← Nederland

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ3186

RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht Rekestnummer: 11/386 uitspraakdatum: 28 april 2011 Verzoek gedwongen schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet In de zaak van: [verzoe[verzoeker], wonende te [woonplaats], nader te noemen [verzoeker]. [verzoeker] heeft bij de rechtbank op 2 maart 2011 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Daarbij is tevens verzocht om de weigerachtige schuldeisers: Wehkamp, Ceeka Trade en CJIB te bevelen in te stemmen met een vóór indiening van het verzoekschrift aangeboden schuldregeling als bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet. Het verzoek betreft het opleggen van een schuldregeling aan de schuldeisers. Inhoudende dat aan [verzoeker] een saneringskrediet wordt verstrekt van 1.372,36 netto. De hoogte van dit krediet is door de gemeente [woonplaats] gerelateerd aan het voor [verzoeker] geldende vrij te laten bedrag dat door de gemeente [woonplaats] is vastgesteld. De gemeente [woonplaats] heeft de schuldeisers bericht dat naar verwachting 0,71% op de vorderingen van de concurrente schuldeisers en 1,42% op de vorderingen van de preferente schuldeisers kan worden uitbetaald. Wehkamp, Ceeka Trade en CJIB zijn met dit voorstel niet akkoord gegaan. [verzoeker] is door de rechtbank gehoord ter terechtzitting van 21 april

  1. Namens de schuldeisers die niet met het voorstel van de gemeente [woonplaats] hebben ingestemd, is niemand verschenen. De feiten De schuldenlast van [verzoeker] bedraagt € 137.404,47 verdeeld over 25 schuldeisers. [verzoeker] is bijna 61 jaar, ontvangt al enkele jaren een WWB-uitkering van de gemeente [woonplaats] en is door deze instantie vrijgesteld van de sollicitatieverplichting in verband met epilepsie (en knieklachten). [verzoeker] heeft aangegeven dat sprake is van een onterechte weigering van het door de gemeente [woonplaats] gedane voorstel. Slechts enkele schuldeisers weigeren en het gros van de schulden is meer dan vijf jaar geleden ontstaan. [verzoeker] heeft verder aangevoerd dat hij gezien zijn leeftijd en draagkracht niet meer van zijn schulden af kan komen zonder een schuldregeling. De beoordeling van het verzoek: Het verzoek tot het opleggen van deze schuldregeling aan de weigerachtige schuldeisers dient te worden toegewezen indien de weigerachtige schuldeisers in redelijkheid niet tot weigering van instemming met deze schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van [verzoeker] of van de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad. Het voorstel is goed gedocumenteerd. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat het aanbod van [verzoeker] het uiterste is waartoe hij financieel in staat moet worden geacht. De kans dat de schuldeisers van [verzoeker] in de toekomst een hogere betaling ontvangen is, gezien de leeftijd en medische situatie van [verzoeker], nagenoeg nihil. De rechtbank neemt verder op basis van het arbeidsverleden en de verklaringen van [verzoeker] ter zitting aan dat hij niet over vermogen beschikt. Een buitengerechtelijke schuldregeling levert daarnaast voor de schuldeisers meer op dan de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dat sprake is van contra-indicaties om [verzoeker] toe te laten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling staat aan toewijzing van het onderhavige verzoek niet in de weg. De gemeente [woonplaats] vordert namelijk van [verzoeker] onterecht verstrekte uitkering terug in verband met uitkeringsfraude over de periode 1 mei 2006 tot en met 1 januari 2007 (in 2007 teruggevorderd). Deze schuld is ontstaan binnen de termijn als bedoeld in artikel 288 lid 1 onder b van de Faillissementswet. De rechtbank stelt vast dat indien [verzoeker] na een jaar opnieuw een verzoek doet, deze afwijzingsgrond niet meer aan toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg staat. Daarbij is betrokken dat [verzoeker] gedurende ongeveer anderhalf jaar maximaal op deze schuld heeft afgelost. Financieel gezien zal dan hetzelfde resultaat voor de schuldeisers worden behaald. Door het saneringskrediet kunnen de schuldeisers eveneens direct beschikken over het aanbodbedrag en niet pas na drie (of vier) jaar. De conclusie is dat de weigerachtige schuldeisers in redelijkheid niet tot weigering van instemming met deze schuldregeling hebben kunnen komen. Het verzoek om de weigerachtige schuldeisers te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom op grond van artikel 287a lid 5 Faillissementswet toegewezen. Het verzoek van [verzoeker] om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling kan, gelet op toewijzing van de schuldregeling, onbesproken blijven. Namens [verzoeker] is door de gemeente [woonplaats] om veroordeling van de betrokken schuldeisers in de gemaakte extra kosten ad € 284,- gevraagd. Dit betreft kosten voor het herhaalde verzoek tot medewerking aan de weigerende schuldeisers en het opstellen van een rapportage, verzoekschriften en verklaring à € 71,- per uur. [verzoeker] heeft echter niet gesteld, en ook is niet gebleken dat de gemaakte kosten (van de gemeente) voor zijn rekening komen. Dit deel van het verzoek wordt daarom afgewezen. De beslissing De rechtbank: - beveelt de schuldeisers Wehkamp, Ceeka Trade en CJIB in te stemmen met de door [verzoeker] aangeboden schuldregeling; - wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Engberts en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 april
  2. de griffier, de rechter,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.