ECLI:NL:RBARN:2011:BQ8269
Vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 198398 / HA ZA 10-592 Vonnis van 18 mei 2011 in de zaak van DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/RIVIERENLAND, mede kantoorhoudende te Nijmegen, eiser, advocaat mr. drs. J.C.G. Vestjens te Amsterdam, tegen [gedaagden] advocaat mr. A. Legel te Veghel.
Eiser zal hierna de Ontvanger worden genoemd, gedaagden gezamenlijk [gedaagden]., dan wel ieder afzonderlijk respectievelijk [gedaagde sub 1] (gedaagde sub 1), [gedaagde sub 2] (gedaagde sub 2) en [gedaagde sub 3] (gedaagde sub 3).
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2.2. Bij het tussenvonnis heeft de rechtbank de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte door alle partijen over hetgeen is vermeld onder de rechtsoverwegingen 4.8 en 4.9 van dat vonnis, die, voor zover van belang, luiden:
4.8. (...) Gelet op het bepaalde in artikel 677 Rv zal de rechtbank bepalen dat de verdeling zal moeten plaatsvinden ten overstaan van een notaris. Ter comparitie hebben partijen overeenstemming bereikt over deze te benoemen notaris. Zij hebben voorgesteld de huidige boedelnotaris, mr. Van de Heuvel uit Wijchen, in de onderhavige zaak te benoemen. Omdat nadere (adres)gegevens van deze notaris ontbreken, zal de rechtbank de zaak naar de rol verwijzen om partijen in de gelegenheid te stellen zich bij akte nader uit te laten omtrent de persoon van de te benoemen notaris (met adresgegevens).
4.9. Voorts zal de rechtbank overeenkomstig het gevorderde onder 3.1 sub iii overgaan tot benoeming van een onzijdig persoon. De rechtbank ziet aanleiding om voor iedere deelgenoot/gedaagde afzonderlijk een onzijdig persoon te benoemen, omdat de rechtbank niet uitgesloten acht dat [gedaagden]. onderling tegenstrijdige belangen bij de verdeling (kunnen) hebben. Het komt de rechtbank juist voor dat de te benoemen notaris de te benoemen onzijdige personen benadert en aanwijst. Partijen dienen daartoe zelf contact op te nemen met de notaris. De rechtbank zal de zaak ook om deze reden naar de rol verwijzen voor het overleggen van een voorstel van de notaris omtrent de te benoemen onzijdige personen. Dit voorstel dient dus te zien op drie verschillende onzijdige personen, die respectievelijk [gedaagden] zullen vertegenwoordigen bij de werkzaamheden tot verdeling van de gemeenschap, voor zover zij daartoe onwillig zouden zijn.
2.3. [gedaagde sub 1] heeft daarop een akte houdende uitlating na tussenvonnis genomen. Daarin heeft hij overeenkomstig voormelde rechtsoverwegingen de gegevens van de notaris opgenomen, alsmede de door die notaris aangewezen personen die als onzijdige persoon kunnen worden benoemd. De Ontvanger en [gedaagde sub 3] hebben in de door hen genomen akten houdende uitlating na tussenvonnis aangegeven geen bezwaar te hebben tegen benoeming van de in de akte houdende uitlating van [gedaagde sub 1] genoemde door de notaris aangewezen personen als onzijdige persoon. Gelet hierop zal de rechtbank de in het tussenvonnis van 23 maart 2011 onder 3.1 sub ii en iii opgenomen vorderingen toewijzen overeenkomstig hetgeen is opgenomen in de door [gedaagde sub 1] genomen akte houdende uitlating na tussenvonnis.
2.4. [gedaagden]. zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Ontvanger worden begroot op:
2.6. Zoals reeds in het tussenvonnis van 23 maart 2011 is overwogen, vindt de vordering van de Ontvanger - tot verdeling van de gemeenschap van de nalatenschap van de heer [erflater 1] - haar wettelijke grondslag in artikel 3:180 lid 1 BW. Ter inleiding op deze vordering biedt artikel 733 Rv de mogelijkheid conservatoir deelgenotenbeslag te leggen. Dit deelgenotenbeslag betreft een beslag op de desbetreffende gemeenschapsgoederen in hun geheel. Een dergelijk beslag strekt niet, zoals een verhaalsbeslag, tot verhaal van een geldsom, maar uitsluitend tot het behoud van een of meerdere gemeenschapsgoederen voor de verdeling. In de door [gedaagde sub 1] in zijn conclusie van antwoord genoemde arresten is geen sprake van deelgenotenbeslag, zodat reeds om die reden aan die arresten geen doorslaggevende betekenis kan worden toegekend.
Ten slotte overweegt de rechtbank dat met betrekking tot de nalatenschappen van de heer [erflater 1] en mevrouw [erflater 2] sprake is van afgescheiden vermogens. Het is dan ook niet mogelijk om een vordering op een aandeel in de nalatenschap van de een te verrekenen met een schuld aan de nalatenschap van de ander. Het beslag is dan ook op goede gronden en op juiste wijze gelegd. Een en ander leidt tot de conclusie dat de gevorderde beslagkosten kunnen worden toegewezen, behoudens voor zover zij zien op het conservatoir deelgenotenbeslag onder ING Bank N.V. Dit beslag ziet immers op de op naam van mevrouw [erflater 2] staande bankrekening bij ING Bank N.V., terwijl de Ontvanger als gevolg van zijn vermindering van eis in deze procedure niet langer verdeling vordert van de gemeenschap van de nalatenschap van mevrouw [erflater 2].
De beslagkosten worden derhalve begroot op € 862,00 voor verschotten en € 452,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 452,00).
Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2011.
Coll.: MvG