en Scholing gedane (financiële) toezeggingen. Met andere woorden: de gekozen constructie kan niet afdoen aan de strekking van de toezeggingen. 4. In de eerste plaats stelt eiseres dat gedaagde zich verbonden heeft alle tekorten van de stichting(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.