Vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector strafrecht Meervoudige kamer Parketnummer : 05/900551-06 Data zittingen : 14 maart 2007, 6 juni 2007 en 11 juli 2007 Datum uitspraak : 25 juli 2007 Promis II Tegenspraak In de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem tegen: naam : [verdachte], geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats], adres : [adres], plaats : [woonplaats]. thans gedetineerd in PI Arnhem - De Berg, Arnhem Noord, Wilhelminastraat 16 Arnhem. Raadsman : mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat te Arnhem. 1. De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: 1. hij op of omstreeks 10 december 2006 te Ede, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, tezamen met verdachtes mededader(s), althans alleen, opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, meermalen, althans eenmaal, in de richting van voornoemde [slachtoffer] heeft geschoten (met een vuurwapen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt: hij op of omstreeks 10 december 2006 te Ede, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, opzettelijk meermalen, althans eenmaal, in de richting van voornoemde [slachtoffer] heeft geschoten (met een vuurwapen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; meer subsidiair: hij op of omstreeks 10 december 2006 te Ede, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk meermalen, althans eenmaal, in de richting van voornoemde [slachtoffer] heeft geschoten (met een vuurwapen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht 2. Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is op 14 maart, 6 juni en 11 juli 2007 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat te Arnhem. De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. en voorts onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen. Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd. 3. De beslissing inzake het bewijs In het strafdossier bevindt zich een dossier van de politie Gelderland Midden (Spinteam), Pvb.nr. PL0744/06-187380, dossier nr. PL0744/06-008896, waarbij zijn gevoegd enkele in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van opsporingsambtenaren. Verwezen wordt, tenzij anders vermeld, naar de doorgenummerde pagina's van dit dossier. a. De verklaring van verdachte ter terechtzitting, voor zover deze het volgende inhoudt: verdachte heeft op 10 december 2006 in Ede meerdere malen met een vuurwapen geschoten en daarbij laag gericht op enkele aldaar geparkeerde auto's. Hij wist dat [slachtoffer], met wie hij kort daarvoor een hevige woordenwisseling had gehad, vlakbij stond, verscholen om de hoek van een nabij gelegen flatgebouw. Hij wilde deze [slachtoffer] duidelijk maken dat hij een echt pistool met echte kogels in handen had en geen neppistool en ook geen losse flodders. Hij schoot omdat [slachtoffer] bleef doorgaan met het uiten van dreigementen en wilde hem duidelijk maken dat hij daarmee moest stoppen. b. De verklaring van [slachtoffer]: [verdachte] begon tegen hem te schreeuwen. Hij zag dat [verdachte] een pistool in zijn handen had. [verdachte] rende de weg over in de richting van de Chinees op de Lindenhorst en bleef staan tussen de Chinees en het muurtje dat voor de vijver ligt. Hij zag dat [verdachte] het pistool nog steeds in zijn handen had en hoorde dat deze begon te schieten. [slachtoffer] hoorde eerst één schot en daarna nog een stuk of drie à vier schoten achter elkaar. Eerder die avond had [verdachte] gezegd dat hij op hem, [slachtoffer] zou schieten. [slachtoffer] stond op dat moment op de hoek van de flat, voor de garagebox van de flat aan de Wijenburg, zodat [verdachte] hem niet kon raken. c. De opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 2] hebben het volgende gerelateerd omtrent het technisch sporenonderzoek dat op 10 december 2006 heeft plaatsgevonden nabij het winkel¬centrum De Lindenhorst te Ede. Op het tegelpad aan de achteringang van het Chinees afhaalcentrum bij het winkelcentrum aan de Lindenhorst werden een patroon en zes hulzen aangetroffen. Tussen het winkelcentrum en de Wijenburg bevindt zich een groenstrook met vijver. Op de parkeerplaats voor de flat aan de Wijenburg werd een blauwe Volkswagen Polo met kenteken [nummer] aangetroffen met een schotbeschadiging op de motorkap. Deze Volkswagen stond geparkeerd met de voorzijde in de richting van de flat aan de Wijenburg. De afstand tussen deze Volkswagen en de plaats waar de patroon en hulzen waren aangetroffen bedraagt ongeveer 52 meter. In het zesde parkeervak had een Audi A6 gestaan met het Duitse kenteken [nummer], geparkeerd met de achterzijde in de richting van de flat aan de Wijenburg. De ruit van het linkerachterportier van de Audi was vernield. De afstand tussen de Audi en de plaats waar de patroon en hulzen waren aangetroffen bedraagt ongeveer 57 meter. [opsporingsambtenaar 1] heeft een onderzoek ingesteld naar de personenauto Volkswagen Polo, waarbij hij heeft geconstateerd dat aan de voorzijde van de motorkap een inschotopening aanwezig was op een hoogte van 71 cm. Onder de motorkap heeft hij een gedeformeerde kogel gevonden en veilig gesteld. Het afgevuurde schot kwam uit de richting van de plaats waar de patroon en hulzen waren aangetroffen. De Audi is eveneens onderzocht door [opsporingsambtenaar 1]. Hij zag een inschotopening in de achterste raamstijl van het linkerachterportier op een hoogte van 119 cm. Aan de binnenzijde van deze raamstijl werd een deel van een kogel aangetroffen. In een raam van de slaapkamer op de eerste verdieping aan de voorzijde van de woning Wijenburg [nummer] werd eveneens een inschot aangetroffen, zich bevindend op een hoogte van 4,19 meter. De afstand van de voorzijde van deze woning tot de plaats waar de patroon en de hulzen waren aangetroffen bedraagt ongeveer 120 meter. [opsporingsambtenaar 2] heeft een onderzoek ingesteld in de woning Wijenburg [nummer]. Hij zag een inschot¬opening in het raam aan de voorzijde en een schotbeschadiging in de deur tussen de slaapkamer en de hal daarachter. In de ouderlijke slaapkamer aan de andere zijde van deze hal werd een gedeformeerde kogel aangetroffen. d. In een door de regiopolitie Gelderland Midden naar aanleiding van de verklaringen bij de schouw vervaardigde tekening van de situatie ter plaatse zijn de banen van drie van de door [verdachte] afgevuurde kogels zichtbaar gemaakt. Daarop is te zien dat de kogels [slachtoffer] op een afstand van hooguit één tot enkele meters zijn gepasseerd. De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben. Vast staat waarvandaan verdachte heeft geschoten, te weten nabij het Chinees afhaalcentrum waar ook de patroon en de hulzen zijn gevonden, en in welke richting hij heeft gevuurd, namelijk in de richting van de auto's die waren geparkeerd voor de flat aan de Wijenburg. Dat volgt uit de verklaring van verdachte zelf en uit de kogels die zijn aangetroffen in twee aldaar geparkeerd staande auto's en de daartegenover gelegen woning. Aan de hand daarvan heeft de politie een berekening van de kogelbanen gemaakt. Daarbij is de politie er vanuit gegaan dat verdachte stond op punt A, zijnde het midden van de plaats waaromheen de patroon en de hulzen zijn aangetroffen. Er kan van worden uitgegaan dat verdachte [slachtoffer] niet kon zien op het moment dat hij de schoten loste nabij het Chinees afhaalcentrum; [slachtoffer] stond net om de hoek van het flatgebouw. Dit heeft verdachte ertoe gebracht te betogen dat het vereiste opzet ontbreekt, ook in voorwaardelijke vorm. Verdachte schoot alleen om [slachtoffer] af te schrikken. De rechtbank deelt dit standpunt niet. Het staat vast dat de door verdachte afgevuurde kogels [slachtoffer] op slechts één tot enkele meters passeerden. [slachtoffer] wist niet hoeveel patronen en/of magazijnen verdachte bij zich had en ook niet op welk moment verdachte eventueel zou schieten. De mogelijkheid bestond dat [slachtoffer], in de veronderstelling dat verdachte was opgehouden met schieten, uit zijn dekkingspositie tevoorschijn zou komen en op dat moment geraakt zou worden door een kogel. Verdachte had daar, al schietend, geen enkele invloed op. Bovendien bestond het gevaar dat, zoals algemeen bekend is, kogels kunnen afketsen en van richting veranderen. Door toch laag te schieten en te richten op harde doelen in de richting waar hij wist dat [slachtoffer] zich bevond, heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer] zou worden geraakt door een of meer kogel(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.