VONNIS RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 214257 / HA ZA 11-528 Vonnis van 2 november 2011 in de zaak van de rechtspersoon naar Chinees recht HAIER ELECTRICAL APPLIANCES CORP. LTD, gevestigd te Qingdao, Shandong, China, eiseres, advocaat mr. F.H. Aalderink te Rotterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [plaats] , gedaagde, advocaat mr. H.S. Bugter te Bennekom.
- De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het B-15 formulier waarbij eiseres de naam van een mogelijke getuige opgeeft - de incidentele conclusie tot zekerheidsstelling van gedaagde - het B-12 formulier waarmee gedaagde bericht het incident in te trekken - het B-15 formulier waarmee eiseres bericht in te stemmen met intrekking van het incident - de conclusie van antwoord. 1.2 Vervolgens heeft de rolrechter de zaak aangehouden om te beslissen of een comparitie zal worden gelast.
- De overwegingen 2.
- Deze zaak strekt tot erkenning van een uitspraak van het hof in hoger beroep in China (Shandong Province Higher People's Court) van 12 oktober 2010 en overeenkomstige veroordeling van gedaagde op de voet van artikel 431 lid 2 Rv. Gedaagde betwist de stelling van eiseres dat voor een hernieuwde inhoudelijke behandeling van het materiële geschil tussen de partijen geen grond bestaat. De rechtbank zal een comparitie bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Tijdens de comparitie zal in ieder geval aan de orde komen de kwestie of het geschil tussen de partijen opnieuw inhoudelijk dient te worden behandeld en afgedaan. 2.
- Zo de partijen zich ter zitting op stukken wensen te beroepen die nog niet in het geding zijn gebracht, dienen zij deze stukken twee weken voor de zitting aan de rechtbank en de wederpartij toe te zenden. 2.
- De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten. 2.
- In beginsel zal ter comparitie niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten, waarbij onder pleiten wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.2.
- Op de comparitie zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking of inschakeling van een mediator aan de orde komen. De zitting eindigt met een aantal formaliteiten.
- De beslissing De rechtbank 3,
- beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. A.E.B. ter Heide in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd, 3.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 16 november 2011 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de donderdagen in de maanden december 2011 tot en met februari 2012, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald, 3.
- bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen, 3.
- bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd, 3.
- wijst partijen er op, dat voor de zitting drie uur zal worden uitgetrokken, 3.
- bepaalt dat de in de overwegingen genoemde stukken uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting aan de rechtbank en de wederpartij moet zijn toegestuurd, 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken op 2 november 201 1.