RECHTBANK ARNHEM Sector strafrecht Meervoudige kamer Promis II Parketnummers : 05/516831-08 en 05/503938-08 Datum zitting : 17 februari 2009 en 6 april 2010 Datum uitspraak : 20 april 2010 Tegenspraak In de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem tegen: naam : [verdachte], geboren op : [geboortedatum en plaats], adres : [adres] plaats : [woonplaats] Raadsvrouw : mr. J. Steenbrink, advocaat te Nijmegen. 1. De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is onder parketnummer 05/516831-08 tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 03 november 2008 te Bemmel, gemeente Lingewaard,, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] van het leven te beroven, tezamen met verdachtes mededader(s), althans alleen, opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, - die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] bij het cultureel centrum aldaar heeft/hebben opgewacht of naar die lokatie heeft/hebben gevolgd en/of daar aanwezig zijn geweest en/of - (vervolgens) toen en daar die [slachtoffer2] met een mes, althans met een scherp voorwerp in het hoofd en/of in de borst heeft gestoken en/of - meermalen, althans eenmaal, stekende bewegingen met een mes, althans met scherp voorwerp, in de richting van het lichaam van die [slachtoffer1] heeft/hebben gemaakt terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt: hij op of omstreeks 03 november 2008 te Bemmel, gemeente Lingewaard, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten de Van Ambestraat, althans op een parkeerplaats in de nabijheid van he aldaar gelelegen cultureel centrum genaamd De Kinkel, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2], welk geweld bestond uit het opzettelijk slaan en/of stompen en/of trappen en/of schoppen en/of steken, met een mes, althans met een scherp voorwerp, van die [slachtoffer1] en/of die [slachtoffer2]; en aan verdachte is onder parketnummer 05/503938-08 tenlastegelegd dat hij op of omstreeks 23 november 2007 te Nijmegen met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Schaeck Matthonsingel, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer3] en/of [slachtoffer4] en/of [slachtoffer5], welk geweld bestond uit het (meermalen) slaan en/of schoppen van die genoemde personen en/of het steken (met een mes, althans een scherp voorwerp) van die [slachtoffer5] en /of die [slachtoffer3]; 2. Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is laatstelijk op 6 april 2010 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J. Steenbrink, advocaat te Nijmegen. De officier van justitie heeft geëist dat verdachte – met vrijspraak van het onder parketnummer 05/516831-08 primair tenlastegelegde – ter zake van het onder parketnummer 05/516831-08 subsidiair en onder parketnummer 05/503938-08 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd. 3. Het bewijs Ten aanzien van parketnummer 05/503938-08 De vaststaande feiten Op 23 november 2007 wordt [slachtoffer5] nabij het centraal station te Nijmegen door enkele mannen - ernstig- mishandeld, ook terwijl hij reeds in weerloze toestand op de grond lag . Zijn vrienden [vriend1] en [vriend2] staan in de onmiddellijke nabijheid van deze vechtpartij . [[verdachte], [medeverdachte2], [medeverdachte3] en [medeverdachte4] staan op dat moment voor de hal van het centraal station Nijmegen. Zij begeven zich allen richting de vechtpartij . Verdachte raakte in gevecht met een van de personen die [slachtoffer5] hadden belaagd. Hetzelfde geldt voor [medeverdachte2] en [medeverdachte3] . Allen hebben zij geslagen. Tijdens die vechtpartij wordt [slachtoffer3], een van de belagers van [slachtoffer5] twee maal in de rug gestoken en [slachtoffer5], ook een van de belagers van [slachtoffer5] in de hals . Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie vindt het feit wettig en overtuigend bewezen. Met betrekking tot de strafmaat houdt de officier er rekening mee dat verdachte geen mes heeft gebruikt en dat zijn aandeel in de geweldshandelingen gering is geweest. Standpunt van de verdediging De verdediging stelt zich op het standpunt dat het feit wel wettig en overtuigend bewezen kan worden, maar het is gepleegd om [slachtoffer5] te helpen. Oordeel van de rechtbank De vaststaande feiten houden in dat de verdachte samen met zijn vrienden op de aangevers is afgegaan. In ieder geval verdachte, [medeverdachte2] en [medeverdachte3] hebben geslagen en hadden dus een actieve bijdrage in de vechtpartij die ontstond na de aframmeling van [slachtoffer5]. Daarmee kan wettig en overtuigend bewezen worden geacht dat verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen de aangevers zoals genoemd in de tenlastelegging. Ten aanzien van paerketnummer 05/516831-08 De vaststaande feiten op 3 november 2008 Op grond van de bewijsmiddelen staan de navolgende feiten, die ook niet betwist zijn, vast. 1. Op 3 november 2008 vond een vechtpartij plaats op een parkeerplaats te Bemmel nabij het cultureel centrum De Kinkel. 2 Aan die vechtpartij namen in ieder geval deel: Medeverdachte/[medeverdachte4] (verder ook te noemen [medeverdachte4]), verdachte/ [verdachte] (verder ook te noemen [verdachte]), medeverdachte[medeverdachte1]rdachte1] (verder ook te noemen [medeverdachte1]), [slachtoffer1] (verder ook te noemen [slachtoffer1]) en [slachtoffer2] (verder ook te noemen [slachtoffer2]). 3. Tijdens de vechtpartij raakten de volgende personen gewond: a. [slachtoffer2]: diepe steekwond door de borstkas heen de buik in waarbij de dikke en de dunne darmen zijn geraakt; breuk schouder; kneuzingen over het gehele lichaam, open wonden op de knieën en het behaarde hoofd. Het hart en de mild van [slachtoffer2] zijn net gemist; er was sprake van enig levensgevaar. b. [slachtoffer1]: verwonding bovenzijde neus en tussen lip en onderkin; ontvelling rechtermiddelvinger; zwelling voorzijde linkeronderbeen; zwelling rechterknie. c. [medeverdachte4]: snijwond rechterzij van 4 cm; snijwond linkerschouder van 6 cm; verwonding rechterbovenarm; klaplong. d. [verdachte]: snijwond linkerzij van 9 cm. 4. [medeverdachte4], [verdachte], [medeverdachte6] en [medeverdachte1] zijn op de parkeerplaats gearriveerd in een rode Renault Clio. [medeverdachte1] bestuurde de auto, [medeverdachte4] zat naast hem, [verdachte] en [medeverdachte6] zaten achterin. 5. [slachtoffer1] en [slachtoffer2] zijn op de parkeerplaats gearriveerd in de auto van [slachtoffer1], een donkerblauwe Mitsubishi Charisma. 6. [slachtoffer1] droeg een blauw jack en een camouflage broek. [slachtoffer2] droeg een blouse/jas die in het gele licht van de straatlantaarn beige oogde. [medeverdachte1] droeg een beige/witte trui met capuchon en buidelzak. Standpunt officier van justitie De officier van justitie acht ten aanzien van de gebeurtenissen op 3 november 2008, het primair tenlastgelegde niet, maar de subsidiair tenlastegelegde openlijke geweldpleging wel wettig en overtuigend bewezen. Standpunt verdediging Zijdens de verdediging zijn geen (bewijs)verweren gevoerd. Het oordeel van de rechtbank. De rechtbank kan op grond van de navolgende –zakelijk samengevat weergegeven- verklaringen van de, van de vechtenden, onafhankelijke getuigen gepast op de navolgende –zakelijk samengevat weergegeven – delen van de verklaringen van de vechtenden ten dele vaststellen wat zich op 3 november 2008 te Bemmel heeft afgespeeld. a. Vooropgesteld 1. De rechtbank stelt bij het vaststellen van wat er gebeurd is voorop dat zij geloof hecht aan de verklaringen van [slachtoffer2]. De verwondingen van [slachtoffer2] zijn zodanig dat het volstrekt onwaarschijnlijk is dat hij zich zelf heeft verwond met een mes dat hij bij zich had en bij de vechtpartij ingezet zou hebben . Dit terwijl de verwondingen van [medeverdachte4] en [verdachte] zodanig zijn dat deze passen bij de verklaringen van [slachtoffer2] dat hij met een van [medeverdachte4] afgepakt mes heeft gezwaaid terwijl hij op zijn knieën zat . De rechtbank wijst er in dit verband op dat [slachtoffer2] ook open wonden aan zijn knieën had. [verdachte] en [medeverdachte4] hadden immers “snijwonden” . Dit betekent dat naar het oordeel van de rechtbank [medeverdachte4] een mes bij zich had en heeft gebruikt bij de vechtpartij. 2. Voorts acht de rechtbank het ongeloofwaardig dat [medeverdachte4] die avond toevallig op de parkeerplaats nabij het cultureel centrum De Kinkel is terechtgekomen. Naar het oordeel van de rechtbank had [slachtoffer1] een schuld van Euro 5.000,-aan [medeverdachte5], de vader van [medeverdachte4] . De verklaring van [medeverdachte5] dat [slachtoffer1] boos op hem was omdat hij, [medeverdachte5], weigerde 35 Euro aan [slachtoffer2] te lenen , acht de rechtbank ongeloofwaardig. Die middag is er telefonisch contact geweest tussen [slachtoffer1] en [medeverdachte5] en tussen [slachtoffer1] en [medeverdachte4] . Daarbij heeft [medeverdachte4] verklaard dat hij op de hoogte was van het conflict tussen [slachtoffer1] en zijn vader, hetgeen hij later weer heeft ontkend. Dat contact heeft er naar het oordeel van de rechtbank toe geleid dat [medeverdachte4]everdachte4] in verband met die schuld, voor hem gepland een ontmoeting met [slachtoffer1] had die avond op de parkeerplaats nabij cultureel centrum De Kinkel, waar [medeverdachte5] en [slachtoffer1] die avond een taalles hadden . b. De verklaringen van de –onafhankelijke- getuigen : 1. [getuige1] heeft verklaard dat hij 2 auto’s zag komen aanrijden, een rode en een zwarte Mitsubishi. Uit de rode auto stapten de bestuurder ([medeverdachte1]) en de bijrijder ([medeverdachte4]) en daarna de twee andere personen ([verdachte] en [medeverdachte6]). De mannen uit de rode auto liepen naar de mannen in de zwarte Mitsubishi. Er werd geschreeuwd en geslagen door 4 personen tegen 2 personen. 2. [getuige2] heeft verklaard dat hij op de parkeerplaats tussen de geparkeerde auto’s 6 personen zag, waarvan hij eerst dacht dat ze aan het voetballen waren. Vervolgens zag hij 1 man in camouflage broek en blauw jack tegen een auto leunen; hij herkende hem als een cursist ([slachtoffer1]). Een andere man in beige kleding ([slachtoffer2]) liep bij de groep weg , zijn richting op. In een rode auto stapten 4 mannen en de rode auto reed weg. De man die richting de andere man liep, kon de rode auto ternauwernood ontwijken. De man in de camouflage broek en blauw jack en de man met de beige kleding stapten in andere auto en reden eveneens weg. De man met de beige kleding bestuurde de auto. 3. [getuige3] verklaart dat zij met haar auto van de parkeerplaats wegreed. Zij zag 3 mannen de parkeerplaats oversteken, 2 van hen pakten overduidelijk de 3e man. Hij werd door een van hen vastgepakt en de andere sloeg hem met de vuist. Ze heeft getoeterd en is vervolgens langzaam het parkeerterrein afgereden. Ze zag vervolgens tussen 2 geparkeerde auto’s een man op zijn buik op de grond liggen. Hij werd omklemd door een andere man die een beigekleurige trui met capuchon en buidelzak aanhad ([medeverdachte1]) . Naast hen stond een derde man. In zijn handen had hij een blank stuk hout en daarmee sloeg hij de omklemde man zeker tweemaal op rug en billen. Zij toeterde wederom en wilde net 112 bellen, toen zij een man in beige kleding, met een bebloed hoofd en in zijn hand een mes ([slachtoffer2]) in de richting van de omklemde man zag lopen. Hij zwaaide met het mes richting andere mannen, alsof hij hen uit de buurt wilde houden. [getuige3] had duidelijk de indruk dat deze man de omklemde man wilde helpen. c. De verklaringen van verdachte en de medeverdachten 1. [slachtoffer2] verklaart dat hij met [slachtoffer1] in de auto van [slachtoffer1] op de parkeerplaats arriveerde. [slachtoffer1] stapte uit om de lerares van de taalcursus te vertellen dat hij te laat zou komen, hij moest [slachtoffer2] wegbrengen naar zijn schoonfamilie in Haalderen. Er kwam een rode auto aan waaruit 4/5 mannen stapten. Ze liepen op [slachtoffer1] af; hij hoorde [slachtoffer1] gillen. Hij is de auto uitgestapt en op hen afgelopen. Hij werd vervolgens geslagen en is op de grond gevallen. Hij is door [medeverdachte4] aangevallen met een mes en gestoken. Dat mes heeft hij afgepakt en terwijl hij op zijn knieën zat, heeft hij met het mes boven zijn hoofd gezwaaid om aanvallers weg te jagen. Hij is als bestuurder met [slachtoffer1] in de auto gestapt om naar het ziekenhuis te rijden. Het mes heeft hij uit het raam gegooid. 2. [slachtoffer1] verklaart dat hij uit de auto is gestapt om naar het cultureel centrum De Kinkel te lopen. Hij werd aangevallen door veel mensen waaronder [medeverdachte4]. [slachtoffer2] kwam hem te hulp. [medeverdachte4] is met een mes achter [slachtoffer2] aangegaan; [slachtoffer2] is erin geslaagd het mes van [medeverdachte4] af te pakken. Hijzelf werd ondertussen geslagen en geschopt door andere mannen. 3. [medeverdachte4] verklaart dat hij met [medeverdachte1] of [verdachte] uit de auto is gestapt om een frisse neus te halen. Hij zag [slachtoffer1] en is zonder reden op hem afgelopen omdat het een oude bekende was. [slachtoffer1] viel hem aan met een witte balk. Er kwam een 2e man bij. Die heeft [verdachte] en hem gestoken. Hij heeft [medeverdachte1] op de grond zien liggen tussen 2 auto’s. Hij werd met de witte balk geslagen. Met z’n allen zijn ze vervolgens naar de auto gegaan en weggereden. 4. [verdachte] verklaart dat [medeverdachte4] en [medeverdachte1] uit de auto zijn gestapt om een sigaret te roken. Hij hoorde [medeverdachte4] roepen en zag dat [medeverdachte4] en [medeverdachte1] aan het vechten waren met 2 jongens. Samen met [medeverdachte6] is hij uit de auto gestapt. Hij hoorde [medeverdachte4] roepen dat hij gestoken was met een mes. Hij is op de jongen met het mes afgelopen en heeft hem geslagen. De jongen zakte in elkaar en kwam daarna op hem aflopen, waarna hij voelde dat hij ook gestoken was in zijn buik. Onderwijl heeft hij [medeverdachte1] en [medeverdachte6] zien vechten met een andere jongen, waarbij [medeverdachte1] een man vasthield. 5. [medeverdachte1] verklaart dat hij gezien heeft dat een man stekende bewegingen met een mes maakte naar [medeverdachte4] en [verdachte]. Hij zelf heeft gevochten met een man, die met een balk op hem af kwam lopen. d. (Deel van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.