← Nederland

ECLI:NL:RBARN:2011:BR6470

RECHTBANK ARNHEM SECTOR STRAFRECHT ENKELVOUDIGE RAADKAMER Rechtbanknummer : 11/357 Datum zitting : 17 augustus 2011 Datum uitspraak : 02 september 2011 Beschikking van de enkelvoudige openbare raadkamer naar aanleiding van het op 21 april 2011 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering van: naam : [verzoeker] geboren op : [geboortedatum] adres : [adres] plaats : [woonplaats] woonplaats kiezende te Nijmegen ([adres] ten kantore van zijn advocaat mr. F.G.W.M. Huijbers. De behandeling in raadkamer In openbare raadkamer van 17 augustus 2011 is de officier van justitie gehoord. Verzoeker en zijn advocaat zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De officier van justitie heeft gepersisteerd bij zijn conclusie d.d. 16 juni

  1. De beoordeling De raadkamer heeft kennisgenomen van de volgende stukken: - het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een geldelijke vergoeding ten bedrage van: - € 275,00 ter zake van kosten rechtsbijstand voor het indienen van het verzoekschrift ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering; - de stukken van de strafzaak, waaronder een sepotbeslissing d.d. 30 maart 2011; - de conclusie van de officier van justitie van 16 juni 2011; - een brief van de advocaat van verzoeker d.d. 29 juli
  2. De raadkamer constateert dat de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. De raadkamer overweegt voorts ten aanzien van wat door verzoeker is verzocht als volgt: Kosten verzoekschrift De vergoeding van kosten rechtsbijstand op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering die verzoeker vraagt, is gebaseerd op het verzoekschrift ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering. In dit verzoekschrift wordt vermeld dat verzoeker is vervolgd op verdenking van diefstal. Binnen het kader van deze vervolging is verzoeker op 30 januari 2011 omstreeks 00.40 uur gearresteerd en in de loop van die dag heengezonden. Hieruit volgt dat verzoeker kennelijk heeft verzuimd zijn advocaat te informeren dat hij op 30 januari 2011 niet in verzekering is gesteld. Voor het kunnen toekennen van een vergoeding als bedoeld in artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering is immers vereist dat er een inverzekeringstelling heeft plaatsgevonden. De raadkamer gaat er voorts van uit dat de advocaat, indien hij zou hebben geweten dat er geen sprake is geweest van een inverzekeringstelling, verzoeker zou hebben afgeraden om het onderhavige verzoekschrift in te dienen. Nu door nalatigheid van verzoeker het verzoekschrift onnodig is ingediend, komen de daaraan verbonden kosten in billijkheid niet voor vergoeding in aanmerking. De raadkamer zal daarom beslissen als hierna te melden en neemt daarbij de desbetreffende wetsartikelen in aanmerking. De beslissing Wijst af het verzoek om schadevergoeding. Deze beschikking is gegeven door mr. P.C. Quak, rechter, in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier, en uitgesproken in openbare raadkamer van 02 september 2011.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.