Vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector kanton Locatie Wageningen zaakgegevens 422153 \ CV EXPL 05-4750 \ 163 ph uitspraak van 10 mei 2006 Vonnis in de zaak van [eiser] wonende te Rheden eisende partij gemachtigde DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V. tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Exendis B.V. gevestigd te Ede gedaagde partij gemachtigde mr. T.J.C.M. Broekman Partijen worden hierna [eiser] en Exendis genoemd. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit - de dagvaarding van 25 november 2005 met producties - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek. De feiten De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten. [eiser] is op 2 januari 2002 bij Exendis als magazijnmedewerker gaan werken op een uitzendcontract. Met ingang van 1 september van dat jaar is hij rechtstreeks bij Exendis in dienst gekomen. Om bedrijfseconomische redenen heeft Exendis aan het CWI toestemming voor ontslag gevraagd van een groep medewerkers, onder wie [eiser]. De toestemming is verleend en het ontslag is tegen 1 september 2005 aangezegd. Op de ontslagen is een sociaal plan van toepassing dat tot stand is gekomen in onderhandelingen tussen Exendis en enkele bonden. Exendis biedt [eiser] een ontslagvergoeding aan op basis van 3 dienstjaren ter hoogte van € 4.754,88 bruto. De vordering en het verweer [eiser] vordert verklaring voor recht dat correcte toepassing van artikel 4.1 van het sociaal plan leidt tot een afvloeiingsregeling gebaseerd op 4 dienstjaren, wat neerkomt op € 6.339,84 bruto; alsmede vordert hij veroordeling van Exendis tot betaling van € 500,- voor buitengerechtelijke incassokosten, kosten rechtens. [eiser] voert aan dat de periode dat hij als uitzendkracht heeft gewerkt moet worden meegenomen in de berekening van de afvloeiingssom. Exendis heeft gemotiveerd verweer gevoerd. De beoordeling
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.