Rechtbank Arnhem Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 122350 / HA ZA 05-69 Datum vonnis: 29 juni 2005 Vonnis in de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats], eiser bij dagvaarding van 4 januari 2005, procureur mr. T.J. van Veen, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE WAGENINGEN, zetelend te Wageningen, gedaagde, procureur mr. K.J. Verrips. Het verloop van de procedure Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 13 april 2005 wordt naar dat vonnis verwezen. Ter uitvoering van dit tussenvonnis is een comparitie van partijen gehouden. Het proces-verbaal daarvan bevindt zich bij de stukken. Ten slotte is vonnis bepaald. De vaststaande feiten 1.1 [eiser] exploiteert thans een American Style pool restaurant aan de [adres] te [woonplaats]. In dit pand exploiteerde hij voordien een poolcafé. 1.2 Op 9 juli 2003 heeft de Gemeente aan [eiser] een brief met een voorwaarschuwing vestiging Poolcafe in strijd met de Leefmilieuverordening Centrum (hierna: LMV) gestuurd. Bij brief van 28 juli 2003 is namens [eiser] een zienswijze tegen deze voorwaarschuwing ingediend. 1.3 Bij schrijven van 8 september 2003 met als onderwerp “Dwangsombeschikking” heeft de Gemeente onder meer het volgende aan [eiser] meegedeeld: “Besluit Mochten wij na afloop van de gestelde termijn constateren dat u niet bent overgegaan tot het ongedaan maken van de overtreding dan zullen wij overgaan tot het opleggen van een last onder dwangsom van: - € 1.000,- per dag of een gedeelte van een dag dat u na afloop van de begunstigingstermijn een Poolcafé voert aan de [adres] te [woonplaats] en u uw inrichting niet sluit en gesloten houdt zolang u niet voldoet aan een gebruik dat overeenstemt met de voorschriften uit de LMV, dan wel voor zolang u het pand niet gebruikt op die wijze die kan worden getolereerd op grond van het overgangsrecht, met een maximum van € 50.000,-". Onder deze brief staat een bezwaarclausule. 1.4 Op 9,10,12,14,15,16 en 17 oktober 2003 hebben namens de Gemeente controles plaatsgevonden in het poolcafé van [eiser]. Bij brief van 27 oktober 2003 heeft de Gemeente aanspraak gemaakt op de volgens haar verbeurde dwangsommen van in totaal € 7.000,- voor de door haar op genoemde data geconstateerde voortzetting van de exploitatie van het poolcafé, waarvan een factuur op 31 oktober 2003 is opgemaakt en verzonden. 1.5 Bij brief van 12 december 2003 is [eiser] door de Gemeente gemaand deze factuur te betalen. In reactie daarop heeft [eiser] op 29 december 2003 laten weten dat er in zijn optiek geen dwangsommen zijn verbeurd. 1.6 Op 15 juni 2004 en 29 augustus 2004 heeft de Gemeente vervolgens aan [eiser] betalingsherinneringen gestuurd. 1.7 Op 22 november 2004 heeft de Gemeente aan [eiser] bij deurwaardersexploot een door B&W op 28 oktober 2004 afgegeven dwangbevel doen betekenen, waarin hem wordt bevolen het over de periode 9 oktober 2003 tot en met 17 oktober 2003 wegens dwangsommen verschuldigde bedrag van € 7.000,- vermeerderd met kosten en rente, binnen twee dagen te betalen, nu hij dit bedrag ondanks daartoe strekkende aanmaningen van 12 december 2003, 15 juni 2004 en 9 augustus 2004 nog niet heeft betaald. Daarbij is hem tevens aangezegd dat bij niet tijdige betaling zal worden overgegaan tot tenuitvoerlegging van dit bevel. 1.8 Bij eerder genoemde dagvaarding van 4 januari 2005 heeft [eiser] zich op de voet van de artikelen 5:33 juncto 5:26 lid 3 Awb tegen dit dwangbevel verzet. Het geschil
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.