RECHTBANK ARNHEM Sector bestuursrecht registratienummer: AWB 09/2318 uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 29 december
(2007). Verweerder stelt dat hij deze verordening buiten toepassing heeft kunnen laten omdat al in 2002 met de betreffende schoolbesturen afspraken zijn gemaakt over de verdeling van gelden voor onderwijskundige vernieuwing. Naar het oordeel van de rechtbank is hierin voor dat standpunt geen grond te vinden. Hierbij neemt de rechtbank allereerst in aanmerking dat de bedragen voor onderwijskundige vernieuwingen in het IHP 2005 zijn opgenomen, maar dat van de afspraken zelf geen schriftelijke neerslag bewaard is gebleven. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat de afspraken met het toenmalige bestuur van de Blankertschool mede behelsden dat gewijzigde omstandigheden niet zouden kunnen leiden tot aanpassing van het bedrag. De rechtbank acht verder niet zonder betekenis dat op het moment dat de afspraken zijn gemaakt niet eiseres, maar de gemeente Neerijnen het bevoegd gezag was van de Blankertschool. Zelfs als wordt aangenomen dat in 2002 is afgesproken dat een bedrag is toegekend voor onderwijskundige vernieuwing dat niet meer kan worden bijgesteld, dan had het op de weg van verweerder gelegen om bij de overdracht van het bestuur van de school aan eiseres expliciet op die afspraak te wijzen. Van dat laatste is niet gebleken. Nu niet is gebleken dat toepassing van de verordening in strijd met de wet of de rechtszekerheid is, is er in dit geval dan ook geen plaats voor het oordeel dat verweerder de verordening buiten toepassing heeft kunnen laten. De stelling van verweerder dat eiseres geen rechtsmiddelen heeft aangewend tegen het Integraal Huisvestingsplan 2008-2017 (hierna: IHP 2008-2017), waarin het in het Programma 2009 opgenomen bedrag voor de Blankertschool staat vermeld, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Het IHP 2008-2017 betreft een beleidsplan dat niet voor bezwaar en beroep vatbaar is. Dit beleidsplan kan het bepaalde in de verordening niet opzij zetten. Niet in geschil is dat de Blankertschool ten tijde van de aanvraag beschikte over een ruimtebehoefte van vier groepen. Gelet op het bepaalde in artikel 4, tweede lid, van de verordening, gelezen in samenhang met bijlage IV, deel A, onderdeel 1.5, heeft eiseres aanspraak op een bedrag voor onderwijskundige vernieuwingen van € 86.774,
- Mede gezien hetgeen hiervoor reeds is overwogen doet zich hier niet de in bijlage IV bij de verordening vermelde situatie voor dat eiseres er voor heeft gekozen om een leegstand lokaal op de capaciteit van de school in mindering te brengen. Voor een vermindering van het in het Programma 2009 op te nemen bedrag is derhalve geen grond aanwezig. Verweerder heeft nog aangevoerd dat toekenning van een hoger bedrag dan € 15.502 niet aan de orde kan zijn, nu eiseres haar aanvraag niet heeft doen vergezellen van een concreet plan tot uitbreiding van het schoolgebouw. De rechtbank volgt verweerder daarin niet, aangezien in de verordening niet de eis is neergelegd dat een aanvraag voor een genormeerd bedrag voor onderwijskundige vernieuwingen van een dergelijke onderbouwing moet worden voorzien. De rechtbank komt tot de slotsom dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de verordening. De rechtbank zal daarom het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. Aangezien de bepalingen van de verordening geen ruimte laten om een ander besluit te nemen, zal de rechtbank verweerder opdragen om een bedrag van € 86.774,52 in het Programma 2009 op te nemen. Nu niet gebleken is van door eiseres gemaakte proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, acht de rechtbank geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank, mede gelet op artikel 8:74 van de Awb, tot de volgende beslissing.
- Beslissing De rechtbank - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - draagt verweerder op om in de nieuw te nemen besluit op bezwaar een bedrag van € 86.774,52 op te nemen in het Programma en Overzicht onderwijshuisvesting 2009; - bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht ten bedrage van € 297 aan haar vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J.M Besselink, voorzitter, mr. E. Klein Egelink en mr. J.M.C Schuurman-Kleijberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.W.B. Heijmans, griffier. De griffier, De voorzitter, Uitgesproken in het openbaar op 29 december
- Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage. Verzonden op: 29 december 2009.