RECHTBANK ARNHEM Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer registratienummer: AWB 06/4795 uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 16 januari 2009 inzake [X] B.V. (voorheen [Y] B.V.), gevestigd te [Z], eiseres, tegen de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder. 1. Ontstaan en loop van het geding Verweerder heeft met dagtekening 28 december 2004 aan eiseres over het tijdvak 1 april 2003 tot en met 31 december 2003 een naheffingsaanslag (aanslagnummer [F.01]) omzetbelasting opgelegd van € 397.253, alsmede bij beschikking een boete van € 99.313. Daarnaast is aan eiseres een bedrag van € 13.826 aan heffingsrente in rekening gebracht. Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 1 september 2006 de naheffingsaanslag omzetbelasting en het bedrag van de in rekening gebrachte heffingsrente gehandhaafd. Het bedrag van de boete is verminderd tot € 79.450. Eiseres heeft daartegen bij brief van 6 september 2006, ontvangen bij de rechtbank op 8 september 2006, beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft, na daartoe door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld, schriftelijk gerepliceerd, waarna verweerder schriftelijk heeft gedupliceerd. Vervolgens heeft eiseres vóór de eerste zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder. Het eerste onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juni 2007 te Arnhem. Namens eiseres zijn daar verschenen [A], [B] en [C], bijgestaan door gemachtigde mr. [D], verbonden aan [E]. Namens verweerder is verschenen mr. [F]. Partijen hebben ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan elkaar. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst teneinde verweerder in de gelegenheid te stellen te reageren op de pleitnota van eiseres. Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Aan partijen zijn afschriften daarvan gezonden. Verweerder heeft bij brief van 19 juli 2007 zijn reactie ingediend. Een afschrift hiervan is aan eiseres gezonden. Eiseres heeft hierop bij brief van 24 augustus 2007 gereageerd. Vervolgens heeft de rechtbank eiseres bij brief van 4 oktober 2007 in de gelegenheid gesteld het door haar ter zitting van 28 juni 2007 gedane bewijsaanbod nader te concretiseren en verzocht om de notities van het gesprek van eiseres met verzekeraar [G] over te leggen. Bij brief van 29 november 2007 heeft eiseres van deze gelegenheid gebruik gemaakt en voldaan aan het verzoek van de rechtbank. Een afschrift van deze brief is aan verweerder gezonden. Verweerder heeft hierop bij brief van 21 december 2007 gereageerd. Op verzoek van de rechtbank, gedaan in een brief van 18 januari 2008, heeft eiseres bij brief van 6 februari 2008 laten weten welke getuigen zij wilde mee nemen naar de tweede zitting. Na de uitnodiging voor de tweede zitting heeft eiseres nadere stukken ingediend bij brief van 3 december 2008, waarin zij ook reageerde op de brief van verweerder van 21 december 2007. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder. De tweede zitting heeft plaatsgevonden op 15 december 2008 te Arnhem. Namens eiseres zijn daar verschenen [A], [B] en [C], bijgestaan door gemachtigde mr. [D], verbonden aan [E]. Namens verweerder is verschenen mr. [F]. Beide partijen hebben een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan elkaar. 2. Feiten Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast. 1. Eiseres is begin 2003 gestart met de handel in partijen tulpenbollen. 2. Enig aandeelhouder en bestuurder van eiseres is de vennootschap [H] B.V. (voorheen genaamd [I] B.V.). De aandelen in [H] B.V. worden gehouden door [J] B.V. en [K] Holding B.V., ieder voor 50%. [J] B.V. en [K] Holding B.V. zijn tevens bestuurder van [H] B.V. De aandelen in [J] B.V. en [K] Holding B.V. zijn gecertificeerd. De aandelen in [J] B.V. worden gehouden door Stichting [L], de aandelen in [K] Holding B.V. door Stichting [M]. De certificaten van Stichting [L] zijn in bezit van [B]. De certificaten van Stichting [M] zijn in bezit van [A]. [B] is bestuurder van [J] B.V. [A] is bestuurder van [K] Holding B.V. 3. [J] B.V. en [K] Holding B.V. hielden in het onderhavige tijdvak ook ieder 23,75% van de aandelen in [N] B.V. (hierna: [N]). De overige aandelen waren in handen van derden. [K] Holding B.V. was bestuurder van [N]. 4. [N] was sinds eind 2002 actief als handelaar in partijen tulpenbollen. Zij hield zich naast de handel in tulpenbollen ook bezig met de teelt van tulpenbollen. 5. [N] en eiseres waren op hetzelfde adres gevestigd. Zij hadden ook dezelfde persoon als accountant. 6. [N] en eiseres zijn door verweerder tot dezelfde entiteit gerekend, zoals bedoeld in het Toedelingsbesluit Belastingdienst 2003 (VN 2003/6.4). 7. Tot die entiteit behoorde ook [O] B.V., waarvan [A] (indirect) bestuurder was. [O] is als eerste vennootschap van de entiteit in de bollenhandel gegaan. 8. De in- en verkopen van de tulpenbollen vonden bij [O], bij [N] en bij eiseres steeds plaats via bemiddeling door het [AA] te [Q]. 9. [AA] (voorheen genaamd [BB]) was destijds als bemiddelingsbureau actief op de (tulpen)bollenmarkt. Zij was toen één van de drie grote spelers op die markt en concentreerde zich vooral op de nieuwe rassen. [AA] bemiddelde bij de in- en verkoop van de tulpenbollen en verzorgde de facturering namens de verkopers. De betalingen van de transacties liepen ook via [AA]. Ondernemers die via [AA] transacties wilden doen, dienden zich te registreren bij [AA]. [AA] had de risico’s van betaling van de koopsommen verzekerd bij een kredietverzekeraar ([G], later opgegaan in [CC]). In het kader van de registratie werden in verband met de kredietverzekering gegevens met betrekking tot de geregistreerde partij nagegaan. 10. Op de transacties was het Reglement [AA] B.V. (hierna: het [AA]-reglement) van toepassing (bijlage 5 bij het beroepschrift). Artikel 1, lid 2, van het [AA]-reglement bepaalt dat [AA] alleen diensten verleent aan degenen die zich bij haar hebben geregistreerd en de toepasselijkheid van het reglement aanvaarden. Ingevolge artikel 5, lid 4, houdt een opdracht aan [AA] tot het bemiddelen bij het tot stand komen van een overeenkomst tevens een opdracht in tot het verlenen van diensten bij de administratieve en financiële afwikkeling van die overeenkomst. In artikel 11 van het [AA]-reglement is opgenomen dat en hoe [AA] namens de desbetreffende verkoper van de goederen zal factureren. In artikel 14 is bepaald dat [AA] nimmer partij is bij een overeenkomst zoals bedoeld in het reglement (een transactie in tulpenbollen of teeltrechten). In artikel 15 is geregeld dat partijen bij een transactie verplicht zijn de voor de berekening van de omzetbelasting over hun verkopen en andere prestaties benodigde gegevens tijdig te verstrekken aan [AA]. Ook is bepaald dat partijen de verschuldigde omzetbelasting verschuldigd zijn als onderdeel van het factuurbedrag waarin deze omzetbelasting is opgenomen. In artikel 16 zijn bepalingen opgenomen over de betalingen, die moeten worden gedaan aan de Stichting Derdengelden [AA]. Artikel 17 regelt dat elke koper en verkoper opdracht en volmacht verleent aan de Stichting Derdengelden [AA] om betalingen in ontvangst te nemen en door te betalen aan de wederpartij. Artikel 20 betreft de doorbetaling van de ontvangen koopsommen. Artikel 31 gaat over de betalingszekerheid door middel van kredietverzekering. 11. In de hectische bollenmarkt van 2003 werd dezelfde partij bollen, die vaak nog niet geoogst was, vele malen doorverkocht. De prijzen waren hoog en stegen tijdens alle transacties nog meer. De levering van de bollen vond plaats als de bollen geoogst waren. De uiteindelijke koper kreeg dan de bollen geleverd door de oorspronkelijke verkoper (de teler). 12. In november 2003 raakte [AA] insolvent, waarna zij failliet is gegaan. De oorzaak hiervan zou zijn dat [AA] het [AA]-reglement niet meer naleefde en gelden uitbetaalde aan bollenhandelaren terwijl de corresponderende koopprijzen nog niet waren ontvangen. De markt voor tulpenbollen stortte als gevolg van het failleren van [AA] in en de prijzen van tulpenbollen daalden sterk. 13. Op 6 februari 2004 heeft [DD] namens verweerder een boekenonderzoek ingesteld bij [N]. Onderzocht is de aanvaardbaarheid van de aangiften omzetbelasting over het tijdvak 1 oktober 2003 tot en met 31 december 2003. Het onderzoek heeft zich beperkt tot de controle van de juistheid van de in aftrek gebrachte voorbelasting. Uit het onderzoek zijn geen correcties voortgekomen. Van het boekenonderzoek is een op 6 februari 2004 gedagtekend rapport opgemaakt, dat tot de gedingstukken behoort. In het rapport is onder meer het volgende vermeld: "(…) De administratie bestaat uit bankbescheiden en facturen van het [AA]. (…) Het geheel is overzichtelijk en goed te volgen. (…) Door de adviseur is op de aangiften alleen het saldo aan omzetbelasting (verkoop minus inkoop en kosten) vermeld. Dit is in principe niet juist. (…). Door mij zijn alle kwartalen gecontroleerd, waarbij gebleken is dat de aangifte over het 4e kwartaal 2003 kan worden gevolgd. (…)" 14. Op 11 augustus 2004 hebben controlemedewerkers [EE] en [FF] namens verweerder boekenonderzoeken ingesteld bij eiseres, [N] en een aantal andere vennootschappen die tot dezelfde entiteit als eiseres en [N] behoorden. Onderzocht is de aanvaardbaarheid van de aangiften omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2002 tot en met 31 december 2003. De bevindingen van de onderzoeken bij eiseres en [N] zijn vastgelegd in afzonderlijke controlerapporten van 6 september 2004. In het rapport van eiseres is onder meer het volgende vermeld: " (…) 3.3 Verleggingsregeling art. 12 lid 3 wet omzetbelasting 1968 In 2003 heeft belastingplichtige via bemiddeling van het [AA] te [Q] bollen gekocht van buitenlandse bedrijven. Bij controle is gebleken dat de verleggingsregeling op grond van art. 12 lid 3 wet omzetbelasting 1968 niet juist is toegepast. De buitenlandse bedrijven waarvan bollen zijn aangekocht betreffen: [GG], [a straat 1], United Kingdom; [HH] Ltd, [a straat 1], United Kingdom; [II], [b straat 1] Belgium; [JJ], [c straat 1] California, USA; [KK], [d straat 1] [R]; [LL] BV, [e straat 1] [S], [MM], [a straat 1], United Kingdom; [NN] Ltd, [f straat 1], United Kingdom; [OO], [g straat 1], Belgium; [AAA], [h straat 1], Switserland; [BBB], [i straat 1] [T]. Enkele van genoemde bedrijven hebben een postadres in Nederland. Bij onderzoek in het handelsregister, de CD-foongids en in de overige aan de belastingdienst ter beschikking staande bestanden, is niet gebleken dat de betreffende bedrijven beschikken over een vaste inrichting in Nederland. Op de bijlage bij dit rapport zijn de aankopen van deze bedrijven gespecificeerd weergegeven. Er is in totaal in 2003 voor € 6.620.885 geleverd door deze bedrijven, waarover € 397.253 OB (6%) in rekening is gebracht. De geleverde tulpenbollen zijn niet vanuit het buitenland geleverd. Bovenvermelde bedrijven zijn niet in Nederland gevestigd en beschikken niet over een vaste inrichting in Nederland van waaruit de levering van bollen is verricht. Evenmin hebben ze een vaste vertegenwoordiger. Op grond van art. 12 lid 3 van de wet op de omzetbelasting 1968 moet de verschuldigde omzetbelasting van de leveringen in dit geval worden geheven van [N] B.V. (opmerking rechtbank: bedoeld zal zijn [X] B.V.). Belastingplichtige heeft de belasting over leveringen in Nederland die aan hem door een buitenlandse ondernemer zijn verricht en waarvan de heffing naar hem is verlegd, niet op zijn aangiften (vraag 2a) vermeld. Er is over 2003 derhalve € 397.253 meer omzetbelasting verschuldigd. 4 Naheffingsaanslag omzetbelasting Over het jaar 2003 zal ik een naheffingsaanslag omzetbelasting opleggen. Deze is gebaseerd op artikel 20, lid 1 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. 4.1 Vergrijpboete omzetbelasting Over de correctie genoemd onder punt 3.3 ben ik voornemens naast de naheffingsaanslag een vergrijpboete ingevolge artikel 67f Algemene wet inzake rijksbelastingen en paragraaf 25 en 28 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 op te leggen. De vergrijpboete bedraagt 25%. (…) De feiten en omstandigheden op grond waarvan ik voornemens ben deze vergrijpboete op te leggen betreffen: De totale aankopen tulpenbollen in 2003 bedroegen € 29.859.712. Een absoluut en relatief groot deel van de aankopen kwam dus van buitenlandse ondernemers. Belastingplichtige is bij het claimen van de voorbelasting over de aankopen tulpenbollen uitgegaan van de facturen van het [AA], zonder zich er van te vergewissen of er terecht omzetbelasting in rekening werd gebracht en zonder, nu deze wel in rekening werd gebracht, de verleggingsregeling artikel 12 lid 3 wet op de omzetbelasting 1968 toe te passen. De vennootschap is speciaal opgericht voor de handel in tulpenbollen. Er mag dus van de beleidsbepalers binnen de onderneming verwacht worden dat ze zich op de hoogte (laten) stellen van de fiscale regelgeving binnen de branche. Er is sprake geweest van ernstige nalatigheid, gelijk te stellen aan een geval van grove schuld. (…)". 15. De bevindingen in het controlerapport van [N] met dezelfde dagtekening waren nagenoeg gelijkluidend, met dien verstande dat [N] bollen heeft aangekocht van de volgende buitenlandse bedrijven: - [GG], [a straat 1], United Kingdom; - [HH] Ltd, [a straat 1], United Kingdom; - [CCC], [J straat 1], Switserland. Uit de bijlage bij het rapport blijkt dat de facturen voor de transacties van deze leveranciers dateren van 3 oktober tot en met 6 november 2003. 16. In 2003 is door deze buitenlandse leveranciers in totaal voor een bedrag van € 3.576.873 aan [N] geleverd, waarover een bedrag van € 214.612 omzetbelasting in rekening is gebracht. Het totaalbedrag van alle inkopen in 2003 door [N] is € 9.371.197. 17. Conform de controlerapporten van 6 september 2004 zijn aan eiseres en [N] met dagtekening 28 december 2004 naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd met een vergrijpboete van 25%. 18. Aan eiseres is de onderhavige naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van € 397.253 en een boete van € 99.313. 19. Aan [N] is een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van € 214.612 en een boete van € 53.653. 20. Eiseres en [N] hebben beide bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag en boete. 21. Bij uitspraak op bezwaar van 1 oktober 2005 zijn de aan [N] opgelegde naheffingsaanslag en boete vernietigd omdat bij het eerdere boekenonderzoek van 6 februari 2004 correcties en opmerkingen achterwege zijn gebleven en [N] volgens verweerder hieraan vertrouwen kon ontlenen. [N] is inmiddels failliet verklaard. 22. Bij de behandeling van het bezwaar van eiseres heeft verweerder bij buitenlandse belastingautoriteiten inlichtingen ingewonnen over de buitenlandse bedrijven die aan eiseres tulpenbollen hebben geleverd. Bij brief van 24 januari 2006 (bijlage 16 bij beroepschrift) heeft verweerder de gemachtigde van eiseres bericht over de bevindingen van dat onderzoek. In de brief is het volgende vermeld. "(…) Hieronder geef ik in het kort de bevindingen weer van de betreffende zogenaamde toeleveranciers: [GG] Hoewel registratie plaatsvond van 01/02/03 tot 02/03/04, als commisionair in tulpenbollen, werd nooit een hogere belastingplicht of teruggaaf vastgesteld dan £ 1.000 [HH] Ltd Registratie tot 01/12/03 als zogenaamd ´repayment trader´. Er zijn geen verdere gegevens beschikbaar die wijzen op bij voorbeeld de handel in tulpenbollen [II] Hoewel [II]r mogelijk betalingen heeft verricht aan [AA] en terzake een vordering in het faillissement heeft ingediend wordt deze vordering door de curator geweigerd. Voorts wordt hij door de Belgische fiscus over het jaar 2003 niet aangemerkt als ondernemer. [JJ] De Amerikaanse fiscus kan geen gegevens vinden omtrent het ondernemerschap van [JJ] mede vanwege het ontbreken van een geboortedatum. [KK] Ltd Deze rechtspersoon is bij de Nederlandse fiscus niet bekend (geweest) als ob-plichtig ondernemer. [LL]. BV Idem als de vorige. [MM] Deregistratie per 02/12/03, was bekend als ´repayment trader´ maar gegevens omtrent een mogelijk handel in tulpenbollen ontbreekt. [NN] Ltd Hoewel bekend als ondernemer zijn er geen gegevens gevonden omtrent handel (in tulpenbollen) met betrekking tot belastingplichtige. [OO] Hoewel dhr. [OO] mogelijk een betaling heeft verricht inzake de aankoop van tulpenbollen is hij nooit terzake als ondernemer geregistreerd geweest in België en wordt ook niet als ondernemer door de Belgische fiscus aangemerkt. [AAA] Geen gegevens beschikbaar van de Zwitserse belastingdienst wegens het ontbreken van een uitwisselingsverdrag. [BBB] Idem als [KK] Ltd en [LL]. BV” 23. Bij uitspraak op bezwaar van 1 september 2006 is de aan eiseres opgelegde naheffingsaanslag gehandhaafd. De boete is door verweerder verminderd met 20% tot een bedrag van € 79.450 in verband met de duur van de procedure. 24. Eiseres heeft op 8 september 2006 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. 25. Als bijlage 20 bij het beroepschrift heeft eiseres een overzicht gevoegd van de in 2003 door haar verkochte tulpenbollen aan buitenlandse ondernemers, waaronder [GG], [HH] Ltd, [KK] Ltd, [AAA], [BBB] en [JJ]. In het overzicht is vermeld dat eiseres ter zake van deze verkopen in totaal een bedrag van € 335.486 aan omzetbelasting in rekening heeft gebracht aan de buitenlandse bedrijven. Deze omzetbelasting heeft zij ook voldaan. 3. Geschil In geschil is of de naheffingsaanslag terecht en, zo ja, voor het juiste bedrag aan eiseres is opgelegd. Ook de boete is in geschil. Eiseres betwist dat sprake is van grove schuld. Grondslag naheffingsaanslag en argumentatie verweerder Uit de stellingen van verweerder en eiseres in de beroepsprocedure moet worden afgeleid dat in de naheffingsaanslag is gecorrigeerd de door eiseres ontvangen aftrek van voorbelasting op de facturen van de leveranciers die in het controlerapport zijn genoemd (opgenomen in punt 14 van de feiten). Volgens verweerder gaat het bij die leveranciers om buitenlandse ondernemers en niet-ondernemers, zodat de omzetbelasting op de desbetreffende facturen ten onrechte in rekening is gebracht. Dit brengt volgens hem mee dat ten aanzien van die gefactureerde omzetbelasting zich de situatie voordoet zoals beschreven in artikel 37 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB), hierna: artikel 37 BTW. Ten aanzien van de buitenlandse ondernemers geldt namelijk de verleggingsregeling van artikel 12 lid 3 van de Wet OB zodat eiseres hiervoor de belastingplichtige is in plaats van de desbetreffende leveranciers. De leveranciers hebben dus ten onrechte omzetbelasting in rekening gebracht. Ten aanzien van de niet-ondernemers geldt dat zij niet belastingplichtig zijn voor de transacties in kwestie en daarom ten onrechte omzetbelasting hebben berekend. Nu bij artikel 37 BTW geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat, is de aftrek bij eiseres gecorrigeerd. Daarbij heeft verweerder ervoor gekozen de aftrek van eiseres te corrigeren in plaats van de artikel 37 BTW na te heffen bij de leveranciers, omdat verweerder van mening is dat die leveranciers geen verhaal bieden en dat eiseres onzorgvuldig is geweest in de zin van het Besluit van 28 april 2003, nummer DGB2003/2121M, par. 4, VN 2003/25.15 (hierna: het Besluit). Anders dan het controlerapport lijkt te suggereren, gaat de rechtbank er dus van uit – met partijen - dat niet de belasting is nageheven die eiseres op grond van de verleggingsregeling van artikel 12 lid 3 van de Wet OB verschuldigd is. Verweerder heeft de in de conclusie van dupliek betrokken stelling dat eiseres geen ondernemer is voor de omzetbelasting ingetrokken tijdens de zitting van 15 december 2008. Argumentatie eiseres Eiseres heeft, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.