Rechtbank Arnhem Sector civiel recht Rekestnummer: 05/359 Datum vonnis: 25 mei 2005 Vonnis op aangehecht verzoekschrift tot faillietverklaring van de vennootschap naar buitenlands recht Euro Import Ltd, h.o.d.n. De Stallenman, statutair gevestigd te Cardiff, Engeland mede gevestigd en kantoorhoudende te Leur, nader te noemen: verweerder. De gang van zaken Bij verzoekschrift d.d.d 3 maart 2005 hebben het rechtspersoonlijkheid bezittindenUitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen te Amsterdam (nader: het UWV) en het rechtspersoonleijkheid bezittinden College Zorgverzekeringen te Amstelveen (nader: het CZV) verzocht om verweerder in staat van faillissement te verklaren. Verweerder is niet ter zitting verschenen. Verzoekers hebben op voorhand een notitie d.d. 22 april 2005 overgelegd. De rechtbank heeft ter zitting bepaald dat op 18 mei 2005 uitspraak gedaan zou worden. Verzoekers is nadien bericht dat die uitspraak heden gedaan zou worden. De beoordeling De rechtbank is bevoegd om op het verzoek te beslissen (art. 3 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures (Pb L 160 van 30 juni 2000) en art. 2 lid 4 Fw.). De vordering van het UWV staat voldoende vast. Het CZV stelt een (eigen) vordering op verweerder te hebben ter zake van niet betaalde ziekenfondspremies. Het gaat in deze zaak om de vraag of het CZV als zelfstandig schuldeiser kan worden aangemerkt, naast het UWV. Het faillissement heeft immers uiteindelijk tot doel de verdeling van het vermogen van de gefailleerde – door de curator - onder de schuldeisers. Indien er slechts één schuldeiser is, dan valt er niets te verdelen en is (dus) geen sprake van een faillissementssituatie. Dit is een door de rechtspraak afgeleide vereiste voor de vaststelling dat de “toestand van hebben opgehouden te betalen” bestaat. Deze rechtbank heeft voornoemde vraag (is het CZV zelfstandig schuldeiser) eerder, in andere zaken, bevestigend beantwoord. Het gerechtshof Arnhem heeft dit standpunt bij arrest d.d. 5 augustus 2004 (JOR 2004, 289) bevestigd. Genoemd gerechtshof is echter onlangs op zijn beslissing teruggekomen en heeft bij arrest d.d. 21 februari 2005 (LJN AS8164, JOR 2005,82) beslist dat het CZV geen eigen vorderingsrecht heeft ten aanzien van ziekenfondspremies. De rechtbank komt tot hetzelfde oordeel en verwijst daarbij kortheidshalve naar het arrest van 21 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.