beschikking RECHTBANK ARNHEM Wrakingskamer registratienummer: AWB 11/2074 Beschikking van 23 februari 2012 inzake [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker tot wraking, en [rechter], in haar hoedanigheid van rechter in de zaak van verzoeker tegen de inspecteur van de Belastingdienst/Rivierenland, kantoor Arnhem (registratienummer AWB 11/2074).
- De procedure 1.
- Op 26 januari 2012 heeft verzoeker telefonisch een wrakingsverzoek ingediend tegen [rechter]. Bij brief van 27 januari 2012 heeft hij dit wrakingsverzoek schriftelijk bevestigd, waarna hij op 17 februari 2012 nog een korte nadere schriftelijke toelichting heeft gegeven. 1.
- Bij schrijven van 7 februari 2012 heeft mr. I. Linssen namens [rechter] haar zienswijze ten aanzien van het wrakingsverzoek uiteengezet. Tevens heeft mr. Linssen aangegeven dat zij niet namens [rechter] op het wrakingsverzoek wenst te worden gehoord en dat zij niet bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek aanwezig zal zijn. 1.
- Op 23 februari 2012 is het wrakingsverzoek ter zitting van de wrakingskamer behandeld. Verzoeker is daarbij verschenen. 1.
- Ten slotte is ter zitting van 23 februari 2012 mondeling uitspraak gedaan. De uitspraak en de motivering daarvan, alsmede de feiten waarvan de wrakingskamer daarbij is uitgegaan, zijn in deze beschikking vastgelegd.
- Het wrakingsverzoek en het verweer 2.
- De inspecteur van de Belastingdienst/Rivierenland, kantoor Arnhem (hierna: de inspecteur), heeft aan verzoeker voor het jaar 2008 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd. Bij uitspraak op bezwaar van 22 april 2011 heeft de inspecteur het hiertegen gerichte bezwaar ongegrond verklaard. Het hiertegen door verzoeker ingestelde beroep is door de rechtbank Arnhem op 4 oktober 2011 met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) niet-ontvankelijk verklaard. Van deze beslissing is verzoeker in verzet gekomen. Op 26 januari 2012 heeft de rechtbank Arnhem ([rechter]) geoordeeld dat het beroep terecht kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het verschuldigde griffierecht niet volledig is voldaan. Met toepassing van artikel 8:55 Awb is het verzet vervolgens ongegrond verklaard. Nadat verzoeker op 26 januari 2012 telefonisch van deze uitspraak heeft kennisgenomen, heeft hij [rechter] gewraakt. Volgens verzoeker had [rechter] niet alleen mogen afgaan op artikel 8:54 Awb en is de uitspraak om die reden niet volledig. Bovendien is hij van mening dat hij het verschuldigde griffierecht wel tijdig en volledig heeft voldaan, zodat de zaak inhoudelijk had moeten worden behandeld. 2.
- Mr. Linssen stelt namens [rechter] dat het wrakingsverzoek te laat, want na de uitspraak, is gedaan.
- De beoordeling 3.
- Ingevolge artikel 8:15 Awb kan op verzoek van een partij een rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Artikel 8:16 lid 1 Awb bepaalt dat het verzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. 3.
- Vast staat dat het verzoek tot wraking is gedaan nadat in de desbetreffende zaak van verzoeker einduitspraak is gedaan. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechter die deze uitspraak heeft gedaan. Reeds om deze reden dient verzoeker in zijn wrakingsverzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard. 3.
- Ten overvloede overweegt de wrakingskamer nog dat de bezwaren van verzoeker zich met name richten tegen de inhoud van de betreffende einduitspraak. Dergelijke bezwaren kunnen evenwel geen grond voor wraking opleveren. Verzoeker dient hiervoor het tegen de einduitspraak openstaande rechtsmiddel van cassatie aan te wenden.
- De beslissing De rechtbank: 4.
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek. Deze beschikking is gegeven door mrs. P.J. Wiegman (voorzitter), J.T.H. van Belzen en G. Noordraven in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van Gameren en in het openbaar uitgesproken op 23 februari
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.