Vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 216373 / HA ZA 11-839 Vonnis in incident van 26 oktober 2011 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WO-ZU-XIX-WIND B.V., gevestigd te Heerenveen, eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat mr. M.J.M. Derks te Utrecht, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VESTAS BENELUX B.V., gevestigd te Arnhem, gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr. H. Kamerman te Amsterdam. Partijen zullen hierna Wo-Zu en Vestas genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, - de conclusie van antwoord tevens conclusie tot voeging tevens eis in reconventie, - de antwoordakte in het incident tot voeging. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2. Het geschil in het incident 2.1. Vestas vordert dat de hoofdzaak wordt gevoegd met de bij deze rechtbank aanhangige zaken met de zaaknummers / rolnummers 168542 / HA ZA 08-549 en 218998 / HA ZA 11-1172. Wo-Zu voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 2.2. In de hoofdzaak vordert Wo-Zu, kort gezegd, veroordeling van Vestas tot betaling van een bedrag van in totaal € 775.950,76 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf diverse data. Wo-Zu legt aan deze vordering ten grondslag dat zij met (de rechtsvoorganger van) Vestas een overeenkomst heeft gesloten terzake van de aankoop van windmolens voor haar windmolenproject “Zuidwal”. Deze overeenkomst bestaat uit het bestek met voorwaarden en haar opdrachtbrief van april 2004. In of voortvloeiende uit deze overeenkomst zijn tussen partijen afspraken gemaakt welke afspraken door Vestas niet worden nagekomen. Wo-Zu verwijt Vestas een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Concreet betreffen deze tekortkomingen – kort samengevat – het navolgende. 1) In strijd met artikel 12 lid 4 van de Algemene inkoopvoorwaarden voor goederen (hierna: AIV) weigert Vestas de kosten van keuring te voldoen, welke keuringen Wo-Zu door een derde partij heeft laten verrichten. De met deze keuringen gepaard gaande kosten bedragen in totaal € 186.246,67. 2) In strijd met artikel 11 lid 2 AIV heeft Vestas geweigerd zo spoedig als mogelijk de kapotte hoofdas van Windmolen ID-6 te vervangen. Door de vertraging die daardoor is ontstaan heeft deze windmolen lange tijd stil gelegen, waardoor Wo-Zu schade heeft geleden. Op grond van voornoemde bepaling is Vestas gehouden deze schade te vergoeden, hetgeen Vestas tot op heden heeft geweigerd. Deze schadepost beloopt € 214.895,00. 3) In strijd met de tussen partijen gemaakte afspraken heeft Vestas geweigerd de einde garantie punten voor Windmolen ID-1 (ontmanteld per 3 maart 2010) na te leven. De schade die daarmee gepaard gaat bedraagt volgens Wo-Zu € 170.000,00. 4) Door onjuist optreden c.q. nalaten van Vestas heeft Wo-Zu teveel “blindstroom” aan de netbeheerder geleverd. De netbeheerder heeft voor deze blindstroom transportkosten van € 18.562,42 aan Wo-Zu in rekening gebracht. Vestas verzoekt Wo-Zu deze kosten aan haar te vergoeden. 2.3. De zaak met zaaknummer/rolnummer 168542 / HA ZA 08-549 is ingeleid bij dagvaarding van 3 april 2008. Op 30 juli 2008, 26 november 2008 en 7 oktober 2009 zijn tussenvonnissen gewezen. In deze zaak vordert Wo-Zu – kort samengevat – veroordeling van Vestas tot betaling van een bedrag groot € 14.427.998,00 terzake van boetes uit hoofde van door Vestas afgegeven beschikbaarheidsgaranties voor de periode 1 februari 2005 tot en met oktober 2007 en tot betaling van een bedrag groot € 562.687,00 terzake van schadevergoeding wegens te late oplevering door Vestas. Wo-Zu heeft aan deze vordering eveneens de hierboven in r.o. 2.2. weergegeven overeenkomst ten grondslag gelegd. Kern van het tussen partijen tot nu toe gevoerde debat betrof de vraag hoe de tussen partijen gesloten schriftelijke overeenkomst moest worden uitgelegd, welke zin de partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen in deze overeenkomst mochten toekennen en wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Ten aanzien van de schadevergoeding wegens te late oplevering heeft de rechtbank beslist dat Wo-Zu geen aanvullende schadevergoeding meer kan vorderen, omdat in de tussen partijen op 6 april 2006 gesloten vaststellingsovereenkomst de kwestie betreffende de vertraagde oplevering reeds afgehandeld is. Ten aanzien van de beschikbaarheidsgarantie verschilden partijen van mening of ofwel de lezing van Wo-Zu gevolgd moest worden, inhoudende dat de bepalingen uit haar Programma van Eisen bepalend waren, ofwel de lezing van Vestas, inhoudende dat de bepalingen in haar Service- en Storingsonderhoudsovereenkomst dienaangaande bepalend waren. De rechtbank heeft beslist dat de door Vestas voorgestane uitleg van de garantieregeling gevolgd zal worden. Volgens de rechtbank is daarmee de belangrijkste knoop in die procedure doorgehakt. Om redenen van proceseconomische aard heeft de rechtbank tussentijds hoger beroep van dit vonnis toegestaan. Wo-Zu is vervolgens van dit vonnis in hoger beroep gekomen op 7 december 2009. Kern van het geschil tussen partijen bij het gerechtshof is wederom of ofwel de uitleg van Wo-Zu gevolgd zou moeten worden, inhoudende dat tussen partijen de beschikbaarheidsgarantie gold zoals opgenomen in haar Programma van Eisen dan wel de uitleg van Vestas dat voor de beschikbaarheidsgarantie als uitgangspunt had te gelden de bepalingen daaromtrent in haar Service- en Storingsonderhoudsovereenkomst. Het gerechtshof heeft bij arrest van 28 juni 2011 geoordeeld dat Wo-Zu de door haar voorgestane uitleg van de overeenkomst dient te bewijzen. Dat is de huidige stand van zaken in de zaak 168542 / HA ZA 08-549. 2.4. In de zaak met zaaknummer/rolnummer 218998 / HA ZA 11-1172 is op 9 juli 2011 de dagvaarding uitgebracht tegen de rolzitting van 3 augustus 2011. In die zaak vordert Wo-Zu – kort samengevat – ten eerste veroordeling van Vestas tot betaling van een bedrag terzake van de door Vestas afgegeven beschikbaarheidsgarantie over de periode van 1 november 2007 tot en met 1 februari 2011 berekend conform de bepalingen in haar Programma van Eisen en subsidiair berekend conform de bepalingen in de Service- en Storingsonderhoudsovereenkomst van Vestas. Ten tweede vordert Wo-Zu veroordeling van Vestas tot betaling van schadevergoeding terzake van gemiste opbrengsten tijdens de (verlengde) garantieperiode, een en ander op grond van artikel 11 lid 2 AIV. Ten slotte vordert Wo-Zu veroordeling van Vestas tot betaling van schadevergoeding terzake van gemiste opbrengsten buiten de garantieperiode, een en ander op grond van artikel 1.2 (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.