Rechtbank Arnhem Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 123324 / HA ZA 05-233 Datum vonnis: 28 september 2005 Vonnis in de zaak van 1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HAZAG HOLDING B.V., 2.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DURA VERMEER BOUW EDE B.V., beiden gevestigd en kantoorhoudende te Ede, eiseressen, procureur mr. J.M. Bosnak, advocaat mr. F.P. Lomans, beiden te Arnhem, tegen [gedaagde], wonende te Ede, gedaagde, procureur mr. J.C.N.B. Kaal, advocaat mr. H.C.M. van Haastert, beiden te Arnhem. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 20 april 2005, - akte vermeerdering van eis van Hazag Holding c.s., met zes producties, - antwoor[gedaagde]an [gedaagde], - de ter gelegenheid van de comparitie van partijen bij brief van 10 augustus 2005 door Hazag Holding c.s. toegezonden (zes) producties, - het proces-verbaal van comparitie van 25 augustus 2005, Ten slotte is vonnis bepaald. De feiten 1.1. Hazag Holding is houdster van alle aandelen in Dura Vermeer. Dura Vermeer exploiteert een aannemersbedrijf in het pand aan de Galvanistraat 51 te Ede, bestaande uit een kantoorgebouw, een hal en een opslag- en parkeerterrein (hierna het bedrijfspand). Het bedrijfspand behoort in eigendom toe aan Hazag Holding. 1.2. Eind 2003/begin 2004 heeft Hazag Holding opdracht gegeven aan makelaar A.E. Kauffeld van Kauffeld Bedrijfshuisvesting B.V. te Ede een deel van het bedrijfspand te verkop[gedaagde]3. [gedaagde] exploiteert een onderneming in grafmonumenten en gedenktekens. In maart 2[gedaagde]ft [gedaagde], omdat zij op zoek was naar een nieuwe vestiging voor haar onderneming en/of opslagruimte, het bedrijfspand met de makelaar bezocht. Daarbij was tevens aanwezig H. Hazeleger, ontwikkelings-manager bij Dura Vermeer. 1.4. Kort daarna heeft Dura Ve[gedaagde]an [gedaagde] een optie verleend op een deel van het bedrijfspand en wel “tot 10 weken na ondertekening van deze optie-overeenkomst”. De op schrift gestelde “optie-overeenkomst” is gedateerd 31 maart 2004 en onderte[gedaagde]or [gedaagde] en (namens Dura Vermeer) door ing. [betrokkene 1], directeur van Hazag Holding en Dura Vermeer. In de overeenkomst is verder neergelegd dat op het terrein ten be[gedaagde]an [gedaagde] door Dura Vermeer een showroom en kantoorruimte zullen worden gerealiseerd en dat Dura Vermeer vooruitlopend op een definitieve koop-/aannemings-overeenkomst, op basis van het programma van eisen en w[gedaagde]an [gedaagde], het ontwerp door de architect wil laten aanpassen onder de voorwaarden van een kostenvergoeding. Overeengekomen werd dat Dura Vermeer zich verplicht een aangepast ontwerp “op basis van het door koper en verkoper aangegeven programma van eisen” aan van Dam-van de Weerd aan te bieden, waar[gedaagde]er [gedaagde] aan Dura Vermeer een kostenvergoeding verschuldigd is van € 10.000,-- exclusief omzetbelasting op het moment “waarop partijen wederzijds vaststellen dat er volgens de hiervoor aangegeven uitgangspunten geen koop-/ aannemingsovereenkomst tot stand zal worden gebracht”. Als totale maximale verkoopprijs is in de overeenkomst vermeld een bedrag van € 1.750.000,-- exclusief omzetbelasting en “eventuele extra aanvullingen op het programma van eisen daar niet inbegrepen”. 1.5. Dura Vermeer heeft in verband met het voorgaande opdracht gegeven aan Hurenkamp Architecten te Velp. Hurenkamp heeft op 7 juli 2004 het definitief ontwerp “nieuwbouw showroom en kantoor ‘in herinnering’ te Ede” uitgebracht. Dat - door de Welstandscommissie goedgekeurde - ontwerp is op enig moment[gedaagde]ns [gedaagde] eind augustus [gedaagde]an [gedaagde] ter hand geste[gedaagde]6. [gedaagde] heeft de in de optie-overeenkomst genoemde termijn van tien weken (welke termijn eindigde op 9 juni 2004) ongebruikt laten verstrijken. Wel heeft zij op enig moment nadien, met goedvinden van Dura Vermeer/Hazag Holding, het terrein behorend bij het bedrijfspand ten behoeve van haar onderneming in gebruik genomen voor de opslag van grafmonumenten en gedenktekens. 1.7. Bij de stukken bevindt zich een brief van 16 juli 2004 waarin Dura Ve[gedaagde]an [gedaagde] een aanbieding doet voor een koop- en aannemingsovereenkomst op basis van de eerder gesloten optie-overeenkomst. Als verkoopprijs voor de grond, opstallen en de te realiseren nieuwbouw inclusief bijkomende kosten noemt Dura Vermeer een bedrag van € 1.775.000,-- exclusief omzetbelasting. 1.8. Op 27 september 2004 heeft op het kantoor van Dura Vermeer een bespreking plaatsgevonden. Aanwezig waren genoemde Hazeleger namens Dura[gedaagde]r, [gedaagde] en makelaar Kauffeld. Gesproken is toen over de koop/verkoop van het bedrijfspand. 1.9. Bij brief van 1 oktober 2004 heeft Kauffeld aan Van Putten Van Apeldoorn, notarissen te Ede (ter attentie van mr. N.B.L. Taselaar), verzocht de koopovereenkomst met betrekking tot het bedrijfspand op te stellen. In oktober 2004 heeft de notaris de concept koopovereenkomst opgesteld. Als koopprijs is vermeld € 900.000,--. Over de eerder bedoelde aannemingsovereenkomst is in de concept-koopovereenkomst in artikel 19 neergelegd: 1. In verband met de ontwikkeling(ver)bouw van het verkochte zijn door koper en Dura Vermeer Bouw B.V. een optie-overeenkomst en bouwteamovereenkomst gesloten, waarvan kopieën aan deze akte zijn gehecht en een onverbrekelijk geheel vormen met de onderhavige koopovereenkomst. 2. In verband met het in het vorige lid bepaalde zijn partijen het volgende overeengekomen, hetgeen woordelijk in de akte van levering zal worden opgenomen: (....) 2. Inhoud verplichting a. Partij 1 (Hazag Holding; de rechtbank) verbindt zich jegens [gedaagde]2 ([gedaagde]; de rechtbank) als volgt om indien partij 1 wenst over te gaan tot bebouwing van het registergoed ten aanzien van de alsdan te stichten (bouw)werken een aannemingsovereenkomst aan te gaan met partij 1 tegen een marktconforme aanneemsom en voorwaarden en waarbij de tussen partij 1 en partij 2 gesloten optieovereenkomst de dato eenendertig maart tweeduizend en vier en de bouwteamovereenkomst de dato ***, welke aan deze akte zijn gehecht, als uitgangspunt voor de totstandkoming van de aannemingsovereenkomst zullen gelden. b. Partij 1 verbindt zich voorts jegens partij 2 om met geen ander dan partij 2 een aannemingsovereenkomst met betrekking tot de sub 2.a bedoelde (bouw)werken aan te gaan”. Deze concept-koopovereenkomst is in oktober 2004 door Kauffeld verzonden aan Hazag Holdin[gedaagde]en [gedaagde]. 1.10. Bij brief van 2 november 2[gedaagde]ft [gedaagde] aan Hazag Holding geschreven dat zij om haar moverende redenen afziet van de “onroerend goed transactie”. 1.11. Daarop heeft Dura Vermeer bij brief van 3 november[gedaagde]an [gedaagde] als volgt geantwoord: “Wilt u per omgaande de bijgevoegde factuur voldoen, deze dient vóór of op 5 november 2004 te zijn voldaan. Zodra het bedrag op onze rekening is bijgeschreven kunt u maandag 8 november a.s. de door u op het terrein opgeslagen natuurstenen elementen van het terrein verwijderen (...). Voor de goede orde melden wij u dat vanaf heden het terrein niet meer voor u toegankelijk is”. Op de bijgevoegde factuur zijn vermeld de bedragen van € 10.000,-- wegens “ontbinding optie-overeenkomst” en van € 6.575,-- in verband met “huur buitenterrein van 1 juli 2004 t/m 5 november 2004”. 1.12. Op 12 november 2[gedaagde]ft [gedaagde] aan Hazag Holding geschreven: “Betreffende: optie-overeenkomst 31 maart 2004 c.q. beëindiging (...) Helaas deel ik u mede dat de onderhandelingen door diverse te betreuren redenen met ingang van heden zijn beëindigd. Graag ontvang ik van u twee aparte facturen van de desbetreffende rechtspersonen waar afspraken mee zijn gemaakt in het verleden. Wij zullen zorgdragen dat al onze goederen (...) voor 30 november 2004 worden verwijderd (...) De facturen worden voor 30 november ’04 door ons voldaan”. 1.13. Bij brief van 17 november 2004 heeft de advocaat van Hazag Holding c.s. aan [gedaagde] geschreven dat omstreeks 27 september 2004 een (perfecte) koopovereenkomst met betrekking tot het bedrijfspand tot stand is gekomen en haar gesommeerd binnen vijf dagen mee te delen dat zij die koopovereenkomst zal nakomen. Bij brief van 21 december 2004 heeft de advocaat van Hazag Holding [gedaagde] nogmaals in diezelfde zin gesommeerd met de mededeling dat, indien daaraan niet wordt voldaan, Hazag Holding de overeenkomst buitengerechtelijk ontbindt en de als gevolg daarvan geleden/te lijden schade zal vorderen. 1.14. Bij brief van 29 november 2004 heeft Dura Vermeer aan [gedaagde] geschreven: “Op donderdag 25 november 2004 heeft uw personeel tijdens het laden en lossen de muur van ons bedrijfspand beschadigd. Wij stellen u aansprakelijk voor de door ons geleden schade en zullen u zo spoedig mogelijk onze rekening doen toekomen”. 1.15. Bij brief van 16 maart 2005 heeft Hazag Holding aan [gedaagde] de bedoelde rekening gezonden, met verzoek het factuurbedrag ad € 3.193,96 inclusief omzetbelasting aan Hazag Holding te voldoen. Het geschil 2. Hazag Holding c.s. hebben primair gevorderd [gedaagde] te veroordelen aan hen te betalen: a. € 90.000,--, dan wel een bedrag nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2004, b. € 80.000,--, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2004, c. € 3.193,96, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 november 2004. 3. Hazag Holding c.s. hebben aan de vorderingen sub 2.a en b ten grondslag gelegd dat tussen de partijen omstreeks 27 september 2004 een koopovereenkomst tot stand is gekomen en dat [gedaagde] jegens hen toerekenbaar tekort is geschoten door haar verplichtingen uit die overeenkomst niet na te komen. Hazag Holding c.s. hebben de overeenkomst daarom terecht buitengerechtelijk mogen ontbinden en [gedaagde] is gehouden de als gevolg daarvan door hen geleden schade te vergoeden. Hazag Holding heeft haar schade voortvloeiend uit het niet doorgaan van de koopovereenkomst begroot op € 90.000,--. Dat is het verschil tussen de overeengekomen koopprijs ad € 900.000,-- en de werkelijke waarde van het bedrijfspand of de in de toekomst te realiseren lagere verkoopprijs, door Hazag Holding “conform gebruik” vastgesteld op een bedrag van 10% van de koopprijs. Dura Vermeer heeft haar schade voortvloeiend uit het niet doorgaan van de aannemingsovereenkomst begroot op € 80.000,-- wegens geleden verlies en gederfde winst, zoals dat is gespecificeerd in productie 16 bij de dagvaarding, waarbij is uitgegaan van een aanneemsom van (€ 1.775.000 - € 900.000,-- =) € 875.000,--. Aan de vordering sub 2.c hebben Hazag Holding c.s., naast de hiervoor onder 1.14 en 1.15 vermelde feiten, ten grondslag gelegd dat een werknemer althans een opdrachtnemer van [gedaagde], de heer Westmaas, op 25 november 2004 tijdens laad- en loswerkzaamheden op het terrein van Hazag Holding met een vorkheftruck tegen het bedrijfspand is gereden waardoor een muur is ontzet/beschadigd. Voor de daardoor ontstane schade houden zij [gedaagde] als werkgeefster/opdrachtgeefster aansprakelijk. 4. Subsidiair, voor het geval mocht worden geoordeeld dat tussen de partijen geen overeenkomst tot stand is gekomen, hebben Hazag Holding c.s. gevorderd [gedaagde] te veroordelen tot, naar keuze van Hazag Holding c.s.: a. dooronderhandelen of tot betaling van: b. de kosten van de architecten ad € 12.792,50 danwel het in de optie-overeenkomst overeengekomen bedrag van € 10.000,-- te vermeerderen met de omzetbelasting (in totaal € 11.900,--), c. een vergoeding voor het gebruik van het opslagterrein gedurende de periode van 1 juli 2004 tot en met 5 november 2004 tot een bedrag van (uitgaande van een terrein van 1.250 m² en een prijs van € 15,-- per m² op jaarbasis) € 6.575,--, de bedragen sub b en c te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2004, d. de (verdere) schade die Hazag Holding c.s. hebben geleden als gevolg van het onrechtmatig afbreken van de onderhandelingen door [gedaagde], nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet 5. [gedaagde] heeft het gevorderde gemotiveerd weersproken op gronden die hierna aan de orde zullen komen. De beoordeling 6. De eerste vraag die moet worden beantwoord is of tussen Hazag Holding en [gedaagde] een koopovereenkomst tot stand is gekomen, zoals Hazag Holding c.s. hebben gesteld en [gedaagde] heeft betwist. 7. De verklaringen van Hazeleger (namens Hazag Holding c.s.) en [gedaagde] tijdens de comparitie hebben op dat punt niet de vereiste duidelijkheid gebracht. Hazeleger heeft daarover verklaard dat (nadat de in de optie-overeenkomst vermelde termijn was verstreken) Hazag Holding c.s. de offerte voor een koop- en aannemingsover-eenkomst d.d. 16 juli 2004 aan Westmaas hebben overhandigd, maar dat die offerte inhoudelijk niet meer is besproken omdat [gedaagde] nadien telefonisch had verzocht de bouw uit te stellen. Over de daarna op 27 september 2004 gehouden bespreking heeft Hazeleger verklaard: “Wij hebben toen aan tafel gezeten, details besproken en geconstateerd dat de bouw uitgesteld zou worden. Wat betreft de koopprijs: oorspronkelijk was die in de offerte voor de koop- aannemingsovereenkomst gesteld op € 875.000,--. Bij alleen koop moest dat iets meer worden omdat ik kosten moest maken om het verkochte pand gebruiksklaar te maken. Ik heb daarom de prijs toen gesteld op € 900.000,--. Daarover is verder niet onderhandeld. Mevrouw [gedaagde] was akkoord. Wij hebben afgesproken dat de leverdatum 1 december 2004 zou zijn, vastgesteld wie de notaris zou zijn en vastgesteld dat wij een bouwclaim hebben.” [gedaagde] heeft ontkend dat zij de offerte van 16 juli 2004 (via Westmaas) heeft ontvangen. Zij heeft eveneens betwist dat zij telefonisch heeft verzocht de bouw uit te stellen. Over de op 27 september 2004 gehouden bespreking heeft zij verklaard: “Ik heb het gesprek nogal als overrompelend ervaren. Er werd als het ware voor mij besloten dat er nu vast een koopcontract opgesteld moest worden. Ik heb nog gezegd dat Hazeleger wel hard van stapel liep. Ik begreep ook niet waarom ik nu € 25.000,-- meer moest betalen voor de onroerende zaak. Wat mij betreft heb ik toen ook niet definitief met een koopovereenkomst ingestemd. Ik was nog bezig met de bank en ook overigens was ik er nog niet uit. Ik was vervolgens verrast dat ik een concept akte van de notaris kreeg. Ik heb toen opgebeld om te vragen wat dit te betekenen had. Hij is vervolgens persoonlijk bij mij gekomen om uit te leggen dat hij opdracht had gekregen dit concept te maken”. 8. Gelet op het gemotiveerde verweer van [gedaagde] zullen Hazag Holding c.s. hun stelling dat tussen Hazag Holding en [gedaagde] een koopovereenkomst tot stand is gekomen, in het bijzonder tijdens de bespreking op 27 september 2004, moeten bewijzen. Zij zullen daartoe overeenkomstig hun aanbod worden toegelaten 9. Als Hazag Holding c.s. slagen in het bewijs moeten de vorderingen sub 2.a en b aan de orde komen. Reeds nu wordt overwogen dat Hazag Holding c.s. die schadeposten dan nader zullen moeten toelichten. a. Wat betreft de door Hazag Holding gevorderde schadevergoeding wegens het niet doorgaan van de koop (de vordering sub 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.