← Nederland

ECLI:NL:RBARN:2012:BW2743

RECHTBANK ARNHEM Sector strafrecht Meervoudige kamer Promis Parketnummer : 05/702033-10 Data zittingen : 15 augustus 2011 en 3 april 2012 Datum uitspraak : 17 april 2012 Tegenspraak In de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem tegen: naam : [verdachte], geboren op : [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats], adres : [adres], plaats : [woonplaats]. Raadsvrouw : mr. J.A.P.M. van Dal, advocaat te Arnhem. Officier van Justitie : mr. J. Schram. 1. De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 februari 2010 tot en met 08 maart 2010 te Kesteren, gemeente Neder-Betuwe, en/of te Rhenen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer1], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] en/of [slachtoffer3] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, hierin bestaande dat verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)voornoemde [slachtoffer1] hebben gedwongen tot afgifte van zijn auto en/of de bij die auto horende autosleutel(
  2. s)en/of kentekenpapieren door in voornoemde periode -zakelijk weergegeven-: - meermalen, althans eenmaal, naar het huis van die [slachtoffer1] te gaan om een schadevergoeding (ter hoogte van 50.000 Euro) te eisen voor door hen gedane investeringen, en/of - voornoemde [slachtoffer2] meermalen te benaderen en/of te dwingen om die [slachtoffer1] onder druk te zetten om die schadevergoeding te betalen, en/of - geweld te gebruiken en/of te laten gebruiken tegen voornoemde Sardjoe en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer1] te zeggen dat zij geweld tegen die Sardjoe hadden gebruikt en/of laten gebruiken, en/of - voornoemde [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en/of dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer1] te richten en/of gericht te houden, en/of - tegen die [slachtoffer1], althans in het bijzijn van die [slachtoffer1], te zeggen "moet ik hem pijn doen, of zal ik het pistool tegen zijn hoofd zetten, zodat hij het begrijpt" en/of "Jij gaat mij jouw autopapieren geven" en/of "je moet ons gaan betalen, je moet niet denken dat je met smurfen te maken hebt, jij zou het regelen, jij zou ons betalen" en/of "je moet gewoon betalen, wij hebben ook geïnvesteerd en willen ons geld terug, goedschiks of kwaadschiks", en/of "wij maken je koud, we zitten er niet mee, we hebben toch niets te verliezen" en/of "er gebeurt je niets als je meewerkt" en/of "ik hou je onder schot, breng ons naar [naam]" en/of "we gaan niet weg zonder het geld of je auto of we leggen je om", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of - (vervolgens) in de auto van die [slachtoffer1] naar het huis van voornoemde [slachtoffer2] te rijden, waarna die [slachtoffer1] op verzoek van verdachte en/of zijn mededader(
  3. s)de autosleutel(
  4. s)en/of de kentekenpapieren van zijn auto aan hem/hen heeft overhandig, en/of - (vervolgens) in de auto van die [slachtoffer1] naar diens woning te rijden en/of die [slachtoffer1] in de buurt van diens woning af te zetten, waarbij verdachte of (een van) zijn mededader(
  5. s)verdachte de woorden "als het klopt dat de auto 50.000 Euro waard is, dan zie je ons niet meer", althans woorden van gelijke aard of strekking heeft toegevoegd, waarna verdachte en/of zijn mededader(
  6. s)in de auto van die [slachtoffer1] zijn weggereden; 2. Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is, na verwijzing door de politierechter op 15 augustus 2011, op 3 april 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.A.P.M. van Dal, advocaat te Arnhem. De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden vrijgesproken. Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd. 3. De beslissing inzake het bewijs De raadsvrouw heeft gepleit voor vrijspraak van verdachte. De rechtbank overweegt als volgt. In navolging van de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijsmiddelen bevat om tot een bewezenverklaring te komen van het tonen van en het bedreigen met een vuurwapen. Voor het overige tenlastegelegde, is de rechtbank van oordeel dat er weliswaar voldoende wettige bewijsmiddelen in het dossier voorhanden zijn, waarmee bewezen zou kunnen worden dat aangever [slachtoffer1] zich onder druk gezet heeft gevoeld en dat verdachte op 8 maart 2010 bij het uitoefenen van die druk betrokken is geweest. Maar de rechtbank heeft uit die bewijsmiddelen onvoldoende overtuiging bekomen dat die druk aangever ertoe heeft gebracht om zijn auto af te staan. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat aangever tegenstrijdige en wisselende verklaringen heeft afgelegd over hetgeen hem zou zijn overkomen. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit. 4. De beslissing De rechtbank, rechtdoende: Spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde. Aldus gewezen door: mr. P.C. Quak (voorzitter), mr. G.J.M. van Wijk en mr. H.G. Eskes, in tegenwoordigheid van mr. J.H.J. Baarsma-Reuchlin, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 april 2012.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.