Vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 215564 / HA ZA 11-700 Vonnis van 30 mei 2012 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HONDOSAN B.V., gevestigd te Maarn, eiseres, advocaat mr. F.M.W. van Tol te Utrecht, tegen 1. [ged.1], wonende te Arnhem, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [ged.2], gevestigd te Arnhem, gedaagden, advocaat mr. H. Loonstein te Amsterdam. Partijen zullen hierna Hondosan en [gedaagden] genoemd worden. [gedaagden] worden afzonderlijk aangeduid met [ged.1] en [ged.2]. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 7 december 2011 - het proces-verbaal van comparitie van 3 april 2012. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Hondosan heeft door een fusie op 4 november 2010 gevolgd door een naamswijziging alle rechten en verplichtingen overgenomen van de besloten vennootschap ARA Informatica Services B.V., verder ARA te noemen. 2.2. Op 12 februari 2008 heeft ARA twee overeenkomsten van geldlening gesloten met de Turkse rechtspersoon Kusadasi Villa Resort Insaat Turizm Emlak Ticaret Ltd. Sti., verder Kusadasi Villa Resort te noemen. Hierbij werd ARA vertegenwoordigd door de heer [betrokkene1], verder [betrokkene1] te noemen, en werd Kusadasi Villa Resort vertegenwoordigd door de heer [betrokkene2], verder [betrokkene2] te noemen. In de schriftelijke overeenkomsten werd ARA aangeduid als de geldverstrekker en Kusadasi Villa Resort als de projectontwikkelaar. 2.3. De leningen hadden betrekking op het project ‘Manzara Villa’s’, de ontwikkeling en bouw van 28 villa’s te Kusadasi in Turkije. In de considerans van de gelijkluidende leningovereenkomsten is in aanmerking genomen dat de projectontwikkelaar de gelden zal aanwenden voor de voorfinanciering van de eerste fase van het project. Volgens die overeenkomsten werd door ARA tweemaal een lening ten bedrage van € 125.000,00 verstrekt, was de looptijd ten minste 4 maanden en ten hoogste 6 maanden, diende aan het einde van de looptijd aflossing plaats te vinden tegen 100% en gold een rente van 1,1% per maand met een bonus op einddatum van 0,55%. Voorts is bepaald dat de lening wordt verstrekt door overboeking van de hoofdsommen op rekening 17.16.35.744 ten name van [ged.2] onder vermelding van dossiernummer 17239/PD Manzara Villa’s. Op de leningen is in de contracten Nederlands recht van toepassing verklaard. 2.4. De leningovereenkomsten zijn op 14 februari 2008 per e-mail aan [ged.1] toegestuurd. Op 14 en op 28 februari 2008 heeft ARA de bedragen van in totaal € 250.000,00 overgemaakt op de genoemde derdengeldrekening van [ged.2]. Ter zake is geen depotovereenkomst opgemaakt tussen [gedaagden] en ARA en Kusadasi Villa Resort. 2.5. Op 5 maart 2008 heeft [betrokkene2] handelend onder de naam Investive Property Partners B.V. io [ged.1] per fax verzocht om uit het depot een bedrag van € 60.000,00 door te betalen aan Kusadasi Villa Resort te Kusadasi, Turkije, op rekening IBAN TR330013400000277564000002 en om bedragen van € 7.500,00 en € 55.000,00 te betalen aan Investive Property Partners B.V. i.o. te Veghel op Postbank rekening nr 3974506. [ged.1] heeft vervolgens een bedrag van € 62.500,00 overgemaakt naar genoemde Postbankrekening van Investive Property Partners B.V. (i.o.) en een bedrag van € 60.000,00 naar Kusadasi Villa Resort. Op 10 maart 2008 heeft [betrokkene2] handelend onder de naam Investive Property Partners B.V. io [ged.1] per fax verzocht om uit het depot een bedrag van € 40.000,00 door te betalen aan Kusadasi Villa Resort op hetzelfde IBAN-rekeningnummer en een bedrag van € 60.000,00 aan Investive Property Partners B.V. i.o. op hetzelfde Postbank-rekeningnummer. [ged.1] heeft vervolgens per spoedoverboeking een bedrag van € 59.900,00 overgemaakt naar die Postbankrekening van Investive Property Partners B.V. (i.o.) en een bedrag van € 40.000,00 naar Kusadasi Villa Resort. Op 25 maart 2008 heeft [betrokkene2] handelend onder de naam Investive Property Partners B.V. io [ged.1] per fax verzocht om uit het depot het resterende bedrag van € 27.500,00 door te betalen aan Investive Property Partners B.V. i.o. op meergenoemd Postbank-rekeningnummer. [ged.1] heeft vervolgens een bedrag van € 27.500,00 overgemaakt naar die Postbankrekening van Investive Property Partners B.V. (i.o.). Mr. [gedaagden] hebben aldus in totaal € 100.000,00 overgemaakt naar Kusadasi Villa Resort en € 150.000,00 (minus € 100,00, vermoedelijk in verband met de bankkosten) naar een bankrekening van [betrokkene2], handelend onder de naam Investive Property Partners B.V. i.o. 2.6. De leningen van in totaal € 250.000,00 zijn niet binnen de overeengekomen 6 maanden terugbetaald aan ARA. Toen dat niet gebeurde is [betrokkene1] naar Turkije gereisd om onderzoek te doen. Daar heeft hij geconstateerd dat slechts een bedrag van € 100.000,00 was overgemaakt naar Kusadasi Villa Resort. Daarna heeft hij vernomen dat [gedaagden] het gedeelte ad € 150.000,00 niet naar Kusadasi Villa Resort, maar naar Investive Property Partners B.V. i.o. had overgemaakt. 2.7. ARA heeft [gedaagden] per brief van 30 maart 2009 op de overmakingen aangeschreven en ARA heeft daarna, na nadere dreiging met een klacht en reactie hierop door [ged.1], bij de Kamer van Toezicht een klacht ingediend tegen [ged.1]. Bij uitspraak van 3 augustus 2010 heeft de Kamer van Toezicht de klacht gegrond verklaard en [ged.1] de maatregel van berisping opgelegd. De Kamer van Toezicht heeft daartoe onder meer overwogen dat de onderhavige transactie, waaraan geen notariële werkzaamheden zijn verbonden, niet via de derdengeldrekening had behoren te verlopen en bovendien dat [ged.1] heeft nagelaten na ontvangst van de gelden een depotovereenkomst op te maken, waarbij werd vastgelegd wat ieders positie was, zowel die van partijen als die van de notaris, alsmede wat partijen precies met het depot beoogden. De Notariskamer van het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij beslissing van 22 februari 2011 de beslissing van de Kamer van Toezicht bekrachtigd. 2.8. Hondosan heeft [ged.1] onder meer bij schrijven van 2 maart 2011 gesommeerd om het bedrag van € 150.000,00 met rente aan Hondosan te retourneren. [gedaagden] hebben hier niet aan voldaan. 2.9. ARA had al eerder, in juli/augustus 2009, Kusadasi Villa Resort verzocht om de leningen plus rente alsnog terug te betalen, maar hierop is geen respons gekomen. In oktober 2009 heeft ARA Investive Property Partners B.V. i.o., de heer [betrokkene2], verzocht om het ten onrechte aan hem/haar uitbetaalde bedrag van € 150.000,00 terug te betalen, maar [betrokkene2] heeft hierop niet gereageerd. Inmiddels is wel het bedrag dat aan het project was overgemaakt teruggestort aan ARA c.q. Hondosan. De rechtbank gaat ervan uit dat dit betrekking heeft op het bedrag van € 100.000,00 dat door [ged.1] was overgemaakt naar Kusadasi Villa Resort. 3. Het geschil 3.1. Hondosan vordert onder I primair voor recht te verklaren dat [ged.1] dan wel [ged.2] toerekenbaar tekortgeschoten is jegens ARA door geen depotovereenkomst op te maken en daarenboven door een bedrag van € 150.000,00 naar Investive Property Partners B.V. i.o., de heer [betrokkene2], over te maken waardoor ARA schade heeft geleden. 3.2. Subsidiair onder I vordert Hondosan voor recht te verklaren dat [ged.1] dan wel [ged.2] ter zake onrechtmatig heeft gehandeld jegens ARA en zijn zorgplicht jegens ARA heeft geschonden. 3.3. Onder II vordert Hondosan [ged.1] dan wel [ged.2] te veroordelen, des dat de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan Hondosan van € 150.000,00, te vermeerderen met de contractuele rente van 1,1% per maand vanaf 28 februari 2008 voor een periode van maximaal zes maanden, een bedrag van € 9.900,00, alsmede met de eindbonus van 0,55%, een bedrag van € 825,00, in totaal in hoofdsom € 160.725,00 te vermeerderen met primair de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf 28 augustus 2008 en subsidiair de wettelijke rente, alsmede te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten ad € 4.000,00. 3.4. Onder III vordert Hondosan [ged.1] dan wel [ged.2] te veroordelen in de kosten van het geding met nasalaris en rente. 3.5. [gedaagden] voeren verweer. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Uit de opbouw van de onder I en II gevorderde verklaringen voor recht en veroordeling tot betaling volgt dat Hondosan haar vorderingen primair tegen [ged.1] instelt en subsidiair tegen [ged.2]. Indien de primaire vorderingen jegens [ged.1] kunnen worden toegewezen, komt de rechtbank niet toe aan de subsidiaire vorderingen jegens [ged.2]. 4.2. De primaire vordering onder I gaat uit van een contractuele driepartijen relatie tussen ARA, Kusadasi Villa Resort en [ged.1]. [gedaagden] betwisten het bestaan daarvan, maar de rechtbank oordeelt dat Hondosan in dezen het gelijk aan haar zijde heeft. Door van de ene zijde de leningovereenkomsten aan [ged.1] toe te sturen en de daarin genoemde bedragen te storten op de derdengeldrekening van zijn kantoor en door van de andere zijde die bedragen onder zich te houden en daarna instructies op te volgen met betrekking tot de doorboeking van die gelden, is tussen de betrokken partijen een gemengde overeenkomst tot stand gekomen met elementen van lastgeving in de zin van artikel 7:414 BW e.v. en van bewaarneming in de zin van artikel 7:600 B.W. e.v. Hierbij waren ARA en Kusadasi Villa Resort de lastgevers en bewaargevers en was [ged.1] de lasthebber en bewaarnemer. Hieraan deed niet af dat de gelden zijn gestort op een rekening van zijn kantoor en niet op een eigen bankrekening van [ged.1]. Als de notaris van het kantoor en als de beroepsbeoefenaar tot wie ARA en Kusadasi Villa Resort zich hebben gewend voor de verlangde bijstand, was [ged.1] de persoon die geacht moet worden de last en de verbintenis tot bewaarneming te hebben aanvaard. 4.3. [gedaagden] stellen zelf dat in een geval als dit, waarbij derden gelden storten op de derdengeldrekening (c.q. kwaliteitsrekening) van een notariskantoor, de notarissen een depotovereenkomst plegen op te maken. Dit was ook de premisse van de Kamer van Toezicht en de rechtbank onderschrijft deze tuchtrechtelijke uitspraak en verklaart deze regel ook van toepassing in de onderhavige civielrechtelijke relatie tussen partijen. In de omstandigheden van dit geval bracht de zorgplicht van [ged.1] als bewaarnemer van de op zijn derdengeldrekening gestorte gelden, die geen verband hielden met zijn werkzaamheden als notaris, nader ingevuld aan de hand van zijn bijzondere professionele hoedanigheid, met zich dat hij een depotovereenkomst had moeten opmaken, waarbij werd vastgelegd wat ieders positie was, zowel die van de betrokken partijen als die van hemzelf als notaris, en wat partijen precies met het depot beoogden. 4.4. Kenmerkend en doorslaggevend voor het aannemen van een civielrechtelijke rechtsplicht tot het opmaken van een dergelijke depotovereenkomst is in deze zaak dat [gedaagden] klaarblijkelijk menen dat: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.