vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 133685 / KG ZA 05-695 Vonnis in kort geding van 21 december 2005 in de zaak van 1. [eiser 1], 2. [eiser 2], beiden wonende te [woonplaats], eisers, procureur en advocaat mr. A.L. van Korlaar van Blijenburgh te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, tegen 1. [gedaagde 1], 2. [gedaagde 2], beiden wonende te [woonplaats], gedaagden, procureur mr. H.J.D. ter Waarbeek te Nijkerk, advocaat mr. P.G.F.M. van Oss te Harderwijk. Partijen zullen hierna [eiser 1] c.s. en [gedaagde 1] c.s. genoemd worden. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling - de pleitnota van [eiser 1] c.s. en de daarbij behorende producties - de pleitnota van [gedaagde 1] c.s. en de daarbij behorende producties. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. De feiten Partijen hebben in juni 2002 ieder een gedeelte van een ruim 5.300 m² groot bedrijfsterrein gekocht gelegen aan de [adres] te [woonplaats] met de bedoeling dit terrein gezamenlijk te ontwikkelen c.q. daarop (ieder) bedrijfsruimte en een woning te bouwen. Op 6 januari 2003 heeft de eigendomsoverdracht van het terrein aan partijen plaatsgevonden. [gedaagde 1] c.s. werd eigenaar van een viertal percelen met de huidige kadastrale nummers O 629, O 630, O 631 en O 632 en [eiser 1] c.s. verkreeg de eigendom van het achter die percelen gelegen perceel met het huidige kadastrale nummer O 624. Ter verduidelijking van de plaatselijke situatie is achter dit vonnis een fotokopie van de bij de akte van eigendomsverkrijging behorende tekening gehecht. Daarbij wordt opgemerkt dat de aanduiding “A” op die tekening verwijst naar de percelen die eigendom zijn van [gedaagde 1] c.s. en de aanduiding “B” naar het perceel van [eiser 1] c.s. 2.2. In vorenbedoelde akte is (op pagina 5) ten behoeve van het perceel van [eiser 1] c.s. en ten laste van de percelen van [gedaagde 1] c.s. de erfdienstbaarheid van uitweg gevestigd om op de voor het dienend erf minst bezwarende wijze te komen van en te gaan naar de openbare weg [adres] via de ter plaatse aan te leggen uitweg met de bepaling dat deze uitweg te allen tijde onbelemmerd zal kunnen worden gebruikt. Op de aangehechte tekening is deze uitweg gekruist gearceerd weergegeven. Daaruit blijkt dat ter hoogte van de erfgrens tussen de percelen van partijen de uitweg breder is dan het overige gedeelte van de uitweg. 2.3. Voorts is omtrent de erfdienstbaarheid in de akte -voor zover thans van belang- het volgende opgenomen: “(...) Partijen verklaarden dat dit recht is gevestigd onder de volgende voorwaarden: 1. (...) 2. het is de eigenaar van het dienend erf toegestaan de uitweg te gebruiken als parkeerplaats voor motorrijtuigen, materialen of andersoortige voorwerpen, echter op zodanige wijze dat de doorgang voor de eigenaar van het heersend erf niet wordt belemmerd. 3. de eigenaar van het heersend erf heeft het recht de tot weg bestemde strook grond te belopen en te berijden met fietsen, bromfietsen, motoren en auto’s (...).” 2.4. De respectievelijke bedrijfsgebouwen en woningen van partijen zijn inmiddels door hen gerealiseerd, evenals de hiervoor bedoelde uitweg. [eiser 1] c.s. oefent op zijn perceel een poeliersbedrijf uit. Hij gebruikt hiervoor een tegenover zijn woning gelegen bedrijfshal met daarnaast een overkapping voor het laden en lossen van pluimvee. Ten behoeve daarvan dienen dagelijks verschillende vrachtwagens en busjes van toeleveranciers op het perceel van [eiser 1] c.s. te zijn. Zij maken daarbij gebruik van de onderhavige uitweg. 2.5. [gedaagde 1] c.s. heeft de hem in eigendom toebehorende bedrijfsgebouwen verhuurd aan derden. Een van hen is de werkgever van [gedaagde 1], Multiline B.V., wiens vrachtwagen door [gedaagde 1] wordt gebruikt en regelmatig -ook overdag- door hem op de uitweg wordt geparkeerd, meestal op het (brede) gedeelte van de uitweg dat schuin tegenover de overkapping van [eiser 1] c.s. is gelegen. [gedaagde 1] c.s. heeft op de uitweg ter hoogte van de erfgrens met het perceel van [eiser 1] c.s., eveneens op het brede gedeelte van de uitweg en schuin tegenover de overkapping van [eiser 1] c.s., een container geplaatst waarin zich bouwmaterialen bevinden. [gedaagde 1] c.s. heeft op de stoepen van zijn bedrijfsruimten en zijn woning een aantal grote zwerfkeien neergelegd. Het geschil [eiser 1] c.s. stelt dat door de onder de feiten sub 2.5. geschetste handelwijze van [gedaagde 1] c.s. het recht van uitweg van [eiser 1] c.s. op onaanvaardbare wijze wordt belemmerd. Volgens [eiser 1] c.s. worden met name door de aanwezigheid van de container en de geparkeerde vrachtwagen van [gedaagde 1] c.q. Multinline B.V. schuin tegenover de overkapping naast zijn bedrijfshal de in- en uitdraai voor vrachtwagens en busjes van en naar die overkapping in ernstige mate bemoeilijkt. Daarnaast verhinderen de door/namens [gedaagde 1] c.s. geplaatste zwerfkeien en de door/namens de huurders van [gedaagde 1] c.s. eveneens op de uitweg geplaatste goederen en busjes in de visie van [eiser 1] c.s. een onbelemmerde doorgang via de uitweg. 3.2. Op grond van het vorenstaande vordert [eiser 1] c.s. - samengevat - [gedaagde 1] c.s. te veroordelen tot nakoming van de bepalingen inzake het recht van erfdienstbaarheid van uitweg, vermeld in de akte van eigendomsoverdracht van 6 januari 2003, en ervoor te zorgen dat van dit recht van uitweg door [eiser 1] c.s. een onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt c.q. dat de objecten die dit gebruik frusteren, worden verwijderd en verwijderd worden gehouden, een en ander versterkt met een dwangsom. [eiser 1] c.s. vordert tevens [gedaagde 1] c.s. te veroordelen om ervoor zorg te dragen dat alle huurders van zijn bedrijfspanden op de hoogte zijn van het recht van uitweg van [eiser 1] c.s. en dat recht eerbiedigen en onbelemmerd laten plaatsvinden, eveneens versterkt met een dwangsom. 3.3. [eiser 1] c.s. stelt een spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen te hebben, omdat hij de certificering van zijn bedrijf dreigt te verliezen als hij niet op korte termijn ervoor zorgt dat het verladen van vers pluimvee plaatsvindt onder zijn overkapping, die thans voor vrachtwagens niet of nauwelijks bereikbaar is vanwege de door/namens [gedaagde 1] c.s. geplaatste obstakels. In dit verband heeft [eiser 1] c.s. verwezen naar de door hem overgelegde brief van een medewerker van de Inspecties en Controle, team Druten, van het VWA/RVV naar aanleiding van een door die medewerker op 15 september 2005 op het bedrijf van [eiser 1] c.s. uitgevoerde inspectie. 3.4. [gedaagde 1] c.s. voert gemotiveerd verweer. Hij ontkent dat de door hem op de uitweg geplaatste/geparkeerde materialen/voertuigen de doorgang voor [eiser 1] c.s. via de uitweg op onaanvaardbare wijze belemmeren. Daarnaast acht hij zich niet verantwoordelijk/aansprakelijk voor het gedrag van zijn huurders. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. De beoordeling Blijkens de inhoud van de hiervoor onder 2.3. geciteerde akte waarin de onderhavige erfdienstbaarheid is gevestigd, geldt als uitgangspunt dat het aan [eiser 1] c.s. toekomende recht van uitweg niet mag worden belemmerd. [gedaagde 1] c.s. mag de uitweg weliswaar gebruiken als parkeerplaats voor voertuigen e.d. maar alleen op zodanige wijze dat de doorgang voor [eiser 1] c.s. niet wordt belemmerd. Voor de beantwoording van de vraag of hiervan sprake is, is het volgende van belang. 4.2. Als onweersproken staat vast dat het gedeelte van de uitweg dat grenst aan het perceel van [eiser 1] c.s., conform de aan de akte gehechte tekening breder is dan het overige gedeelte van de uitweg. De voorzieningenrechter leidt daaruit af dat het de bedoeling van partijen is (geweest) dat [eiser 1] c.s. ook dat gedeelte van de uitweg mag gebruiken. Dat ligt ook voor de hand, omdat dat gedeelte schuin tegenover de overkapping van [eiser 1] c.s. ligt en aannemelijk is (de stelling van [eiser 1] c.s.) dat hij (ook) dat gedeelte nodig heeft om de in- en uitdraai van en naar zijn overkapping te kunnen maken. Niet valt dan in te zien waarom [gedaagde 1] c.s. juist op dat gedeelte een container heeft geplaatst en (regelmatig) een vrachtwagen parkeert. Uit de ter zitting overgelegde foto’s en tekening(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.