ECLI:NL:RBARN:2012:BX6374
Vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 226680 / HA ZA 12-138 Vonnis in incident van 22 augustus 2012 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PROFINE NEDERLAND B.V., gevestigd te Waardenburg (gemeente Neerijnen), eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat mr. D. Knottenbelt te Rotterdam, tegen 1. de vennootschap naar buitenlands recht ARCELORMITTAL BELGIUM N.V., gevestigd te 1000, Brussel (België), 2. de vennootschap naar buitenlands recht ARCELORMITTAL SSC BENELUX N.V., gevestigd te 2440, Geel (België), 3. de vennootschap naar buitenlands recht ARCELORMITTAL STEEL COAT EUROPE S.A., gevestigd te 4432, Alleur (België), 4. de vennootschap naar buitenlands recht ARCELORMITTAL PACKAGING BELGIUM N.V., gevestigd te 4420, Saint-Nicolas (België), gedaagden, verweersters in het incident, advocaat mr. S.G.A. van der Horst te Tilburg, 5. de vennootschap naar buitenlands recht RECUBRIMIENTOS PLÁSTICOS SA, gevestigd te 31190-Navarra (Spanje), gedaagde, verweerster in het incident, advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem, en 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid STRAMIT B.V.,en 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ISOBOUW SYSTEMS B.V. beide gevestigd te Someren, eiseressen in het incident, advocaat mr. T.L. Cieremans en mr. P.R. van der Vorst te Rotterdam.
Partijen zullen hierna Profine, Arcelormittal c.s., Recubrimientos en Stramit c.s. genoemd worden.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2.2. Stramit c.s. heeft het verschuldigde griffierecht niet binnen vier weken na instelling van haar vordering tot voeging betaald zoals is voorgeschreven in artikel 5 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz). Dat Stramit c.s. zich van artikel 5 Wgbz rekenschap heeft gegeven blijkt uit haar opmerkingen op de eerste pagina van haar incidentele conclusie, die er in de kern op neer komen dat zij stelt geen griffierecht verschuldigd te zijn omdat zij reeds in de hierboven aangehaalde zaak met zaaknummer/rolnummer 220134 HA ZA 2011-1244 griffierecht heeft voldaan. Dat betoog faalt. Het is juist dat in de Wgbz in diverse bepalingen wordt voorkomen dat meerdere malen griffierecht wordt geheven voor zaken die betrekking hebben op één geschil. Echter juist voor voegingszaken is expliciet bepaald dat de te voegen partij griffierecht dient te betalen. Dat Stramit c.s. zich wilt voegen in een vrijwaringszaak die voortvloeit uit de hoofdzaak waarin zij eiseres is, maakt een en ander niet anders. Stramit c.s. is immers geen partij in een zaak in vrijwaring die in de hoofdzaak reeds griffierecht verschuldigd is geworden, zoals is omschreven in artikel 4 lid 1 sub e Wgbz. Stramit c.s. wil zich juist voegen in die vrijwaringszaak en daarom is zij op de voet van artikel 5 Wgbz griffierecht verschuldigd.
2.3. Op grond van artikel 219a Rv wordt Stramit c.s. niet ontvankelijk verklaard in haar vordering, nu voorts geen feiten of omstandigheden zijn gebleken op grond waarvan geoor¬deeld dient te worden dat niet-ontvankelijkverklaring, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter zal leiden tot een onbillijk¬heid van overwegende aard zoals bedoeld in artikel 127a lid 3 Rv.
2.4. Stramit c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2012.
Coll.: AB