Vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 203707 / HA ZA 10-1493 Vonnis van 10 augustus 2011 in de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats], eiser in conventie, verweerder in reconventie, advocaat mr. A.J.M.J. Werners te Doorn, tegen de naamloze vennootschap RVS SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Ede, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. D.J. van der Kolk te Rotterdam. Partijen zullen hierna [eiser in conventie] en RVS genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 23 februari 2011 - het proces-verbaal van getuigenverhoor van 27 april 2011 - de conclusie na getuigenverhoor aan de zijde van [eiser in conventie] - de antwoordconclusie na getuigenverhoor aan de zijde van RVS. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De verdere beoordeling in conventie 2.1. De rechtbank verwijst naar wat in het tussenvonnis van 23 februari 2011 (hierna: het tussenvonnis) is overwogen en beslist. 2.2. De rechtbank heeft in haar tussenvonnis geoordeeld dat als onvoldoende gemotiveerd betwist vaststaat dat brandstichting de oorzaak is van de brand in de woning van [eiser in conventie] op 7 november 2007. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat op RVS de bewijslast rust van haar stelling dat [eiser in conventie] op negatieve wijze bij die brand betrokken was, waarbij zij het vermoeden heeft uitgesproken dat deze stelling juist is, gebaseerd op het onderzoeksrapport van Interseco. [eiser in conventie] is vervolgens toegelaten bij wijze van tegenbewijs dat vermoeden te ontkrachten. Voorts is geoordeeld dat op [eiser in conventie] de bewijslast rust van zijn stelling dat op of na 7 november 2007 voor € 800,00 aan sieraden uit zijn woning is gestolen. [eiser in conventie] is opgedragen deze stelling te bewijzen. 2.3. Het vermoeden van de rechtbank van negatieve betrokkenheid van [eiser in conventie] bij de brandstichting in zijn woning is gebaseerd op de volgende feiten en omstandigheden. Door [eiser in conventie] is niet betwist dat er, behalve de door de brandweer ingeslagen ruit van één van de dubbele achterdeuren (paragraaf 3 van het onderzoeksrapport), geen sporen van braak zijn aangetroffen. Hieruit volgt dat de brandweer de woning afgesloten heeft aangetroffen, hetgeen betekent dat de brand moet zijn gesticht door iemand die over een sleutel van de woning beschikte. De brand is gesticht op zodanige wijze dat het leek dat de brand was ontstaan door spontane ontbranding van de apparatuur in het wandmeubel. Niet is gesteld dat (één van) de door [eiser in conventie] opgegeven sleutelhouders, te weten zijn partner [ ] [betrokkene] (hierna: [betrokkene]), zijn dochter en hun buren, belang had(den) bij een al dan niet spontane brand. [eiser in conventie] als verzekeringnemer had dat belang wel. 2.4. [eiser in conventie] heeft in dat verband ter comparitie verklaard dat er ten tijde van de brand nóg een sleutelhouder was. Een jaar voor de brand zou hij een sleutelbos hebben verloren met daaraan een label met het huisadres. Volgens [eiser in conventie] heeft degene die de sleutelbos heeft gevonden, op of na de dag van de brand sieraden en een spaarpot uit zijn woning weggenomen, hetgeen zou blijken uit een brief van deze persoon die [eiser in conventie] op 7 januari 2008 ontving, en is het goed mogelijk dat diegene ook brand heeft gesticht in zijn woning, omdat in de brief werd gedreigd dat hij weg moest. 2.5. Als bewijs daarvan heeft [eiser in conventie] de betreffende, ongedateerde brief overgelegd, die als volgt luidt: Zo jij weg hier wij jou niet hier heben en niet meer komen anders ales hier weg en jij ook ik heb nog een sleutel en ik nog meer weg pakken van jou ik heb ook ketings en ringe en armbant en spaarpot en vilmkamera mee jij niet teug heben als je dat aan politi vertel ik je op zoeke ik je wel vinde hoor 2.6. Voorts heeft [eiser in conventie] een proces-verbaal van Politie Haaglanden van 17 april 2008 (registratienummer [00000]), hierna: het proces-verbaal, in het geding gebracht. Het proces-verbaal heeft zowel betrekking op de aangifte namens RVS van brandstichting op 7 november 2007 in de woning van [eiser in conventie], als op de aangiften van [eiser in conventie] van brandstichting in diezelfde woning op 25 september 2006 en van diefstal uit die woning tijdens of na de brand van 7 november 2007. In dat verband zijn [eiser in conventie] en [betrokkene] verscheidene keren gehoord door de politie. Tevens hebben [eiser in conventie] en [betrokkene] verklaringen afgelegd tegenover Interseco, die onderdeel uitmaken van de aangifte van RVS en dus van het proces-verbaal. Verder heeft [eiser in conventie] [betrokkene] en zichzelf als getuigen doen horen ten overstaan van de rechtbank. 2.7. Gebleken is dat [eiser in conventie] op verschillende punten tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Zo heeft hij niet eenduidig verklaard over wat hij precies zou zijn verloren. De ene keer spreekt hij over een sleutelbos (pagina 78 van het proces-verbaal), andere keren over sleutels (p. 172, 181 en 196) en dan weer over een losse sleutel (p. 131, ter comparitie en tijdens het getuigenverhoor). Ook verklaart hij wisselend over de toedracht van het verlies. Aanvankelijk (p. 78) verklaart hij dat hij aan de firma die na de vorige brand de woning kwam opknappen, twee sleutelbossen heeft gegeven, waarvan hij er maar één heeft teruggekregen. Hij zou ernaar hebben gevraagd maar te horen hebben gekregen dat die nooit was teruggevonden. Daarnaast zou hij zelf een sleutelbos zijn verloren. Later heeft [eiser in conventie] verklaard (p. 181) dat hij, na opknapwerkzaamheden in de woning na de brand in 2006, van de woningbouw-vereniging de huissleutels had teruggekregen met een geel en een wit label, waarvan hij vervolgens zelf één setje zou hebben verloren (p. 197). Dit strookt niet met de verklaring dat maar één van de twee sleutelbossen door de betreffende firma was geretourneerd. Dit heeft [eiser in conventie] nadien ook niet herhaald. Voorts heeft [eiser in conventie] telkens wisselend verklaard, ook tijdens het getuigenverhoor, over de plaats waar hij de brief heeft aangetroffen, in de brievenbus binnen of buiten (p. 181, 192, 196 en tijdens het getuigenverhoor). [eiser in conventie] heeft verder tegenstrijdig verklaard over de sleutel die hij bij die brief zou hebben aangetroffen. Zo heeft hij op enig moment verklaard dat het niet de sleutel was die hij was kwijtgeraakt (p. 180), en later (tijdens het getuigenverhoor) dat het wel die bewuste sleutel was. 2.8. Al vanwege deze tegenstrijdigheden in zijn verklaringen, acht de rechtbank de getuigenis van [eiser in conventie] onbetrouwbaar. Daarbij betrekt de rechtbank dat [eiser in conventie] een groot belang heeft bij de afloop van deze procedure alsmede dat zijn getuigenis voor wat betreft het verlies en de vondst van de sleutel(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.