vonnis RECHTBANK ARNHEM burgerlijk recht, sector kanton Locatie Wageningen zaakgegevens 735872 \ VV EXPL 11-8012 \ PH \ 472 \ is uitspraak van vonnis in kort geding in de zaak van de stichting Woningstichting Barneveld gevestigd te Barneveld eisende partij gemachtigde mr. C.A. Hage tegen [gedaagde partij] wonende te [woonplaats] gedaagde partij procederend in persoon Partijen worden hierna Woningstichting Barneveld en [gedaagde partij] genoemd. 1. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 22 februari 2011 met producties - de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 8 maart 2011 waaraan gehecht de door [gedaagde partij] ter comparitie overlegde verklaringen - de brief van 30 juni 2011 van de zijde van Woningstichting Barneveld - de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 16 augustus 2011 waaraan gehecht de brief van 11 augustus 2011 met producties van de zijde van Woningstichting Barneveld. 2. De feiten 2.1 [gedaagde partij] huurt van Woningstichting Barneveld de woning aan de [straat en nummer] te Barneveld, verder te noemen het gehuurde. 2.2 Op de huurovereenkomst is het huurreglement van toepassing verklaard. In artikel 6 van het huurreglement wordt bepaald: “1. Huurder zal het gehuurde als een goed huurder en overeenkomstig de daaraan bij overeenkomst gegeven bestemming van woonruimte gebruiken. 2. Huurder zal het gehuurde gedurende de huurtijd zelf bewonen en er zijn hoofdverblijf hebben. 3. Het is huurder zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurder niet toegestaan het gehuurde noch geheel noch gedeeltelijk aan derden onder te verhuren of in gebruik af te staan. 4. Het gebruik van het gehuurde mag niet leiden tot ernstige hinder of overlast voor derden.” 2.3 Op 12 augustus 2010 is Woningstichting Barneveld bij [gedaagde partij] op huisbezoek geweest. Mevrouw [X] van Woningstichting Barneveld bericht [gedaagde partij] bij brief van 16 augustus 2010 als volgt: “donderdagochtend 12 augustus jl. zijn mevrouw [Y] en ik bij u op huisbezoek geweest. De aanleiding hiervan was dat er sinds het begin van de zomervakantie, verschillende klachten uit de buurt komen die gaan over overlast vanuit en rondom uw woning. Volgens omwonenden verblijven er met grote regelmaat minstens 2 en vaak 6-10 personen in uw woning. Het gaat hierbij vooral om jonge mensen in de leeftijd van 20-30 jaar. Deze jongeren veroorzaken geluidsoverlast voor de naaste buren, o.a. door harde muziek in de auto aan te zetten, te schreeuwen in het huis, midden in de nacht bij u aan te kloppen en te bonzen op de deuren. Maar er is ook sprake van vervuiling omdat rotzooi in de buurt wordt weggegooid en fietsen her en der worden neergezet. Omwonenden hebben u op de overlast gewezen, maar tot op heden is er niet veel verbeterd. Ook ik heb u eerder telefonisch bericht dat het niet erg is als u bezoek ontvangt, maar dat er geen sprake kan zijn van overlast. Het enige dat tot nu toe is veranderd, is dat de fietsen netter worden geplaatst. Voor de rest blijft de overlast aanwezig. Zelf heeft u recent op een avond aangegeven naar een buurvrouw toe, dat u uw eigen huis niet meer zou in durven in verband met de aanwezigheid van de jongeren. Maar ook is bekend dat u bent bedreigd door één van hen. Desondanks is deze persoon later weer gesignaleerd in uw huis. Enkele van de jongeren die uw huis bezoeken, zijn bekend bij de politie en hebben strafbare feiten op hun naam staan. Dit roept bij de omwonenden en bij de woningstichting vragen op over hetgeen er in uw woning gebeurt. Tijdens ons huisbezoek waren er geen jongeren in de woning aanwezig. In tegenstelling tot eerder, was uw huis redelijk opgeruimd en ook de tuin was minder vol dan voorheen. In het achterpad lag nog wel veel rommel die van u afkomstig is. Helaas bent u op dat moment met ons het gesprek over de overlast en wat er aan de hand is, niet aangegaan. Volgens u was er niet veel aan de hand en weigerde u in te gaan op de vraag of u bedreigd werd en wat er in uw huis gebeurt op het moment dat de jongeren er zijn. Wij hebben u toen duidelijk gemaakt dat de overlast met onmiddellijke ingang moet stoppen en dit houdt in dat u geen jongeren meer in uw woning kunt ontvangen. Ook hebben wij u geïnformeerd over de gevolgen indien de overlast niet ophoudt. Als huurder van de woning bent u verantwoordelijk voor hetgeen er in en rondom uw woning gebeurd. Indien u geen maatregelen neemt, zal de woningstichting dit doen en zij zal dan overgaan tot het nemen van juridische maatregelen. Dit kan ertoe leiden dat wij via de rechter verzoeken het huurcontract te ontbinden. Tot slot wil ik nog vermelden dat u donderdagmiddag 12 augustus wel nog naar het kantoor van de woningstichting bent gekomen, in gezelschap van 2 personen die u thuis ontvangt. Zowel mevrouw [Y] als ik waren op dat moment niet aanwezig zodat wij u niet te woord hebben kunnen staan. Het mag duidelijk zijn dat u te allen tijde met ons kunt komen praten, het is echter wel verstandig dan een afspraak te maken met één van ons.” 2.4 Bij brief van 17 september 2010 bericht Woningstichting Barneveld [gedaagde partij] als volgt: “U was voor 13 september jl. uitgenodigd om naar het kantoor van Woningstichting Barneveld te komen. Wij wilden u graag spreken naar aanleiding van een incident met één van uw buren. In de afgelopen week was bij het blok woningen waar u en de buurman wonen, sprake van knallende geluiden en het is onduidelijk of dit veroorzaakt werd door een alarmpistool of een luchtdrukpistool, die u in uw handen zou hebben gehad. Ook gaf de buurman aan dat er sprake was van dreigementen naar hem toe. Bovenstaande vinden wij zeer verontrustend en derhalve wilden wij van u weten wat er op dat moment precies aan de hand was. Helaas heeft u de afspraak afgezegd. Wij hebben al meerdere malen laten weten dat u moet zorgen dat de overlast van jongeren en andere bezoekers die bij u komen, dient te stoppen. Het is ook niet de bedoeling dat u zelf de buren gaat lastig vallen of dat deze zich bedreigd voelen door de situatie bij u binnen of buiten de woning. Woningstichting Barneveld is van mening dat ze u voldoende heeft gewaarschuwd en voldoende gelegenheid heeft gegeven om de situatie te veranderen. Maar omdat wij nog teveel klachten vanuit de omgeving krijgen, zullen wij het dossier aan de advocaat overdragen en overgaan tot verdere juridische stappen.” 2.5 Bij email van 13 december 2010 bericht de heer [S] Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige bij GGZ Meerkanten Woningstichting Barneveld als volgt: “Hierbij laat ik jullie weten dat wij het contact beëindigen met [gedaagde partij] (geb [geboortedatum]) woonachtig [straat en nummer]. Tot nu toe gingen onze medewerkers op huisbezoek. Vanwege het intimiderende karakter van mensen in en rond haar huis en vermoedelijk criminele activiteiten daarbij is besloten dat in het belang van de veiligheid voor onze medewerkers, deze niet langer op huisbezoek zullen gaan. Uiteraard is mevrouw indien zij dat wenst van harte welkom op ons bureau. Vooralsnog zal het dossier gesloten worden.” 2.6 Bij brief van 20 december 2010 ontvangt Woningstichting Barneveld een schriftelijke klacht van één van de buren van [gedaagde partij]. 2.7 Bij brief van 27 januari 2011 informeert de wijkagent Woonstichting Barneveld over de meldingen die zij in de periode van 6 augustus 2009 tot 18 januari 2011 heeft ontvangen. Het betreft 15 klachten die uiteenlopen van meldingen van vervuiling, bedreiging, het plaatsen van een trampoline in de speeltuin, het niet afgeven van zijn identiteitskaart aan haar partner, het verlenen van onderdak aan criminelen en drugsgebruikers, gebruik auto bij criminele activiteiten, handel in drugs, vermoeden van seks met minderjarigen en geluidsoverlast in verband met ruziënde personen bij [gedaagde partij]. 2.8 Bij brief van 15 februari 2011 bericht de gemachtigde van Woningstichting Barneveld [gedaagde partij] als volgt: “Woningstichting Barneveld verzocht mij u het volgende mee te delen. De omwonenden ondervinden al lange tijd overlast van jongeren die in uw woning verblijven of uw woning bezoeken. Het is u herhaaldelijk te verstaan gegeven dat aan deze overlast onmiddellijk een einde gemaakt moet worden. Omdat de woningstichting klachten bleef krijgen is u reeds op 13 september 2010 schriftelijk meegedeeld dat tot juridische stappen zal worden overgegaan. Daarna heeft de woningstichting het toch nog even aangezien, maar ook nadien heeft u nog steeds veel overlast veroorzaakt. De woningstichting heeft mij nu dan ook verzocht in kort geding ontruiming van uw woning te vorderen. Het kort geding zal dienen op 8 maart a.s. om 10.00 uur. De dagvaarding zal binnenkort nog door een deurwaarder aan u betekend worden. Mocht u bereid zijn de woning vrijwillig te ontruimen op korte termijn, dan verzoek ik u hierover contact met de woningstichting op te nemen.” 2.9 Bij brief van 20 juni 2011 ontving Woningstichting Barneveld een klachtbrief van de buurtbewoners van [gedaagde partij], welke door 33 bewoners van de [straatnaam] en 7 bewoners van de [straatnaam] is ondertekend. 2.10 Bij email van 4 augustus 2011 bericht mevrouw [B], Jeugdbeschermer bij Bureau Jeugdzorg Gelderland aan de heer [C], beleidsmedewerker integrale veiligheid/ boa coördinator, met betrekking tot mevrouw [gedaagde partij] als volgt: “Naar aanleiding van het laatste overleg willen we benadrukken dat BJz zeker bereid is om haar verantwoordelijkheid te nemen rondom de zorgsignalen die er zijn op dit adres. Hiervoor lopen we niet weg. Onze kerntaak kunnen we uitvoeren. Dit biedt ons ook mogelijkheden. Ten aanzien van dit adres betekent dit, dat we graag namen ontvangen van minderjarigen die op dit adres verschijnen. Aan de politie is dit verzoek direct na de eerste signalen al gedaan. Wanneer BJz namen – middels een Zorgmelding – ontvangt, kunnen we gericht in gesprek gaan met ouders van deze minderjarigen. Daar liggen onze primaire taken en verantwoordelijkheden en, nogmaals: die willen we serieus op ons nemen. Dáár zijn we ook op aanspreekbaar. De signalen die wij hebben, hebben we inmiddels (mondeling) al kenbaar gemaakt, en we hebben initiatief genomen tot overleg. Daar liggen tegelijkertijd dan ook de grenzen van onze mogelijkheden en middelen. Ten aanzien van het doen van aangifte of een melding, we hebben daarover uitgelegd dat het voor ons, om diverse redenen, erg lastig is om dit te doen. Wat we wel willen en kunnen doen t.b.v. deze zaak is de signalen op een rij zetten. In de bijlage tref je een korte rapportage aan.” In de bijlage wordt een viertal zorgmeldingen beschreven die betrekking hebben op minderjarigen die in de woning van [gedaagde partij] komen. 2.11 Bij brief van 10 augustus 2011 ontvangt Woningstichting Barneveld een rapportage van de wijkagent van 29 juni 2011, waarin melding wordt gemaakt van verschillende incidenten met betrekking tot [gedaagde partij] en de bij haar verblijvende personen welke hebben geleid tot onderzoeken, aanhoudingen op het gebied van diefstal, overval, heling en overtreding van de Opiumwet en het aantreffen van weggelopen minderjarigen. De wijkagent geeft aan dat deze aanpak gedeeltelijk resultaat had en het merendeel van de personen niet meer bij [gedaagde partij] thuis kwam, waardoor de overlast in de buurt verminderde. De wijkagent deelt mee dat de interventie hierop werd beëindigd. De wijkagent vervolgt: “In de daarop volgende tijd bleek al snel dat de situatie weer dezelfde was als bij de start van eerder genoemde aanpak: “Terug bij af”. De personen bleven komen, er werd volop wiet gerookt in de woning en [gedaagde partij] bleef zich prostitueren. Sleutel in de voordeur, niet afgesloten achterdeur etc. in en rond de woning weer een rotzooi. Daarmee werd door de buurt opnieuw overlast ervaren. (…) Ook was [gedaagde partij] betrokken bij diverse incidenten waarvan proces-verbaal werd opgemaakt. Zij gaf aan dat ze daar helemaal niet mee zat. Bepaalde delicten moest ze plegen om in haar levensonderhoud te voorzien. (…) Al met al heeft de politie hier heel wat uren in geïnvesteerd en uiteindelijk, behoudens de strafzaken, is de situatie eigenlijk weer terug bij af.” 3. De vordering en het verweer 3.1 Woningstichting Barneveld vordert de veroordeling van [gedaagde partij] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.