vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 202718 / KG ZA 10-448 Vonnis in kort geding van 8 juli 2010 in de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, advocaat mr. L.A.P. Arends te Nijmegen, tegen [gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde, advocaat mr. B. Willemsen te Nijmegen. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.
- De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling in één van de gebouwen van de [instelling] te [woonplaats]. 1.
- Ten slotte is in verband met de spoedeisendheid van de zaak op 8 juli 2010 vonnis gewezen. De feiten en de motivering waarop de beslissing in het vonnis steunt, worden hieronder vastgelegd.
- De feiten 2.
- [eiser] is als avond-, nacht- en weekendhoofd werkzaam bij de [instelling] te [woonplaats]. 2.
- [gedaagde] is in het kader van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) met een rechterlijke machtiging gedwongen opgenomen in een psychiatrische instelling en verblijft thans in de [instelling] te [woonplaats]. 2.
- Op [datum en tijd] uur heeft er in de [instelling] te [woonplaats] een vechtpartij plaatsgevonden tussen [gedaagde] en een medepatiënt waarbij [gedaagde] verwondingen aan zijn mond heeft opgelopen. Zorgverleners van de [instelling], waaronder [eiser], hebben de vechtpartij beëindigd. Tijdens het in bedwang houden van [gedaagde] is [eiser] door [gedaagde] in zijn onderarm gebeten. 2.
- [eiser] heeft in het ziekenhuis zijn bloed laten onderzoeken op HIV en Hepatitis B en C. Uit dit onderzoek is niet duidelijk of hij al dan niet besmet is met één van deze virussen. 2.
- [eiser] heeft in verband met vrees voor besmetting met het hepatitis/HIV-virus [gedaagde] verzocht bloed af te staan voor een bloedonderzoek naar de aanwezigheid van het hepatitis/HIV-virus bij [gedaagde]. 2.
- [gedaagde] weigert mee te werken aan een bloedonderzoek teneinde hem te testen op het hepatitis/HIV-virus. 2.
- [eiser] is op advies ven de behandelende arts gestart met het slikken van medicijnen met zware bijwerkingen tegen een mogelijke besmetting.
- Het geschil 3.
- [eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om onmiddellijk na betekening van dit vonnis mee te werken aan een bloedonderzoek om vast te stellen of hij met het hepatitis/HIV-virus is besmet, welk onderzoek ondergaan dient te worden bij of vanwege de [instelling] en/of het Rijnstate ziekenhuis en/of enige andere ziekenhuiszorginstelling, uit te voeren door daarmee samenwerkende artsen en/of verpleegkundigen, met machtiging van [eiser] om bij gebreke van volledige voldoening door [gedaagde] aan deze veroordeling de medewerking aan het onderzoek op kosten van [gedaagde] te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie en met bepaling dat [eiser] onmiddellijk na bekend worden van de uitkomst van het te verrichten bloedonderzoek daarvan kennis mag nemen. Voorts vordert [eiser] veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure. 3.
- [eiser] stelt dat [gedaagde] gerekend kan worden tot de groep van personen met een verhoogd risico op hepatitis/HIV, gelet op onder meer zijn detentieverleden. [eiser] vreest dat hij als gevolg van de door [gedaagde] toegebrachte bijtwond mogelijk geïnfecteerd is met het hepatitis- of HIV-virus. Om zo gauw mogelijk een einde te maken aan de angst voor en de onzekerheid over een mogelijke besmetting, wil [eiser] het bloed van [gedaagde] onderzocht hebben. 3.
- [gedaagde] voert verweer. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
- De beoordeling 4.
- Het spoedeisend belang van eiser vloeit in voldoende mate voort uit zijn stellingen en standpunten. 4.
- Vast staat dat [eiser] door [gedaagde] in zijn onderarm is gebeten en dat [gedaagde] daarbij zelf verwondingen aan zijn mond had. Hierdoor is niet onaannemelijk dat tussen partijen bloed op bloedcontact heeft plaatsgevonden. Nu onweersproken is gesteld dat [eiser] gerekend kan worden tot de groep van personen met een verhoogd risico op het hepatitis/HIV-virus is het niet uitgesloten dat [eiser] door [gedaagde] besmet kan zijn geraakt met het hepatitis/HIV-virus. De vrees van [eiser] besmet te zijn geraakt met het hepatitis/HIV-virus is dan ook gerechtvaardigd. 4.
- Gelet op het gevaar van besmetting en de ernst van de (mogelijke) gevolgen daarvan voor diens gezondheid heeft [eiser] er groot belang bij dat door middel van bloedonderzoek van [gedaagde] zo snel mogelijk wordt vastgesteld of [gedaagde] drager is van het hepatitis/HIV-virus, zodat aan de bij [eiser] levende onzekerheid omtrent de vraag of hij met dat virus in contact is geweest en dus het risico op besmetting bestaat, een einde komt. Nu daartegenover [gedaagde] geen in rechte te respecteren belang heeft aangevoerd om zijn medewerking aan het bloedonderzoek te onthouden - hij heeft enkel aangevoerd dat hij geen vertrouwen heeft in het verplegend personeel en dat hij vreest dat hem wordt verweten dat hij [eiser] heeft besmet terwijl de besmetting mogelijk afkomstig is van de medepatiënt waarmee hij die bewuste dag heeft gevochten - zal de vordering van [eiser] worden toegewezen. 4.
- [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op: - dagvaarding € 87,93 - vast recht € 263,00 - salaris advocaat € 816,00 Totaal € 1.166,93
- De beslissing De voorzieningenrechter 5.
- veroordeelt [gedaagde] om onmiddellijk na betekening van dit vonnis mee te werken aan bloedonderzoek om vast te stellen of hij met het hepatitis/HIV-virus is besmet, welk onderzoek ondergaan dient te worden bij of vanwege de [instelling] en/of het Rijnstate ziekenhuis en/of enige andere ziekenhuiszorginstelling, uit te voeren door daarmee samenwerkende artsen en/of verpleegkundigen, met machtiging van [eiser] om bij gebreke van volledige voldoening door [gedaagde] aan deze veroordeling de medewerking aan het onderzoek op kosten van [gedaagde] te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie en met bepaling dat [eiser] onmiddellijk na bekend worden van de uitkomst van het te verrichten bloedonderzoek daarvan kennis mag nemen, 5.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.166,93, 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. Siragedik op 8 juli
- De feiten en de motivering zijn afzonderlijk vastgelegd op 14 juli 2010.