Geachte mevrouw, In uw brief van 3 maart 2010 verzoekt u machtiging voor het declareren van 2 extra uren in het beschermingsbewind van het echtpaar [naam onderbewindgestelden] (benoeming bij beschikking van 15 januari 2010). Bij het huisbezoek heeft u 3 klappers met administratie van de afgelopen jaren ontvangen. Dit heeft u veel uitzoekwerk opgeleverd. Daardoor was u in staat verschillende declaraties bij de ziektekostenverzekering in te dienen, de LDT 2010 aan te vragen en nog onbekende crediteuren aan te schrijven. Wellicht kan een nieuw verzoek om schuldregeling worden gedaan. Naar ik begrijp heeft u de klappers met administratie ontvangen in het kader van de intakeprocedure. Voor de intake kan een bedrag in rekening worden gebracht, dat in dit geval wordt verhoogd met de factor 1.2 omdat het om een echtpaar gaat. De intakevergoeding bedraagt dus voor beide rechthebbenden samen € 374 x 1.2 = € 449 hetgeen correspondeert met een tijdbesteding van 6 x 1.2 = 7.2 uur. Dit bedrag is gebaseerd op de aanbevelingen van het LOK. Zoals bekend, zijn de door het LOK aanbevolen tarieven forfaitaire bedragen. Dat houdt in dat zij zijn afgestemd op een gemiddeld geval. Eigen aan een gemiddelde is dat het een realistisch (voor)beeld vormt van een groep min of meer gelijke gevallen. Een gemiddelde geeft echter geen realistisch beeld van een concreet geval indien dat concrete geval onderscheidend afwijkt van de groep min of meer gelijke gevallen. Het hanteren van een forfaitair systeem is redelijk indien voor extreme gevallen uitzonderingen kunnen worden gemaakt. Deze gedachte toepassend op het intakeproces, betekent dit dat er sprake is van een bandbreedte in de groep intakegevallen. Sommige intakes kosten meer tijd dan gemiddeld, andere minder. Zolang die afwijking binnen de bandbreedte blijft, kan geen extra vergoeding worden toegekend, ook al is in een bepaald geval meer uren besteed dan het gemiddelde aantal waarop het aanbevolen tarief is gebaseerd. Pas als het aantal bestede uren significant hoger is dan het gemiddelde (anders gezegd: “buiten de bandbreedte valt”) kan machtiging voor declaratie van extra uren worden gegeven. In redelijkheid stel ik de bandbreedte vast op 25% boven en beneden het gemiddelde. In het onderhavige geval betekent dit dat extra uren pas declarabel zijn, indien zij een tijdsbesteding van 7.2 u + 25% = 9 uur te boven gaan. Omdat u 2 extra uren declareert, kunt u daarvan 2 – 1.8 (bandbreedte) = 0.2 uur in rekening brengen. Daarvoor verleen ik bij dezen machtiging. Het betreft een bedrag van 0.2 x het uurtarief van € 62,50 = € 12,50 exclusief BTW. Voor de toekomst merk ik op dat ik bij eventuele aanvragen voor extra vergoeding graag een overzicht van de totale tijdsbesteding voor de betrokken handeling tegemoet zie, omdat pas dan goed kan worden bepaald in hoeverre de bandbreedte is overschreden. Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u binnen drie maanden een advocaat hoger beroep laten instellen bij het gerechtshof in Arnhem.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.