Vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 197117 / HA ZA 10-380 Vonnis van 22 juni 2011 in de zaak van de naamloze vennootschap REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V., gevestigd te Rotterdam, eiseres, advocaat mr. J.M.W. Werker te Arnhem, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GIESBERS MATERIEEL B.V., gevestigd te Wijchen, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GIESBERS GROEP B.V., gevestigd te Arnhem, gedaagden, advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem. Partijen zullen hierna Reaal en Giesbers c.s. genoemd worden, danwel, indien het één van gedaagden afzonderlijk betreft, Giesbers Materieel en Giesbers Groep. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 15 september 2010 - het proces-verbaal van comparitie van 5 januari 2011 - de akte van de zijde van Reaal - de antwoordakte van de zijde van Giesbers c.s. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Giesbers-Wijchen Bouw B.V., een zustermaatschappij van Giesbers Materieel en een dochtermaatschappij van Giesbers Groep B.V., hierna aan te duiden als: Giesbers Wijchen, heeft in juli 2003 van Heijmans Hopman Onroerend Goed B.V. opdracht gekregen de uitbreiding van een winkelcentrum in Malden te realiseren. 2.2. Op 4 juli 2003 is er wateroverlast opgetreden. In verband hiermee heeft Giesbers Wijchen onder meer op het dak van het AH filiaal in dat winkelcentrum zwerfkasten geplaatst om heaters en luchtontvochtigers in werking te kunnen houden. 2.3. Op 9 juli 2003 heeft een brand gewoed op het dak van het AH filiaal, waardoor F.A.M. Heijmans B.V., de franchisenemer van het AH filiaal, schade heeft geleden. 2.4. In opdracht van (onder meer) Reaal als verzekeraar van F.A.M. Heijmans B.V., heeft Crawford & Company Nederland B.V. (hierna: Crawford) de schade onderzocht. In haar voorlopig rapport van 10 juli 2003 heeft Crawford met betrekking tot de oorzaak het volgende vermeld: De oorzaak van het ontstaan van de brand is nog niet bekend. Volgens verklaring van getuigen zou de brand ter plaatse van een bouwaansluiting (paddestoel) zijn ontstaan. Bij onze inspectie ter plaatse troffen wij twee van deze bouwaansluitingen aan. Deze zijn beide geheel uitgebrand en zijn op ons verzoek, inclusief de nog aanwezige bekabeling, voor verder onderzoek veilig gesteld. Het voorlopig rapport vermeldt verder dat de schade is besproken met ing. A.J. Slingerland (hierna: Slingerland) van het door de verzekeraar van Giesbers Wijchen ingeschakelde Bureau ITS (lees: International Loss Adjusters & Surveyors ITS). 2.5. Crawford heeft vervolgens Electrical Risk Protection (hierna: ERP) opdracht gegeven de oorzaak van de brand te onderzoeken, welk onderzoek door ing. H.M. Pothuizen (hierna: Pothuizen) is uitgevoerd. In zijn rapport van 29 juli 2003 schrijft Pothuizen, voor zover van belang, als volgt: 2. OMSCHRIJVING OBJECT Naast het in een vergevorderd stadium nieuw gebouwd winkelcentrum 19 te Malden was in een houten omkasting de elektrische bouwaansluiting aanwezig bestaande uit twee afgaande groepen. Een beveiligd met mespatronen van 50 A, welke bij het ontstaan van de brand niet werd gebruikt, en een tweede groep beveiligd met mespatronen van 63 A. Deze tweede afgaande groep werd tijdens het ontstaan van de brand wel belast. De bouwaansluiting was voorzien van een elektrisch ondersteunende aarde welke werd geleverd door het energiebedrijf. Op de afgaande groep met mespatronen van 63 A waren een viertal in serie geschakelde zwerfkasten aangesloten, type paddestoel, waarvan de laatste twee werden belast met elk een heater 400 V-12 kW, stroomafname 18 A en een ontvochtiger 230 V, stroomafname 7,3 A. De zwerfkasten waren onderling doorverbonden met vier daarvoor geschikte rubberen kabels met aders 5x 10 mm2, elk met een lengte van ruim 20 meter, en voorzien van een steker en contra steker. Dergelijke kabels zijn geschikt voor een maximale belasting van 63 A. De zwerfkasten hebben de navolgende opbouw; Op de voorzijde zit een steker- (voedings¬doos) en een contra-steker (doorkoppeldoos) geschikt voor het aansluiten van de voeding-c.q. doorverbindingskabel. Boven elke stekerdoos zit een Siemens -installatie-automaat van 63 A met 30 mA aardlekbeveiliging. Aan de rechterzijde zitten drie afgaande kracht-contactdozen 400 V en aan de linkerzijde zes contactdozen type CE - 230V. Aan de achter-zijde zit de hoofdschakelaar met daarboven drie stuks 3 fase installatie-automaten 32 A voor de beveiliging van de krachtcontactdozen. Rechts daarvan drie stuks installatie-automaten 16A voor de beveiliging van de 230 V contactdozen, dus twee contactdozen per installatie-automaat. De twee eerste zwerfkasten stonden op het platte dak op de eerste etage en de andere twee op de begane grond met daarop aangesloten op elke kast een heater en een luchtontvochtiger. Er kon niet meer worden vastgesteld of de 230 V verbruikers op dezelfde of een andere fase waren aangesloten. 3. VAN TOEPASSING ZIJNDE NORMEN Van toepassing zijn het installatie voorschrift, de norm NEN 1010, en het veiligwerk, inspectie en onderhoudsvoorschrift, de norm NEN 3140, beide voor laagspannings instal¬laties tot 600 V. Tevens is hier de ARBO-wetgeving van toepassing en zouden alle risi¬co's, ook de elektrische, moeten zijn geïnventariseerd en zo nodig geëlimineerd. Overeenkomstig bovenstaande voorschriften en ARBO-wetgeving moeten onderhavige hulpmiddelen, welke vallen onder elektrisch gereedschap, jaarlijks worden geïnspecteerd en doorgemeten en zo nodig overgangsweerstanden worden opgeheven. 4. ONDERZOEK Het onderzoek werd aangevangen bij de elektrische bouwaansluiting ofwel de hoofdver¬deelinrichting. De elektrisch ondersteunende aarding werd gemeten en in orde bevonden. De hoofdzekeringen (mespatronen) hadden een waarde van 63 A. In relatie met de daarop aangesloten bekabeling van 10 mm2 is dat juist. De zwerfkasten waren eveneens beveiligd met 63 A, ook dit is in onderhavige situatie juist gezien de doorverbindingskabels van 5x 10 mm2 in serie geschakeld. Omdat elke zwerfkast van aardlekbeveiliging is voorzien kunnen ze worden beoordeeld als afzonderlijke units en is er geen directe noodzaak van selectieve beveiliging. Uit getuigenverklaringen is bekend dat in eerste instantie de brand is aangevangen in de tweede zwerfkast op het platte dak gezien vanuit de hoofdverdeler. Zowel deze kast als de eerste zijn totaal door de brand verwoest en waren alleen restanten voor onderzoek beschikbaar welke op een plaats lagen. Ook de tussenliggende kabel is totaal door de brand verwoest en op meerdere plaatsen onderbroken. Vastgesteld werd dat deze onderbrekingen werden veroorzaakt door de brand en niet als gevolg van kortsluitingen. De eerste kabel vanaf de hoofdverdeler was nog voor een groot gedeelte in orde en werd op de grond nabij de hoofdverdeler aangetroffen. In het laatste deel naar de eerste zwerfkast werden wel sporen van kortsluiting vastgesteld door de aanwezigheid van smeltparels. Aan de andere zijde op de stekeraansluiting, welke op de hoofdverdeler was aangesloten, werd op fase aansluiting L2 verkleuring vastgesteld een indicatie dat deze overmatig warm was. Vermoedelijk was dat het gevolg van overbelasting door een kortsluitstroom. Overigens er werd ook vastgesteld dat de schroefaansluiting niet optimaal was aang¬edraaid, dus er kan ook sprake zijn geweest van verhitting als gevolg van een overgangsweerstand in combinatie met het voorstaande. Bij verder onderzoek op het dak op de restanten van de twee zwerfkasten werd vastgesteld dat aan de achterzijde van de doorkoppeldoos in een van de zwerfkasten fase L2 sluiting had gemaakt met een andere geleider. Bij controle van de schroefaansluiting bleek deze niet goed te hebben vastgezeten. Deze kon ruim twee slagen worden aang¬edraaid. Ook andere schroefaansluitingen, zowel in de zwerfkasten als van de stekers en contra-stekers op de verlengsnoeren, bleken niet optimaal vast te zitten en konden worden aangedraaid. Niet kan worden uitgesloten dat juist fase L2 extra zwaar werd belast als daar toevallig de 230 V verbruikers, beide luchtontvochtigers, op waren aangesloten. Uit het bovenstaande kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de brand aan een zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is ontstaan door deze slechte elektrische verbin¬ding. In principe doet het daarbij niet toe of het de eerste of tweede zwerfkast betrof. Immers ze waren beide voorzien van aardlekbeveiliging. Op de slechte elektrische verbinding ontstaat in eerste instantie een sterke warmte ontwik¬keling door de stroombelasting. Daardoor wordt de aderisolatie van fase L2 aangetast en kan er een sluiting ontstaan met een andere geleider. Daarbij is er vonkoverslag met een temperatuursverhoging naar circa 4000 C en is de brand een feit. De nulgeleider werd daarbij zwaar overbelast en is dan ook totaal weg gebrand. Pas in een iets later stadium ontstaat er lekstroom en dan pas wordt de aardlekbeveiliging aangesproken en de span¬ning afgeschakeld. De voedende kabel vanaf de bouwaansluiting blijft dan nog spanning-voerend. Deze werd pas afgeschakeld na het aanspreken van de mespatronen van 63 A in deze hoofdverdeler. Het een en ander geeft een verklaring waarom in de eerste kabel wel sporen van sluiting werden aangetroffen en in de tweede niet. De restanten van de onder¬havige doorkoppeldozen werden veiliggesteld en zijn voor contra-expertise beschikbaar. […] 7. SAMENVATTING EN CONCLUSIE In winkelcentrum 19 in aanbouw te Malden is brand ontstaan. Het begin van de brand werd vastgesteld in de eerste elektrische bouwaansluting, een zogenoemde zwerfkast type paddestoel waarvan er vier in serie stonden opgesteld, welke tijdens het ontstaan van de brand werd belast door enkele verbruikers. Bij het onderzoek naar de oorzaak van de brand werd vastgesteld dat deze met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is ontstaan in de fase aansluiting L2 aan de achterzijde van een koppeldoos in een van de zwerfkasten. Bij controle bleek de elektrische verbinding middels een schroefaansluiting niet optimaal te zijn vastgezet. Indien conform de NEN 3140, het inspectie en onderhoudsvoorschrift voor laagspanningsinstallaties tot 60 V op de juiste wijze was uitgevoerd, en overeenkomstig de ARBO-wetgeving was gehandeld, was onderhavige brand niet ontstaan. 2.6. Bij de stukken bevindt zich een niet gedateerde MEMO van ‘[A]’ aan ‘[B]’ afgedrukt op briefpapier van ITS. In dat memo staat onder meer het volgende: Op 5 augustus 2003 ben ik door de heer [ ] [betrokkene] in de gelegenheid gesteld ter plaatse van zijn woning bovengenoemde contrastekker te inspecteren. De contrastekker bevond zich tezamen met een andere contrastekker in een doos en maakte onderdeel uit van de zwerfkast waarin de brand zou zijn ontstaan. Het betreffen hier zogenaamde driefasencontrastekkers, geschikt voor krachtstroom. Wij stelden vast dat één van de koperen contactpunten van de stekker was versmolten en vervormd. Op dit contrapunt dient een fasedraad met behulp van een schroef te worden vastgezet. Gezien de versmelting van het contrapunt is het aannemelijk dat de fasendraad niet goed heeft vast gezeten, waardoor er vonkvorming heeft kunnen optreden. Deze vonkvorming heeft geleid tot het versmelten van het contrapunt. Door voornoemde vonkvorming en de daarbij ontstane hitte zijn waarschijnlijk twee andere fasendraden met elkaar versmolten. Tijdens onze inspectie constateerden wij dat deze fasendraden door vrijgekomen metaalspetters aan elkaar waren verbonden. Dit heeft er zeer waarschijnlijk toe geleid dat er een permanente vlamboog werd getrokken, als gevolg waarvan de rondom de contrastekker aanwezige behuizing vlam vatte. […] 2.7. Bij eindrapport van 11 december 2003 heeft Crawford de conclusies van Pothuizen overgenomen en de schade vastgesteld op € 58.691,00 exclusief btw. Dit bedrag heeft Reaal vervolgens uitgekeerd aan haar verzekerde, F.A.M. Heijmans B.V. 2.8. Slingerland van ITS heeft op 13 januari 2004, voor zover van belang, als volgt gerapporteerd aan de verzekeraar van Giesbers Wijchen: Uit diverse onderzoeken is gebleken dat de brand is ontstaan bij de zwerfkast van verzekerde. In deze zwerfkast was namelijk een schroefaansluiting niet voldoende aangedraaid. Voor een interne memo, waaruit onze bevindingen blijken, verwijzen wij u naar bijlage 2. Voorts heeft ook Slingerland de omvang van de schade vastgesteld op een bedrag van € 58.691,00 exclusief btw. 2.9. Pothuizen heeft bij e-mail van 27 februari 2006 aan Crawford onder meer het volgende bericht: Er werd kennis genomen van de rapportage van Giesbers Materieel welke werd toegezonden om aan te tonen dat er onderhoud zou zijn gepleegd volgens de norm NEN 3140. Allereerst is er een opgave van de componenten welke periodiek geïnspecteerd worden. […] De twee toegevoegde testcertificaten hebben betrekking op het testen van de aardlekschakelaars welke in een dergelijke kast zijn ingebouwd. […] Derhalve moet worden gesteld dat op geen enkel wijze is aangetoond dat er op een veilige en bedrijfszekere wijze werd gehandeld bij Giesbers Materieel. […] 2.10. Giesbers c.s. hebben de rapporten van Crawford, ERP en ITS voorgelegd aan ing. A.H.A. Vos (hierna: Vos) van expertisebureau Vanderwal & Joosten B.V. (hierna: V&J). Vos heeft bij brief van 22 december 2010 dienaangaande gemotiveerd aangegeven dat NEN 3140 geen jaarlijkse inspectie voorschrijft van zwerfkasten, zoals Pothuizen stelt, maar een inspectie interval van 3,8 jaar op basis van een door Giesbers Materieel uitgevoerde risico-analyse. Ten aanzien van de oorzaak van de brand stelt Vos, voor zover van belang, het volgende: Voor wat betreft de oorzaak van de brand tasten wij na lezing van alle rapportages nog volslagen in het duister. Gesproken wordt van een getuige die gezien zou hebben dat er een zwerfkast in brand stond. Een verklaring van deze getuige, of bij gebrek daaraan een naam en adres, ontbreekt in de documenten die ons ter beschikking staan. De technische recherche heeft kennelijk een onderzoek uitgevoerd, het proces verbaal ontbreekt. Volgens Crawford heeft de technische recherche geen oorzaak kunnen vinden. Wij beschikken niet over fotomateriaal van de situatie ter plaatse en met name niet over detailfoto's van de diverse relevante componenten van de installaties in situ, na de brand. […] Het scenario zoals geschetst door ERP volgend zou in 1 van de doorkoppeldozen een overgangsweerstand als gevolg van een losse verbinding hebben gezeten welke uiteindelijk de brand zou hebben doen ontstaan. Problematisch in de theorie van ERP waren de door hen aangetroffen smeltparels in de kabel tussen de hoofdverdeler en de, verder niet nader gedefinieerde, eerste zwerfkast. Het ontbreken van smeltparels in de overige kabeldelen zou te verklaren zijn uit het aanspreken van de aardlekbeveiliging. Deze zou de spanning naar de plek waar de brand ontstond, volgens ERP in fase L2 van een doorkoppeldoos, hebben afgeschakeld. Aangezien alleen de afgaande kabels en dus uitdrukkelijk niet de doorgekoppelde kabel voorzien zijn van een aardlekbeveiliging, kunnen de beveiligingen in een zwerfkast niet reageren op een defect in de doorkoppelaansluitingen. Zij kunnen alleen de aangesloten afgaande (gebruikers) groepen beveiligen. De theorie van ERP gaat, op basis van dit gegeven alleen al, daarmee volledig mank. Er zijn sporen van kortsluitingen in een kabel, buiten de zwerfkast, aangetroffen die niet verklaard zijn. De mogelijkheid dat de brand is begonnen door een beschadiging van de kabel is daarmee niet uitgesloten. Verder signaleert ERP dat de nulgeleider volledig zou zijn weggebrand. De nulgeleider dient in een elektrisch systeem 2 (overigens direct gerelateerde) doelen, het stabiliseren van een 240 V fasespanning en het vereffenen van verschilstromen als gevolg van ongelijke belasting in de 240 V groepen. De nulgeleider is in diameter gelijk aan de fasekabels en alleen door de kleur van de mantel te onderscheiden van de fasegeleiders en indien aanwezig, de aarddraad. De nulgeleider in de koppelkabel heeft dus een belastbaarheid van 63 A. Om te smelten moet de stroom in een dergelijke geleider veel hoger zijn dan 63 A. Maximaal kan in een nulgeleider <3 x de fasestroom, dus ca. 110 A ontstaan. Dit is niet voldoende om de nulgeleider te doen verdwijnen. Er moet dus iets zeer uitzonderlijks aan de hand zijn geweest waarbij wij in eerste aanleg denken aan forse kortsluiting(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.