vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 135427 / HA ZA 05-2350 Vonnis van 12 juli 2006 in de zaak van 1. [eiser], wonende te [woonplaats], 2. [eiseres] wonende te [woonplaats], eisers, procureur mr. J.C.N.B. Kaal, tegen de stichting STICHTING ZIEKENHUIS GELDERSE VALLEI, gevestigd te Ede, gedaagde, procureur mr. H. van Ravenhorst. Eisers zullen hierna gezamenlijk worden genoemd [eiser] c.s., afzonderlijk [eiser] respectievelijk [eiseres] en gedaagde zal worden genoemd het ziekenhuis. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 26 april 2006 - het proces-verbaal van comparitie van 19 juni 2006. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1 [eiser] heeft in oktober 2001 besloten zich te laten steriliseren. Via zijn huisarts, [betrok[betrokkene1] te [woonplaats], is per fax een aanvraag voor een vasectomie (sterilisatie) ingediend bij de afdeling Chirurgie/Heelkunde van het ziekenhuis. 2.2. De vasectomie beiderzijds heeft plaatsgevonden op 16 november 2001 en is verricht door chirurg [betrok[betrokkene2]. Het PA-verslag van de vasectomie van 19 november 2001 vermeldt: “Copie h.a.: ([betrokkene1])”. 2.3. In augustus 2002 heeft [eiser] sperma ingeleverd voor een controle op levende zaadcellen. De rapportage van het laboratorium van 28 augustus 2002 vermeldt: “Sp. Gezien? Ja Sp. In sed. ? 50 Levend ? 5”. 2.4. Volgens afspraak heeft [eiseres] op 6 september 2002 telefonisch contact opgenomen met het ziekenhuis om de uitslag van de spermacontrole te vernemen. In verband met de afwezigheid van [betrokkene2] nam zijn collega [naam] diens praktijk waar. De uitslag is door een poliklinisch assistente aan [eiseres] doorgegeven. De chirurgische poli-status vermeldt: “6-9-02 Uitslag doorgegeven. Nogmaals.” In de kantlijn van de poli-status staat voorts ‘[naam]’ vermeld. 2.5. De huisarts van [eiser] c.s. is door het ziekenhuis niet op de hoogte gesteld van de uitslag van de spermacontrole. 2.6. In november 2003 bleek [eiseres] zwanger te zijn. Haar huisarts heeft informatie opgevraagd bij [betrokkene2] waaruit volgde dat tijdens de spermacontrole op 27 augustus 2002 levende spermacellen aanwezig zijn geweest. [eiser] heeft vervolgens wederom sperma ingeleverd bij het ziekenhuis, waar na controle bleek dat er levende zaadcellen aanwezig waren. 2.7. Op 7 februari 2004 heeft [eiser] bij de klachtencommissie van het ziekenhuis een klacht ingediend. In het kader van die klachtenprocedure heeft [betrokkene2] op 26 februari 2004 (onder meer) aan de commissie geschreven: “(...) Op 16-11-01 heeft onder locaal anesthesie een vasectomie beiderzijds plaatsgevonden bij de heer [eiser]. Bij controle op 27-08-02 bleek sprake van meer dan vijftig spermatozoön in het sperma, waarvan meer dan vijf levend. Patiënt zegt hierop tijdens telefonisch overleg van de polikliniek-assistent gehoord te hebben dat de uitslag goed was. Daarentegen schrijft collega [naam] in het verslag van het poliklinisch dossier op 06-09-02, dat de uitslag is doorgegeven, en dat het onderzoek nogmaals dient te geschieden. (...) Deze manier van doorgeven van een uitslag wordt in ons ziekenhuis al vele jaren gebezigd bij honderden patiënten in totaal en heeft tot op heden niet de problemen opgeleverd zoals nu bij de heer [eiser]. Waarom de informatie overdracht naar de heer [eiser] onjuist is verlopen, is mij niet bekend en helaas ook niet te achterhalen. Aangezien deze problemen zich in het verleden nooit hebben voorgedaan wordt ook niet standaard de huisarts ingelicht en wordt ook geen controle op de uitslag uitgevoerd voor herhalingsoproepen. (...)”. In reactie op diezelfde klacht heeft [naam], unithoofd polikliniek chirurgie, op 1 maart 2004 (onder meer) geschreven: “(...) Momenteel is de procedure als volgt: * patiënt levert sperma in en maakt telefonische afspraak bij behandelend chirurg * patiënt belt naar chirurg, chirurg bekijkt laboratoriumuitslag (deze zit in status patiënt) * chirurg geeft uitslag aan patiënt door óf * chirurg geeft poliassistente toestemming om (de door hem geziene) uitslag door te geven * als de uitslag goed is vindt er geen herhaling van onderzoek plaats * als de uitslag ‘fout’ is wordt de patiënt gevraagd het onderzoek te herhalen. Deze procedure was in onze optiek sluitend, er zijn tot nu toe geen redenen geweest om hier kritisch naar te kijken en eventuele wijzigingen aan te brengen. In het geval van dhr. [eiser] lijkt een andere uitslag doorgegeven dan er in de status vermeld staat. Het is voor mij niet (meer) mogelijk om te achterhalen welke polikliniekassistentes bij het betreffende spreekuur gezeten hebben. Ik kan daarom geen navraag doen wat er in het geval van dhr. [eiser] gebeurd is. De uitslag van het spermaonderzoek wordt rechtstreeks aan de patiënt doorgegeven, mede om deze reden wordt de huisarts niet ingelicht. (...)”. 2.8. [eiser] heeft op 23 maart 2004 een re-vasectomie beiderzijds ondergaan, uitgevoerd door [betrokkene2]. 2.9. Op 24 juni 2004 is [eiseres] bevallen van een dochter, het vierde kind in het gezin van [eiser] c.s. 2.10. De klachtencommissie van het ziekenhuis heeft in haar uitspraak van 5 juli 2004 de klacht van [eiser] gegrond bevonden: “(...) Uit de schriftelijke rapportage en het gesprek met de commissie blijkt dat niet meer is te achterhalen wie de verkeerde uitslag heeft doorgegeven aan mevrouw [eiser] en hoe dit heeft kunnen gebeuren. In het dossier staat vermeld dat de uitslag is doorgegeven met de aantekening “nogmaals”. Ook het woord “nogmaals” levert problemen op omdat niet duidelijk kan worden gemaakt door betrokkenen wat er in de behandeling van de heer [eiser] mee wordt bedoeld. De commissie is van oordeel dat de verslaglegging onvolledig is geweest gezien de onduidelijkheid over de uitslag van de vervolgprocedure alsmede gezien het feit dat niet is aangetekend wie, welke uitslag aan mevrouw [eiser] heeft doorgegeven. Het ontbreken van een schriftelijke bevestiging van de uitslag aan de heer [eiser] is mede oorzaak van het feit dat de heer [eiser] niet opnieuw is opgeroepen voor nader onderzoek van zijn sperma. De commissie is van oordeel dat de gevolgde procedure onzorgvuldig is geweest. De huisarts heeft de heer [eiser] verwezen naar de chirurg, de heer [betrokkene2]. De heer [betrokkene2] heeft geen voorgesprek met een patiënt over de voorgenomen ingreep. De commissie is van mening dat de hulpverlener, in dit geval een chirurg, een eigen verantwoordelijkheid heeft voor het juist en volledig informeren van zijn patiënten omtrent een ingreep. De commissie heeft met verbazing kennis genomen van het gegeven dat een huisarts die een patiënt verwijst voor een poliklinisch behandeling na de behandeling van zijn patiënt hier geen bericht van krijgt. Een bericht naar de huisarts wordt volgens de heer [betrokkene2] alleen gestuurd als het een klinische opname betreft. De commissie kan in deze met de heer [eiser] meegaan dat het hem en zijn vrouw vreemd voor kwam dat de huisarts niet op de hoogte was van de sterilisatie toen zij voor de zwangerschap van mevrouw [eiser] op het spreekuur kwamen. (...) De commissie acht op grond van bovenstaande overwegingen de klacht gegrond. (...)” 2.11. In juli 2004 heeft [eiser] opnieuw sperma ingeleverd voor controle, waarna hem bij brief van 12 augustus 2004 is medegedeeld dat er geen levende spermacellen meer zijn aangetroffen en [eiser] de sterilisatie als geslaagd kan beschouwen. Van die brief is een kopie verzonden aan de huisarts van [eiser] c.s.. 2.12. Bij brief van 18 november 2004 heeft de advocaat van [eiser] c.s. het ziekenhuis aansprakelijk gesteld voor de schade die zij stellen te lijden als gevolg van de door het ziekenhuis gemaakte fouten. Bij brief van 4 maart 2005 heeft de verzekeraar van het ziekenhuis, Medirisk, aansprakelijkheid afgewezen. 3. Het geschil 3.1. [eiser] c.s. vorderen dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: - voor recht zal verklaren dat het ziekenhuis aansprakelijk is voor het verwijtbaar onzorgvuldig medisch handelen in het ziekenhuis althans voor de in het ziekenhuis door (een van) zijn medewerkers begane onrechtmatige daad in de periode vanaf oktober 2001 en dat het ziekenhuis derhalve gehouden is de als gevolg van deze medische kunstfout althans onrechtmatige daad geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade aan [eiser] c.s. te vergoeden; - het ziekenhuis zal veroordelen om aan [eiser] c.s. tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 25.000,--, zulks ter vergoeding van c.q. als voorschot op de voornoemde schade; - het ziekenhuis zal veroordelen in de kosten van deze procedure. 3.2. Aan hun vorderingen leggen [eiser] c.s. kort gezegd de navolgende verwijten ten grondslag: a. er is geen sprake van informed consent; b. er is onjuiste informatie aan [eiser] c.s. verstrekt over de uitslag van de sterilisatie; c. door de gebrekkige verslaglegging valt niet na te gaan wie op 6 september 2002 met [eis[eiseres] heeft gesproken en welke uitslag - “nogmaals” kan op van alles duiden - aan haar is doorgegeven; d. de wijze van informatieoverdracht – niet rechtstreeks door de chirurg maar via zijn poliklinisch assistente – verhoogt het risico op fouten bij de informatieoverdracht; e. het ziekenhuis handelt onzorgvuldig doordat de uitslag niet schriftelijk wordt bevestigd, doordat er geen uitnodiging voor een tweede c.q. hercontrole aan de patiënt wordt gestuurd en op de naleving daarvan geen toezicht wordt uitgeoefend en doordat niet standaard twee spermacontroles worden uitgevoerd; f. de huisarts is na de ingreep niet geïnformeerd over het resultaat; g. het ziekenhuis heeft tijdens de “tweede” sterilisatie ondanks het verzoek daartoe van [eiser] nagelaten te onderzoeken wat er mis is gegaan tijdens de eerste sterilisatie. Volgens [eiser] c.s. is het ziekenhuis daardoor primair tekortgeschoten in de nakoming van zijn verbintenissen uit hoofde van de behandelovereenkomst met [eiser] c.s., althans [eiser]. Subsidiair menen zij dat het ziekenhuis aldus onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld. De schade die zij dientengevolge stellen te hebben geleden bestaat onder meer uit kosten opvoeding van het kind, derving van inkomen en immateriële schade. 3.3. Het ziekenhuis bestrijdt dat het onzorgvuldig heeft gehandeld en heeft bovendien als verweer gevoerd dat niet vaststaat dat [eiser] de vader is van het op 24 juni 2004 geboren kind. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. De kern van het geschil vormt, kort gezegd, de vraag of het ziekenhuis (althans aldaar werkzame personen) onzorgvuldig heeft gehandeld bij de informatieverstrekking vóór en na de sterilisatie van [eiser]. Foutieve mededeling uitslag 4.2. Het meest verstrekkende verwijt dat [eiser] c.s. het ziekenhuis maken is dat een poliklinisch assistente van het ziekenhuis aan [eis[eiseres] tijdens het telefoongesprek op 6 september 2002 onjuiste informatie heeft verstrekt over de uitslag van de spermacontrole (b). De rechtbank zal dit verwijt allereerst beoordelen. Daarbij zal de rechtbank betrekken de verwijten van [eiser] c.s. dat door de gebrekkige verslaglegging niet valt na te gaan welke uitslag aan [eis[eiseres] is doorgegeven (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.