← Nederland

ECLI:NL:RBARN:2012:BY1535

RECHTBANK ARNHEM Sector strafrecht Parketnummer : 05/701333-12 Datum zitting : 16 oktober 2012 Datum uitspraak : 30 oktober 2012 TEGENSPRAAK Vonnis van de meervoudige kamer kinderstrafzaken in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem tegen naam : [verdachte] geboren op : [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] adres : [adres] plaats : [woonplaats] raadsman : mr. B. Kurvers, advocaat te 's-Hertogenbosch. 1. De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 22 november 2011 tot en met 23 november 2011 te Tiel, in elk geval in de gemeente Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand ([adres 1]) heeft weggenomen een kluis, inhoudende een geldbedrag van ongeveer 1000,-- euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming ((te weten met een auto, met kracht en/of grote snelheid tegen een rolluik en/of deur van voormeld pand is/zijn gereden en/of (vervolgens) door de ontstane opening naar binnen is/zijn gegaan));(aangifte blz. 262) 2. hij op of omstreeks 05 november 2011 te Tiel, in elk geval in de gemeente Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (BMW [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(
  2. s)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (te weten met een gestolen/wederrechtelijk verkregen autosleutel voormelde auto heeft/hebben geopend en/of gestart); althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt: hij in of omstreeks de periode van 5 november 2011 tot en met 23 november 2011 te Tiel, in elk geval in de gemeente Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en / of heeft overgedragen een auto (BMW/ [kenteken]) (afkomstig van [slachtoffer 3]), terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(
  3. e)goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat dit/deze door diefstal in elk geval door enig misdrijf was/waren verkregen; 2. Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is op 16 oktober 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. B. Kurvers, advocaat te 's-Hertogenbosch. De officier van justitie, mr. S. Planting, heeft geëist dat verdachte wordt vrijgesproken van het onder 2 primair ten laste gelegde feit en wordt veroordeeld ter zake de onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten tot een jeugddetentie voor de duur van 4 maanden. Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd. 3. De beslissing inzake het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen in het dossier. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van beide feiten, omdat - samengevat weergegeven - het bewijs onvoldoende is om tot een veroordeling te kunnen komen. De beoordeling door de rechtbank Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde gaat de rechtbank uit van de navolgende feiten en omstandigheden: * Tussen 22 en 23 november 2011 is er een ramkraak gepleegd bij [slachtoffer 2] aan de [adres 1] in Tiel (feit 1). In de kofferbak van de auto die daarvoor is gebruikt en die tussen 4 en 5 november 2011 gestolen bleek te zijn bij een woning aan de [adres 2] te Tiel (feit 2) is een handschoen aangetroffen, waarop zich lichaamsmateriaal bevond met een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen, met een afgeleid DNA-hoofdmengprofiel dat matcht met het DNA-profiel van verdachte. * Op 17 april 2012 heeft [getuige 1] ten overstaan van de politie verklaard dat de ramkraak bij [slachtoffer 2] is gepleegd door verdachte, [medeverdachte ] en nog een persoon. [getuige] had dit van hen gehoord. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of dit voldoende is om verdachte voor deze feiten te veroordelen. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. Op de in de kofferbak van de auto aangetroffen handschoen is weliswaar het DNA van verdachte aangetroffen, maar dit bewijst naar het oordeel van de rechtbank nog niet dat verdachte die auto heeft gestolen of geheeld, dan wel dat hij tijdens het plegen van die ramkraak in die auto heeft gezeten. Hieruit kan niet méér worden afgeleid dan dat verdachte op enig moment vóór de ontdekking van de auto met die handschoen in aanraking moet zijn geweest. Vervolgens kan die handschoen op allerlei momenten en manieren in de kofferbak terecht zijn gekomen, ook zonder dat verdachte daarmee noodzakelijkerwijs iets van doen moet hebben gehad. De rechtbank acht de verklaring van [getuige] onvoldoende concreet en specifiek om als steunbewijs te kunnen dienen. Daarbij verdient opmerking dat dit proces-verbaal zeer summier is, dat de verslaglegging daarvan te wensen overlaat ([getuige] heeft klaarblijkelijk ook nog de naam van een derde dader genoemd, maar die naam was de verbalisanten even "ontschoten") en dat [getuige] tevens heeft gezegd dat, als de politie de vingerafdrukken van [verdachte] neemt, zij bij veel meer inbraken terecht komen omdat [verdachte] inbraken pleegt zonder handschoenen. Dat laatste is dan weer in tegenspraak met het gegeven dat er bij de onderhavige ramkraak dus wel een handschoen is gevonden met DNA-materiaal van verdachte. Gelet op vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van zowel het onder 1 als onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde feit. 4. De beslissing De rechtbank, rechtdoende: Spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten. Aldus gewezen door: mr. J. Barrau (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. C. van Linschoten, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. M.B. Wichman, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 oktober 2012.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.