Vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 208347 / KG ZA 10-740 Vonnis in kort geding van 17 december 2010 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ASTRAZENECA B.V., gevestigd te Zoetermeer, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GLAXOSMITHKLINE B.V., gevestigd te Zeist, eiseressen, advocaat mr. P.W. de Best te Eindhoven, tegen 1. de coöperatie COÖPERATIE UVIT U.A., statutair gevestigd te Gorinchem, kantoorhoudende te Arnhem, 2. de naamloze vennootschap N.V. UNIVÉ ZORG, statutair gevestigd te Zwolle, kantoorhoudende te Alkmaar, 3. de naamloze vennootschap TRIAS ZORGVERZEKERAAR N.V., statutair gevestigd te Nijmegen, kantoorhoudende te Arnhem, 4. de naamloze vennootschap ZORGVERZEKERAAR CARES GOUDA N.V., statutair gevestigd te Nijmegen, kantoorhoudende te Arnhem, 5. de naamloze vennootschap VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V., statutair gevestigd te Nijmegen, kantoorhoudende te Arnhem, 6. de naamloze vennootschap IZZ ZORGVERZEKERAAR N.V., statutair gevestigd te Nijmegen, kantoorhoudende te Arnhem, 7. de naamloze vennootschap IZA ZORGVERZEKERAAR N.V., statutair gevestigd Nijmegen, kantoorhoudende te Arnhem, 8. de naamloze vennootschap N.V. ZORGVERZEKERAAR UMC, statutair gevestigd te Nijmegen, kantoorhoudende Arnhem, gedaagden, advocaat mr. M.F. van der Mersch te ‘s-Gravenhage. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties - de producties van gedaagden - de mondelinge behandeling - de pleitnota’s van eiseressen - de pleitnota van gedaagden. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. AstraZeneca (hierna: AZ) is een internationale onderneming die zich bezighoudt met de productie, verhandeling en distributie van geneesmiddelen. Zij brengt sinds 1990 het geneesmiddel Pulmicort op de markt met de werkzame stof budesonide. Budesonide behoort tot de geneesmiddelen die bijnierschorshormonen of corticosteroïden worden genoemd. Het is een lokaal werkend corticosteroïd (glucocorticosteroïd). Budesonide werkt plaatselijk in de luchtwegen en vermindert de (chronische) ontsteking in de luchtwegen. Artsen schrijven geneesmiddelen met deze werkzame stof voor bij astma en chronische obstructieve longziekte (COPD). 2.2. AZ brengt sinds 1997 ook het geneesmiddel Oxis op de markt. Dit middel bevat de werkzame stof formoterol. Het behoort tot de groep langwerkende beta-agonisten en is een luchtwegverwijder. Ook dit geneesmiddel wordt voorgeschreven bij astma en COPD. 2.3. GlaxoSmithKline (hierna: GSK) is net als AZ - hierna zullen zij gezamenlijk de farmaceuten worden genoemd - een internationale onderneming die zich bezighoudt met de productie, verhandeling en distributie van geneesmiddelen. Zij brengt sinds 1997 het geneesmiddel Ventolin Diskus met de werkzame stof salbutamol op de markt. Salbutamol is eveneens een luchtwegverwijder en wordt gebruikt bij behandeling van plotselinge en regelmatig terugkerende aanvallen van benauwdheid, zoals deze onder meer voorkomen bij astma en chronische bronchitus (luchtwegontsteking). 2.4. Genoemde geneesmiddelen, Pulmicort, Oxis en Ventolin Diskus, worden alle toegediend door inhalatie via de mond. Deze inhalatie vindt plaats door middel van speciaal daarvoor ontwikkelde inhalatoren/hulpmiddelen, die integraal onderdeel uitmaken van de desbetreffende geneesmiddelen. 2.5. Naast voornoemde geneesmiddelen zijn er nog andere (generieke) geneesmiddelen met dezelfde werkzame stoffen salbutamol, formoterol en budesonide op de markt, waar weer andere inhalatoren onderdeel van uitmaken. 2.6. Gedaagden sub 2 tot en met 8 (Univé Zorg, Trias, Cares Gouda, VGZ, IZZ, IZA en UMC) zijn zorgverzekeraars die tezamen deel uitmaken van gedaagde sub 1, de coöperatie Uvit U.A. Deze coöperatie is ontstaan uit een fusie tussen de zorgverzekeraars Univé, VGZ-IZA en Trias. Gedaagden sub 1 tot en met 8 vormen tezamen het Uvit-concern (hierna: Uvit). 2.7. Uvit is met ruim 4,2 miljoen zorgverzekerden de op één na grootste zorgverzekeraar. Sinds 2005 voert zij een preferentiebeleid. Dit houdt in dat Uvit voor een aantal werkzame stoffen één of meerdere geneesmiddelen aanwijst, die voor vergoeding in aanmerking komen. Andere geneesmiddelen met diezelfde werkzame stoffen worden niet door haar vergoed. Deze aanwijzingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 2.8 lid 1 sub a en lid 3 Besluit zorgverzekering. 2.8. Op 1 september 2010 heeft Uvit via haar digitale ‘HUB-systeem’ aangekondigd met ingang van 1 januari 2011 preferentiebeleid te gaan voeren ter zake van een groot aantal (nieuwe) categorieën geneesmiddelen. Deze geneesmiddelen staan vermeld in het ‘prijzenblad geneesmiddelen’ dat door middel van dat systeem op die datum beschikbaar is gekomen, evenals de ‘Procedure contractering preferente geneesmiddelen’ met daarbij een concept ‘overeenkomst preferente middelen’. Op genoemd prijzenblad geneesmiddelen staan sinds de invoering van het preferentiebeleid door Uvit voor het eerst ook geneesmiddelen met de werkzame stof salbutamol, formoterol en budesonide. Meer in het bijzonder gaat het om de volgende productcategorieën: - budesonide, pulmonaal, R03BA02, 200 µg, - budesonide, pulmonaal, R03BA02, 400 µg, - formoterol, inhalatie, R03AC13, 6 µg/dosis, - formoterol, inhalatie, R03AC13, 12 µg/dosis, - salbutamol, inhalatie, R03AC02, 100 µg/dosis, - salbutamol, inhalatie, R03AC02, 200 µg/dosis. 2.9. De daarvoor te volgen procedure heeft Uvit bekendgemaakt in het document ‘Procedure contractering preferente geneesmiddelen’. Daarin staat onder andere het volgende tijdschema: 1 september 2010 Versturen uitnodiging voor de selectieprocedure aan aanbieders 10 september 2010 tot 17:00 uur uiterste datum voor het (digitaal) indienen van vragen door aanbieders 17 september 2010 Beantwoording van de gestelde vragen. De vragen en antwoorden worden bekend gemaakt zonder vermelding van de namen van marktpartijen 27 september 2010 om 14:00 uur Uiterst moment indienen offerte 4 oktober 2010 De zorgverzekeraar informeert de geselecteerde en afgewezen inschrijvers 1 november 2010 Uiterlijk op deze datum wordt de overeenkomst tussen de zorgverzekeraar en de geselecteerde marktpartij gesloten 1 januari 2011 Ingangsdatum van de aanwijzing van de producten en van de overeenkomst tussen de zorgverzekeraar en de geselecteerde inschrijver 2.10. AZ bij brieven van 9 en 22 september 2010 en GSK bij e-mailbericht van 3 september 2010 en brieven van 10 en 23 september 2010 hebben schriftelijk bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen toepassing van het preferentiebeleid met betrekking tot de werkzame stof salbutamol, formoterol en budesonide. Tevens hebben zij telefonisch contact gezocht met Uvit. Uvit heeft geen inhoudelijke reactie gegeven op de door de farmaceuten naar voren gebrachte bezwaren. 2.11. De farmaceuten hebben ook gebruik gemaakt van de mogelijkheid om digitaal vragen te stellen aan Uvit over het voorgenomen preferentiebeleid. Op 17 september 2010 heeft Uvit alle ingediende vragen beantwoord. Op de vraag “Klopt het dat u één preferent geneesmiddel aanwijst over de verschillende PRK codes heen? (…)”, heeft Uvit als volgt geantwoord: “Uvit wijst preferente geneesmiddelen aan binnen het bestek van regeling zorgverzekering 2.8 en de gepubliceerde leidraad. Waarbij we ook natuurlijk oog hebben voor de uitwisselbaarheid van de verschillende preparaten.” In een e-mailbericht van 24 september 2010 van Uvit aan AZ heeft zij dit standpunt herhaald. 2.12. Op 4 oktober 2010 heeft Uvit onder meer het volgende aan de farmaceuten bericht: Omwille van de zorgvuldigheid van de beoordeling van aanbiedingen zijn we genoodzaakt om de aanwijzing van preferente geneesmiddelen uit te stellen. De verwachting is dat we enkele dagen de tijd nodig hebben om tot aanwijzing te komen. Wij zullen uiterlijk a.s. woensdag 6 oktober de geselecteerde en afgewezen inschrijvers informeren. 2.13. Op 6 oktober 2010 heeft Uvit aan de farmaceuten bericht dat de aanwijzing van preferente geneesmiddelen voor enkele producten, waaronder die met de werkzame stof salbutamol, formoterol en budesonide, voorlopig is uitgesteld. Tevens heeft zij bericht dat partijen uiterlijk 1 november 2010 worden geïnformeerd of voor die producten tot aanwijzing van preferente geneesmiddelen zal worden overgegaan. 2.14. Bij brief van 12 oktober 2010 heeft de advocaat van de farmaceuten Uvit verzocht en voor zover nodig gesommeerd af te zien van het doorvoeren van het preferentiebeleid voor geneesmiddelen met de werkzame stof salbutamol, formoterol en budesonide. Bij deze brief heeft zij een concept-dagvaarding gevoegd. 2.15. Omdat een reactie van Uvit uitbleef, heeft de advocaat van de farmaceuten bij brief van 5 november 2010 onder meer het volgende aan Uvit bericht: Mochten cliënten volgende week donderdag nog geen definitief standpunt hebben vernomen of dan worden besloten dat het preferentiebeleid voor genoemde geneesmiddelen alsnog doorgang gaat vinden, dan zal de eerder aangekondigde kort geding procedure – gelet op de grote gevolgen van het preferentiebeleid voor (de middelen van) cliënten – direct worden doorgezet. 2.16. Bij brief van 29 november 2010 heeft Uvit onder meer het volgende aan de advocaat van de farmaceuten bericht: Aangezien nog niet tot definitieve aanwijzing was overgegaan, kon ik u namens Univé-VGZ-IZA-Trias niet eerder duidelijkheid geven. Op basis van het door Univé-VGZ-IZA-Trias opgestelde beleidsdocument alsmede de informatie van verschillende marktpartijen heeft Univé-VGZ-IZA-Trias onlangs het besluit genomen omtrent de aanwijzing van preferente middelen met formoterol, beclometason, budesonide en sulbatumol als werkzaam bestanddeel. In de bijlage bij deze brief vindt u een lijst met de in deze categorieën aangewezen preferente geneesmiddelen. De overige producten die vallen in de PRK-clusters genoemd in de derde kolom, worden niet aangewezen. 3. Het geschil 3.1. De farmaceuten vorderen met betrekking tot AZ dat: I. Uvit wordt verboden met onmiddellijke ingang (verdere) uitvoering te geven aan het door haar op 1 september 2010 aangekondigde preferentiebeleid met ingang van 1 januari 2011 ter zake de geneesmiddelen met de werkzame stoffen budesonide en formoterol in de productcategorieën ‘budesonide pulmonaal’, sterktes 200 en 400 microgram en ‘formoterol, inhalatie’, sterktes 6 en 12 microgram/dosis, alsook dat Uvit wordt geboden de aanwijzing van preferente geneesmiddelen in genoemde productcategorieën - voor zover die ten tijde van het wijzen van dit vonnis reeds heeft plaatsgevonden - met onmiddellijke ingang te herroepen, II. Uvit wordt verboden nieuw preferentiebeleid (in opvolging van het onder I genoemde preferentiebeleid) te voeren voor de geneesmiddelen met de werkzame stoffen budesonide en formoterol in de hiervoor onder I genoemde productcategorieën, III. voor zover de onder I bedoelde aanwijzing ten tijde van dit vonnis reeds heeft plaatsgevonden, Uvit wordt geboden om zorgaanbieders, verzekerden en andere belanghebbenden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee dagen na de herroeping van de aanwijzing van de geneesmiddelen met de werkzame stoffen budesonide en formoterol in de hiervoor onder I genoemde productcategorieën als preferente geneesmiddelen, daaromtrent te informeren, door bekendmaking op de websites van Uvit en schriftelijke kennisgeving aan alle betrokkenen, waaronder in ieder geval voorschrijvers, verzekerden en apotheekhoudenden, zulks onder gelijktijdige verstrekking van afschriften van die schriftelijke kennisgevingen aan AZ, een en ander telkens op straffe van een dwangsom. De farmaceuten vorderen met betrekking tot GSK dat: IV. Uvit wordt verboden met onmiddellijke ingang (verdere) uitvoering te geven aan het door haar op 1 september 2010 aangekondigde preferentiebeleid met ingang van 1 januari 2011 ter zake de geneesmiddelen met de werkzame stof salbutamol in de productcategorieën ‘salbutamol, inhalatie’, sterktes 100 en 200 microgram/dosis, alsook dat Uvit wordt geboden de aanwijzing van preferente geneesmiddelen in genoemde productcategorieën - voor zover die ten tijde van het wijzen van dit vonnis reeds heeft plaatsgevonden - met onmiddellijke ingang te herroepen, V. Uvit wordt verboden nieuw preferentiebeleid (in opvolging van het onder IV genoemde preferentiebeleid) te voeren voor de geneesmiddelen met de werkzame stof salbutamol in de hiervoor onder IV genoemde productcategorieën, VI. voor zover de onder IV bedoelde aanwijzing ten tijde van dit vonnis reeds heeft plaatsgevonden, Uvit wordt geboden om zorgaanbieders, verzekerden en andere belanghebbenden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee dagen na de herroeping van de aanwijzing van de geneesmiddelen met de werkzame stof salbutamol in de hiervoor onder IV genoemde productcategorieën als preferente geneesmiddelen, daaromtrent te informeren, door bekendmaking op de websites van Uvit en schriftelijke kennisgeving aan alle betrokkenen, waaronder in ieder geval voorschrijvers, verzekerden en apotheekhoudenden, zulks onder gelijktijdige verstrekking van afschriften van die schriftelijke kennisgevingen aan GSK, een en ander telkens op straffe van een dwangsom. Voorts vorderen de farmaceuten dat Uvit hoofdelijk wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, vermeerderd met wettelijke rente. 3.2. De farmaceuten leggen het volgende aan hun vorderingen ten grondslag. In de procedure van Uvit zit een aantal essentiële gebreken, die reeds maken dat Uvit onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld jegens de farmaceuten. Uvit heeft zich niet gehouden aan de procedureregels die zijzelf heeft opgesteld en aan betrokkenen heeft kenbaar gemaakt. Keer op keer zijn termijnen opgeschoven, toezeggingen niet nagekomen en is op correspondentie niet gereageerd. Op het uiterste moment dat de farmaceuten een bod moesten uitbrengen was er derhalve veel onduidelijk, bijvoorbeeld over of en hoe zou worden afgeweken van de door Uvit eerder bekendgemaakte productcategorieën. Dit in het achterhoofd houdende, en omdat de farmaceuten het inhoudelijk principieel niet eens waren met de door Uvit voorgenomen toepassing van het preferentiebeleid op geneesmiddelen met de werkzame stof salbutamol, formoterol en budesonide, hebben de farmaceuten uiteindelijk geen bod uitgebracht. Later is de farmaceuten bovendien gebleken dat Uvit eenzijdig van de door haarzelf vastgestelde en gecommuniceerde spelregels en criteria is afgeweken. Uvit heeft immers niet, zoals aanvankelijk was aangekondigd, per productcategorie één preferent geneesmiddel aangewezen, maar zij heeft subgroepen gemaakt, ingedeeld op basis van één of meer zogeheten ‘PRK-codes’, en voor die groepen heeft zij een preferent geneesmiddel aangewezen. De overige middelen in die subgroepen zijn niet aangewezen en ook zijn er middelen in de betreffende productcategorieën waarvan de PRK-codes niet voorkomen op de bijlage, zodat voor die middelen eveneens geen preferent geneesmiddel is aangewezen. Uvit heeft daarmee in de precontractuele verhouding met de farmaceuten de eisen van redelijkheid en billijkheid volstrekt genegeerd, hetgeen onrechtmatig is jegens hen. Daarnaast is volgens de farmaceuten het toepassen van het preferentiebeleid op de onder 2.8 genoemde productcategorieën niet toegestaan. Een redelijke uitleg van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering brengt met zich dat het toepassen van het preferentiebeleid alleen mogelijk is indien het gaat om identieke of volledig gelijkwaardige (volledig inwisselbare) geneesmiddelen met dezelfde werking. Daarvan is in het onderhavige geval volgens de farmaceuten echter geen sprake. De hier aan de orde zijnde geneesmiddelen zijn lokaal werkende geneesmiddelen (in de luchtwegen en de longen), die, om daar goed hun werk te kunnen doen, op een speciale wijze dienen te worden toegediend, namelijk door middel van inhalatie met een inhalator. Hoe groot de concentratie van het werkzame bestanddeel op de plaats van werking is, is afhankelijk van een groot aantal factoren, zoals de vorm waarin de stof wordt ingeademd, het ontwerp van de inhalator, het ontwerp van een eventuele voorzetkamer, de inhalatie-instructies aan de patiënt en de wijze waarop de patiënt deze inhalatie-instructies uitvoert. Dit betekent dat een arts de werkzame stof vrijwel altijd in combinatie met een bepaald soort inhalator zal voorschrijven. Uvit houdt hier in haar preferentiebeleid ten onrechte geen rekening mee. Door per werkzame stof slechts één geneesmiddel als preferent aan te wijzen, wijst Uvit in feite ook maar één inhalator aan, namelijk die welke bij het aangewezen geneesmiddel hoort. Andere inhalatoren zullen derhalve niet meer door Uvit worden vergoed, terwijl voor de arts de keuze van de juiste inhalator voor de patiënt, naast de werkzame stof, essentieel is. Dit leidt volgens de farmaceuten evident tot verschraling van de zorg, nu aan grote groepen patiënten de juiste zorg wordt ontnomen. Bestaande patiënten zullen bovendien en masse moeten worden omgezet, met alle gevolgen van dien. Ook de therapietrouw komt hiermee onder druk te staan, hetgeen eveneens een goede behandeling in de weg staat. Uvit neemt daardoor niet de zorgvuldigheid in acht die van haar mag worden verwacht. Omdat als gevolg van het preferentiebeleid de geneesmiddelen van de farmaceuten niet langer door Uvit zullen worden vergoed, leiden de farmaceuten aanzienlijke schade. Uvit handelt daarmee onzorgvuldig en dus onrechtmatig jegens de farmaceuten. 3.3. Uvit voert gemotiveerd verweer waarop, voor zover van belang, hierna zal worden ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van de farmaceuten. 4.2. Het gaat in deze zaak om het volgende. Uvit voert sinds 2005 een preferentiebeleid. Dit houdt in dat zij voor een aantal werkzame stoffen één of meerdere geneesmiddelen aanwijst, die voor vergoeding in aanmerking komen. Andere geneesmiddelen met diezelfde werkzame stoffen worden niet door haar vergoed. Deze aanwijzingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 2.8 lid 1 sub a juncto lid 3 Besluit zorgverzekering. Sinds 1 juni 2009 maakt Uvit voor de selectie van de aan te wijzen geneesmiddelen gebruik van het zogenaamde couvert-beleid. Fabrikanten van geneesmiddelen kunnen bij Uvit onder couvert bekendmaken voor welke prijs zij de producten ten behoeve van Uvit-verzekerden wensen aan te bieden. De producten van de fabrikant die de laagste prijs biedt, worden als preferent aangewezen. Thans voert Uvit couvert-beleid ten aanzien van 316 productcategorieën. Op 29 november 2010 heeft Uvit aan de advocaat van de farmaceuten kenbaar gemaakt dat met ingang van 1 januari 2011 tot de productcategorieën waarop het preferentiebeleid van toepassing is ook gaan behoren geneesmiddelen met de werkzame stof salbutamol, formoterol en budesonide. 4.3. De farmaceuten stellen nu dat het toepassen van het preferentiebeleid door Uvit ten aanzien van geneesmiddelen met genoemde werkzame stoffen niet is toegestaan. Een juiste uitleg van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering brengt namelijk met zich dat het toepassen van het preferentiebeleid alleen mogelijk is indien het gaat om identieke of volledig gelijkwaardige (volledig inwisselbare) geneesmiddelen met dezelfde werking. Daarvan is in het onderhavige geval volgens de farmaceuten echter geen sprake. 4.4. Uvit voert in de eerste plaats als verweer aan dat in deze zaak niet is voldaan aan het in artikel 6:163 BW neergelegde relativiteitsvereiste. De beweerdelijk geschonden norm, overtreding van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering, strekt volgens Uvit immers niet tot bescherming tegen de schade zoals de farmaceuten die zouden leiden. Reeds hierom dienen de vorderingen van de farmaceuten te worden afgewezen. 4.5. In dit verband wordt voorop gesteld dat bij de beantwoording van de vraag of aan het in artikel 6:163 BW neergelegde relativiteitsvereiste is voldaan, het aankomt op het doel en de strekking van de geschonden norm, aan de hand waarvan moet worden onderzocht tot welke personen en tot welke schade en welke wijzen van ontstaan van schade de daarmee beoogde bescherming zich uitstrekt (zie onder meer Hoge Raad 10 november 2006, NJ 2008, 491). De vraag die derhalve dient te worden beantwoord is tot bescherming van welk(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.