RECHTBANK ARNHEM Sector strafrecht Meervoudige militaire kamer RB-nummer : 11/1030 Datum zitting : 12 maart 2012 Uitspraak : 26 maart 2012 Uitspraak van de meervoudige militaire kamer van de rechtbank Arnhem, op het beroep van: [gestrafte], sergeant, rnr. [nummer], ingedeeld bij [onderdeel], wonende: [adres]. - hierna aangeduid als gestrafte -, waarbij de hierna te noemen uitspraak wordt bestreden. Procedureverloop Aan gestrafte is op 9 oktober 2011 te 11:00 uur (lokale tijd in Kunduz, Afghanistan) door majoor M.K. [naam] een beschuldiging uitgereikt, luidende: “Tijdens het ontladen van zijn wapen heeft beschuldigde, op 7 oktober 2011, 18.00 uur LT (lokale tijd; rechtbank), een ongecontroleerd schot afgegeven. Beschuldigde heeft verzuimd de veiligheidsmaat¬regelen op de juiste wijze uit te voeren. Hiermee heeft beschuldigde dienstvoorschrift, HB 2-1352 (Handboek KL-Militair) niet opgevolgd cq overtreden.” Op 9 oktober 2011 heeft de majoor M.K. [naam] aan gestrafte een berisping opgelegd wegens schending van dienstvoorschrift, HB 2-1352 (Handboek KL-Militair). De berisping is neergelegd in een schriftelijke uitspraak, die aan gestrafte is uitgereikt op 9 oktober 2011 om 11:30 uur LT. Op 13 oktober 2011 heeft gestrafte een beklagschrift ingediend. Gestrafte is opgeroepen voor het onderzoek op beklag. Bij dat onderzoek is gestrafte gehoord. Het onderzoek heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2011 om 16:00 uur LT. De beklagmeerdere van gestrafte, kolonel H.G.J.A. [beklagmeerdere], heeft op 20 oktober 2011 schriftelijk beslist op het beklag en geoordeeld dat gestrafte op grond van de bewezen gedraging - die gelijk is aan de bewezen gedraging van de uitspraak van 9 oktober 2011 - niet voor vermindering van de in eerste instantie opgelegde straf in aanmerking komt. Op 19 oktober 2011 is in kader van het onderzoek op beklag in ieder geval één getuige, de sergeant N. [getuige], gehoord. Gestrafte heeft op 23 oktober 2011 een beroepschrift ingediend bij zijn commandant, die het beroepschrift heeft doorgezonden aan deze rechtbank. Gestrafte stelt in zijn beroepschrift onder meer: ‘De geldboete is te hoog en onnodig aangezien de ontlaadpunten er voor zijn om dit soort voorkomendheden veilig te laten verlopen.’ ‘Ik ben van mening dat er onvoldoende rekening is gehouden met de omstandigheden van die dag en de persoonlijke omstandigheden.’ Het openbaar ministerie heeft ter zake van het beroep een advies uitgebracht, welk stuk aan deze uitspraak is gehecht en waarvan de inhoud als hier ingelast dient te worden beschouwd. Het beroep is op 12 maart 2012 ter zitting van de meervoudige militaire kamer behandeld. Gestrafte is aldaar verschenen en bijgestaan door zijn vertrouwensman, advocaat mr. B.D.W. Martens. Beiden hebben het woord ter verdediging gevoerd. Als officier van justitie is verschenen mr. S.Z. Wiarda. Zij heeft haar advies aangepast in die zin dat zij zich op het standpunt stelt dat de behoorlijke procesorde is geschonden. Uit het onderzoek ter zitting is gebleken dat gestrafte in de procedure op beklag niet het laatste woord heeft gekregen na het horen van de getuige [getuige]. De officier van justitie adviseert de militaire kamer daarom de bestrafte vrij te spreken. De militaire kamer heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek ter zitting in beroep. De motivering van de beslissing
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.