Rechtbank Arnhem Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 104354 / HA ZA 03-1574 Datum vonnis: 25 augustus 2004 Vonnis in de zaak van [X], wonende te [A], eiser in conventie, verweerder in reconventie, procureur mr. F.J. Boom, advocaat mr. drs. H.J. Ruysendaal te Oud-Beijerland, tegen [Y], wonende te [B], gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, procureur mr. P.A.C. de Vries, advocaat mr. G.H.J. Spee te Arnhem. Partijen worden hierna aangeduid als “[X]” en “[Y]”. 1. Het verloop van de procedure 1.1. Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 19 november 2003 wordt naar dat vonnis verwezen. Ter uitvoering van dit tussenvonnis is een comparitie van partijen gehouden. 1.2. Voorafgaand aan de comparitie van partijen heeft [X] een conclusie van antwoord in reconventie, tevens houdende vermeerdering van eis genomen met zes producties. Het proces-verbaal van de comparitie van partijen bevindt zich bij de stukken. Verder zijn nog de volgende processtukken gewisseld: ? een conclusie van repliek zijdens [X]; ? een conclusie van dupliek zijdens [Y]. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De vaststaande feiten 2.1. De relatie tussen [X] en [Y] is die van oom ([X]) en nicht ([Y]). 2.2. [X] heeft als - ‘onderdeel’ van een meer stukken omvattende - productie 7 bij dagvaarding een kopie overgelegd van een schuldverklaring d.d. 1 augustus 2000 (hierna: de Schuldverklaring). Daarin is verwoord dat [X] zijn zus, de moeder van [Y], mevrouw I.P.H. [X] (hierna: moeder), op 1 augustus 2000 een renteloze lening heeft verstrekt van NLG 10.000,- oftewel € 4.537,80. Die lening is verstrekt ter bestrijding van de door moeder te maken herinrichtings- en verhuiskosten, zo blijkt uit de tekst van de Schuldverklaring. Daarin is het navolgende aflossingsschema opgenomen, waarbij als uitgangspunt gold, dat de lening ultimo 2006 zou zijn afgelost: ? 66 maandtermijnen van NLG 125,- (€ 56,72) ingaande op 1 januari 2001, ? 6 maandtermijnen van NLG 291,50 (€ 132,28) verschuldigd in de maand juli van elk jaar. 2.3. (Al) vanaf januari 1997 heeft moeder diverse betalingen aan [X] verricht. 2.4. Moeder is op 27 november 2002 overleden. Zij heeft een testament d.d. 27 juli 1978 achtergelaten (productie 2 bij CvA in conventie). Op basis van dat testament en de regels van erfopvolging bij versterf, geldt [Y] als enig erfgenaam. 2.5. Op 20 december 2002 is namens [Y] een akte van beraad nalatenschap opgemaakt (productie 8 bij CvA in conventie). [Y] heeft de erfenis op 10 januari 2003 beneficiair aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving (akte van beneficiaire aanvaarding, productie 9 bij CvA in conventie). 2.6. Mevrouw A.G.N. [X]-Storm, de moeder van [X], tevens de oma van [Y] (hierna: oma) heeft in haar verklaring van 20 december 2002 (productie 10 bij dagvaarding): “volledige volmacht [...] verleend [...] aan [...] [X] [...] om namens mij als penvoerder en woordvoerder op te treden, als zodanig handelend op te treden, te vertegenwoordigen en tekenbevoegdheid te hebben verleend om namens mij inzake het terugkrijgen van de tot mijn eigendom behorende roerende goederen waaronder sleutels van mijn woning alsmede originele computer software welke met mijn toestemming onder beheer en in gebruik waren bij wijlen mijn dochter mevrouw I.P.H. [X] [...]. Noch gebruiksrecht noch beheer van deze roerende zaken door derden waaronder mijn kleinkind mevrouw N.J. [Y] [...] is nimmer verleend.” 2.7. Voor het eerst omstreeks 23 december 2002 heeft [X], via zijn advocaat, bij [Y] aangedrongen op afgifte van een auto van het merk Suzuki, type Swift, met kenteken GD-VF-17 (hierna: de Auto). De Auto stond op naam van [X]. [Y] heeft de kentekenbewijzen delen I en II van de Auto bij de bezittingen van moeder aangetroffen. 2.8. Op 3 januari 2003 heeft [Y] aangifte gedaan van mishandeling door [X] gepleegd op 19 december 2002 (productie 4 bij CvA in reconventie). 2.9. Op 11 januari 2003 heeft [Y] aangifte gedaan van de diefstal van de Auto (productie 17 bij CvA in reconventie). 2.10. [X] was tot het overlijden van moeder gemachtigd tot haar girorekening. Hoewel zijn machtiging op 31 december 2002 was beëindigd (productie 20 bij CvA in conventie), heeft [X] op 18 en 19 februari 2003 per girofoon tot driemaal toe bedragen aan de bankrekening van moeder onttrokken (productie 19 bij CvA in conventie). [X] heeft toen € 263,47 overgeboekt naar de bankrekening van oma, € 166,31 overgemaakt aan zijn zus, mevrouw A.G.N. [X] (hierna: tante) en € 171,= op zijn eigen girorekening doen bijschrijven. 2.11. [X] heeft de Auto op 25 juni 2003 aan een derde verkocht voor een bedrag van (€ 2.075,= minus € 125,= wegens het ontbreken van het frontje van de radio =) € 1.950,= (productie 7 bij dagvaarding). 2.12. Bij cessie-akte van 9 juli 2003 (productie 9 bij dagvaarding) heeft oma de volgende vordering aan [X] overgedragen: “Cedent (lees: oma) heeft op cessus mevrouw N. [Y], wonende te (6828 TC) [B] aan het adres Voetiuslaan 29-3 een vordering ten bedrage van € 115,58 ter zake onrechtmatige daad;”. 3. Het geschil 3.1. Na eisvermeerdering vordert [X] - zakelijk weergegeven - ten titel van vervangende schadevergoeding voor door [Y] onrechtmatig onder zich gehouden eigendommen van [X] en oma, betaling van een bedrag van € 2.379,42 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 december 2002. Ook vordert [X] vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten en de kosten van de procedure, waarbij de proceskosten dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis. 3.2. Verder vordert [X] een verklaring voor recht, dat de restantschuld uit de Schuldverklaring ad € 3.233,20 direct opeisbaar is. Ten slotte vordert [X] teruggave van schoolrapporten en diploma’s van zijn overleden broer en vader, een en ander op straffe van een dwangsom van € 250,= voor iedere dag dat [Y] nalaat die stukken af te geven. 3.3. Bij conclusie van antwoord in reconventie, tevens houdende vermeerdering van eis heeft [X] zijn vordering in conventie vermeerderd met kosten die met de verzorging van de poes van moeder gepaard zijn gegaan. Die kosten bedragen € 248,77. [X]s vordering in conventie (in het petitum onder 1.) beloopt daarmee € 2.628,12. 3.4. Zowel tijdens de comparitie van partijen als in haar conclusie van dupliek heeft [Y] zich verzet tegen de eisvermeerdering. Overigens heeft [Y] gemotiveerd verweer gevoerd. [Y] heeft de erfenis beneficiair aanvaard. Dat maakt dat zij ‘slechts’ vertegenwoordiger van de nalatenschap is. Zij is enkel in die hoedanigheid - en niet in privé, zoals hier gebeurt - aan te spreken. De vorderingen van [X] dienen alleen al om die reden te worden afgewezen, aldus [Y]. 3.5. Ook heeft [Y] de respectieve posten bestreden, waaruit [X]s vordering tot vervangende schadevergoeding is ‘opgebouwd’. Zij stelt dat de Auto eigendom was van moeder en dat [X] die onbevoegd heeft verkocht. [Y] bestrijdt verder de ‘echtheid’ van de Schuldverklaring en stelt dat [X] de restantschuld onjuist heeft berekend. Ten slotte ontkent [Y], dat zij beschikt over de rapporten en diploma’s waarvan [X] afgifte vordert. 3.6. In reconventie vordert [Y] - zakelijk weergegeven - een verklaring voor recht, dat [X] onrechtmatig jegens de nalatenschap heeft gehandeld door bedragen op te nemen van de girorekening van moeder en door goederen te ontvreemden. [Y] vordert van [X], ten titel van schadevergoeding wegens een door [X] gepleegde onrechtmatige daad, betaling (aan [Y] dan wel aan de nalatenschap) van een bedrag van € 7.009,89 en veroordeling van [X] in de kosten van het geding. 3.7. [X] heeft de reconventionele vordering bij conclusie van antwoord in reconventie gemotiveerd bestreden. 3.8. [Y], noch [X] heeft in reconventie gerepliceerd respectievelijk gedupliceerd. 4. De beoordeling 4.1. De rechtbank stelt een aantal zaken voorop. Nieuw erfrecht 4.2. Op 1 januari 2003 is het nieuwe erfrecht in werking getreden. Blijkens artikel 68a Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek (Ow NBW) heeft het nieuwe erfrecht in beginsel onmiddellijke werking, zij het dat reeds onder het oude recht verkregen rechten worden geëerbiedigd. Een en ander betekent, dat de rechtbank het nieuwe erfrecht aan haar oordeel ten grondslag dient te leggen. Verzet tegen eisvermeerdering 4.3. [Y] heeft zich in conventie tegen de vermeerdering van eis verzet. Tijdens de comparitie van partijen heeft [Y] aangevoerd, dat een wijziging van de eis in conventie niet mogelijk is, indien er gelegenheid is gegeven te antwoorden in reconventie. Bij conclusie van dupliek heeft [Y] haar verzet tegen de eisvermeerdering gehandhaafd. Zij volstaat in dat kader met het poneren van de betrekkelijk ‘kale’ stelling, dat de eisvermeerdering (mede gezien haar onredelijke grondslag) als strijdig met de procesorde moet worden beschouwd. [Y] stelt dat vordering alleen is bedoeld om het aantal vorderingen op haar te doen toenemen en door de veelheid aan vorderingen de aandacht van de hoofdzaak af te leiden. De eisvermeerdering dient daarom te worden afgewezen, aldus [Y]. 4.4. De rechtbank onderschrijft het standpunt van [Y] niet. Zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen, is de eiser op grond van het bepaalde in artikel 130 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bevoegd zijn eis of de gronden daarvan schriftelijk, bij conclusie of akte ter rolle, te veranderen of te vermeerderen. Voormelde ‘voorwaarden’ zijn vervuld. 4.5. Verder geldt dat [Y] haar stelling, dat de eisvermeerdering in strijd is met de goede procesorde, niet deugdelijk heeft onderbouwd. Nu ook overigens niet is gebleken, dat de eisvermeerdering leidt tot een onredelijke bemoeilijking van de verdediging dan wel tot een onredelijke vertraging van het geding, gaat de rechtbank aan de stelling van [Y] voorbij. 4.6. In punt 5 conclusie van dupliek heeft [Y] zich beroepen op het beginsel van hoor en wederhoor en het beginsel van ‘equality of arms’. Zij stelt in dat verband onder meer, dat zij nimmer gelegenheid heeft gekregen op de conclusie van antwoord in reconventie van [X] te reageren en dat [X] direct na het nemen van die conclusie van antwoord weer gelegenheid heeft gekregen een conclusie te nemen. Voormelde standpunten zijn onjuist. [Y] heeft tijdens de comparitie van partijen op de inhoud van de conclusie van antwoord in reconventie kunnen reageren. Verder geldt dat niets aan de indiening van een conclusie van repliek in reconventie in de weg stond. [Y] heeft daar evenwel van afgezien. Dat is een omstandigheid, die voor haar rekening en risico komt en dient te blijven. (Proces)positie oma en tante 4.7. Oma noch tante is partij in deze procedure. De door oma verstrekte volmacht reikt niet zover, dat zij [X] heeft gemachtigd om namens haar te procederen. Voorzover in [X]s vordering ook aanspraken van oma dan wel tante zijn begrepen, wordt (dat deel van) die vordering afgewezen. Rapporten en diploma’s 4.8. Datzelfde lot treft de vordering tot afgifte van de rapporten en diploma’s. Niet alleen heeft [Y] gemotiveerd betwist dat zij over die stukken beschikt, maar ook is [X] geen eigenaar van die documenten. Een andere rechtsgrond op basis waarvan [X] afgifte van de rapporten en diploma’s zou kunnen vorderen, is gesteld noch gebleken. Beneficiaire aanvaarding nalatenschap 4.9. [Y] beroept zich erop, dat zij alleen als vertegenwoordiger van de nalatenschap heeft te gelden, omdat zij deze slechts beneficiair heeft aanvaard. Zij stelt dat de omvang/waarde van de nalatenschap ontoereikend is om daaruit de gestelde vordering van [X] te kunnen voldoen. [Y] bestrijdt dat een eventueel tekort van de beneficiair aanvaarde nalatenschap op haar kan worden verhaald. 4.10. In reactie op dit verweer, voert [X] in punt 24 conclusie van repliek aan, dat [Y] steeds heeft gehandeld alsof zij de nalatenschap heeft aanvaard. [X] verwijst daarbij naar het feit dat [Y] geldopnames heeft gedaan en goederen uit de nalatenschap heeft verkocht. Die handelingen duiden erop, dat [Y] de nalatenschap heeft aanvaard, aldus [X]. 4.11. De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Vaststaat dat [Y] de nalatenschap beneficiair heeft aanvaard. De door [X] aangehaalde handelingen van [Y] maken dat niet anders. Zij passen binnen het kader van de wettelijk aan de vereffenaar opgedragen, hierna nader te omschrijven, taken. 4.12. De rechtsgevolgen van beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap (formeel: aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving) zijn onder meer, dat - behoudens de uitzonderingen in artikel 4:184 lid 2 BW - wordt voorkomen dat de erfgenaam (een) schuld(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.