← Nederland

ECLI:NL:RBARN:2010:BO7899

vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht rekestnummer: 10/1480 uitspraakdatum: 3 december 2010 Voorlopige voorziening artikel 287b lid 1 Faillissementswet in de zaak van [ver[verzoeker]] wonende te [woonplaats], verzoeker, nader te noemen [verzoeker],

  1. De gang van zaken en het verzoek 1.1 [verzoeker] huurt vanaf 20 januari 2010 van Stichting Woningbeheer Betuwe (hierna te noemen: SWB), gevestigd te Lienden, de woning gelegen aan het adres [adres], [ ] [woonplaats]. 1.2 Beljah heeft tot en met 31 juli 2010 een huurachterstand laten ontstaan bij SWB van € 884,
  2. De kantonrechter heeft bij vonnis van 11 augustus 2010 de huurovereenkomst ontbonden, de ontruiming van de door [verzoeker] gehuurde woning gelast en [verzoeker] veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten. 1.3 Bij brief van 17 november 2010 heeft Groenewegen en Partners Gerechtsdeurwaarders aan [verzoeker] laten weten dat de ontruimingsdatum is bepaald op 7 december 2010 vanaf 07.00 uur. 1.
  3. Op 1 december 2010 heeft [verzoeker] een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend. [verzoeker] heeft daarbij gevraagd om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet ter voorkoming van de ontruiming van zijn woning. Dit verzoek is ter zitting van deze rechtbank op 3 december 2010 behandeld. [verzoeker] is ter terechtzitting gehoord, vergezeld van mevrouw [betrokkene 3], medewerker Bureau Schuldhulpverlening van de gemeente Tiel. Namens SWB is mevrouw [betrokkene 1] ter terechtzitting verschenen en namens Groenewegen & Partners Gerechtsdeurwaarders is mevrouw mr. [betrokkene 2] verschenen.
  4. Het standpunt van de partijen 2.1 Mevrouw [betrokkene 1] heeft ter zitting meegedeeld dat er in september 2010 al een ontruiming gepland stond, maar dat deze is voorkomen doordat [verzoeker] de helft van de openstaande vordering heeft voldaan. De andere helft zou [verzoeker] betalen voor 1 november met een ontslagvergoeding die hij zou ontvangen. Deze betaling is niet voldaan. Verder is de huur van november en december 2010 niet betaald. 2.2 [verzoeker] heeft ter zitting medegedeeld dat in september 2010 de afspraak was gemaakt dat hij de helft van de vordering zou voldoen, maar dat hij de andere helft niet kon betalen. Nu hij per heden een fulltime baan heeft bij Essent is hij in staat de lopende huurpenningen te voldoen. Hij heeft tevens toegezegd de openstaande huurtermijn over december 2010 te zullen betalen. 2.3 Mevrouw [betrokkene 3] heeft ter zitting medegedeeld dat bij toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening een spoedaanvraag zal worden gedaan bij BMS Budgetbeheer om een beheerrekening te openen.
  5. De beoordeling 3.1 De rechtbank stelt allereerst vast dat er sprake is van een bedreigende situatie als bedoeld in het tweede lid van artikel 287b Faillissementswet., nu de ontruiming is aangezegd tegen 7 december 2010, waaruit de spoedeisendheid eveneens volgt. 3.2 De rechtbank is van oordeel dat de gevraagde voorziening noodzakelijk en gerechtvaardigd is teneinde [verzoeker] in de gelegenheid te stellen in het minnelijk traject tot overeenstemming met zijn schuldeisers te komen over een minnelijke regeling. 3.3 Er is geen sprake van een situatie waarbij op voorhand duidelijk is dat de kans dat een minnelijke schuldregeling gelet op aard en omvang van de schulden tot stand komt zo klein is dat een moratorium niet gerechtvaardigd is. 3.4 De rechtbank gaat er bij haar beslissing van uit dat [verzoeker] thans inkomen uit fulltime arbeid genereert en er op korte termijn budgetbeheer zal worden gerealiseerd. 3.5 De conclusie is dat de gevraagde voorziening gegeven zal worden. Hierbij gelden de voorwaarden dat [verzoeker] uiterlijk 13 december 2010 de huur over december 2010 zal voldoen en dat hij daarna de verschuldigde huurtermijnen steeds stipt zal voldoen. 3.6 Op het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal thans nog niet worden beslist. Indien [verzoeker] gedurende de looptijd van dit moratorium een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers tot stand brengt, dient hij dit zo spoedig mogelijk aan de rechtbank te melden en daarbij het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in te trekken. Indien geen minnelijke regeling tot stand komt, dient [verzoeker] dit eveneens onverwijld te melden. In dat geval zal terstond een datum voor de mondelinge behandeling van het verzoekschrift worden bepaald. Tot slot zal [verzoeker] indien hij het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling niet handhaaft, de rechtbank daarvan eveneens op de hoogte stellen.
  6. De beslissing De rechtbank - schort de tenuitvoerlegging op van het op 11 augustus 2010 op verzoek van SWB uitgesproken vonnis tot ontruiming van de woning aan de [adres] te [woonplaats] voor de duur van deze voorziening; - bepaalt dat genoemde voorziening slechts geldt onder de voorwaarden dat de huur van december uiterlijk 13 december 2010 wordt voldaan en dat de periodiek verschuldigde huurtermijnen zullen worden voldaan; - bepaalt dat de genoemde voorziening geldt voor de duur van maximaal zes maanden; - bepaalt dat de voorziening in elk geval vervalt op het moment dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt ingetrokken dan wel een beslissing daarop in kracht van gewijsde is gegaan; - bepaalt dat Bureau Schuldhulpverlening van de gemeente Tiel, die namens [verzoeker] de buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert, uiterlijk twee weken vóór het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b zesde lid Faillissementswet. Gewezen door mr. B.J. Engberts en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 december 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.