Arrondissementsrechtbank Assen Zevende meervoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken Kenmerk: 00 / 194 BELEI P09 U I T S P R A A K In het geding tussen [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verweerder. I. Procesverloop Bij besluit van 28 januari 2000 heeft verweerder de bezwaren van eiser tegen het besluit van 10 juni 1999 ongegrond ver-klaard en laatstgenoemd besluit gehandhaafd, inhoudende de toekenning van een tegemoetkoming in het kader van de Regeling tegemoetkoming schade bij tweede extreem zware regenval 1998 (hierna: Wts2-regeling). Namens eiser is bij brief van 9 maart 2000 tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank. Verweerder heeft bij brief van 14 april 2000 de op de zaak betrekking hebbende stukken alsmede een verweer-schrift inge-zonden. De gemachtigde van eiser heeft een afschrift van deze stukken ontvangen. Het beroep is behandeld ter zitting van de zevende meervoudi-ge kamer van de rechtbank op 1 maart 2001, alwaar eiser is verschenen bij gemachtigde mr. A.J. Poelman, medewerker van de Stichting Univé Rechtshulp te Assen. Verweerder, daartoe ambtshalve opgeroepen, is verschenen bij gemachtigden [gemachtigden]. II. Motivering Feiten Eiser heeft een agrarisch bedrijf in [woonplaats]. Als gevolg van zware regenval op 27 en 28 oktober 1998, heeft eiser - aan de hand van een daartoe bestemd formulier - schade gemeld bij Laser (de Dienst Landelijk service bij regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij). Bij het (primaire) besluit van 10 juni 1999 heeft verweerder de aanvraag van eiser om een tegemoetkoming in de schade goedge-keurd. De totale schade en kosten heeft verweerder vastgesteld op f 48.577,-- en de aan eiser toekomende tege-moetkoming op f 38.577,--. Bij brief van 21 juli 1999 is namens eiser tegen dit besluit be-zwaar gemaakt. Bij het thans bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van eiser kennelijk ongegrond verklaard. Standpunten partijen Eiser stelt dat het Waterschap Meppelerdiep aansprakelijk is voor de door hem geleden schade vanwege het staken van het gemaal "De Rieters" aan het Oranjekanaal. Nu het waterschap de aansprakelijkstelling - tot op heden - niet erkent, meent eiser dat de f 10.000,-- eigen risico niet voor zijn rekening dient te blijven, maar voor vergoeding door verweerder in aanmerking komt. Verweerder stelt dat onderhavige regeling in het leven is geroepen vanwege het gegeven dat de schade elders niet ver-haalbaar is. Voor zover eiser jegens verweerder een civiele vordering instelt wegens onrechtmatige overheidsdaad, stelt verweerder dat de rechtbank zich daarin onbevoegd moet verkla-ren. De vaststelling van het eigen risico is volgens verweerder een algemeen verbindend voorschrift dat rechtstreeks op de wet is terug te voeren. Voor zover het beroep zich daartegen richt, is dit volgens verweerder (subsidiair) niet ontvankelijk. Meer subsidiair stelt verweerder dat de hoogte van schade en de hoogte van de taxatiebedragen vaststaat, aangezien eiser niet om een hertaxatie heeft gevraagd. In zoverre dient het beroep, aldus verweerder, ongegrond te worden verklaard. Relevante regelgeving Ingevolge artikel 1, sub d, van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen (hierna: de Wet) wordt onder schadegebied verstaan het bij ministeriële regeling vastge-stelde, in Nederland gelegen gebied waarin een overstroming door zoet water, een aardbeving dan wel een ramp of een zwaar ongeval waarop deze wet ingevolge artikel 3 van toepassing is verklaard, heeft plaatsgevonden en waarin als gevolg daarvan schade is geleden dan wel kosten zijn gemaakt als bedoeld in artikel 4, eerste of tweede lid. In artikel 3 van de Wet is bepaald dat bij koninklijk besluit deze wet van toepassing kan worden verklaard in geval van een ramp of een zwaar ongeval als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet rampen en zware ongevallen, die van ten minste vergelijkbare orde is als een overstroming door zoet water of een aardbeving. Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Wet heeft een gedu-peerde recht op een tegemoetkoming in de in deze bepaling nader aangeduide categorieën van schaden, voor zover de schade die hij heeft geleden, is ontstaan in het schadegebied en het rechtstreeks en onmiddellijk gevolg is van een overstroming door zoet water, een aardbeving dan wel een ramp of een zwaar ongeval waarop deze wet ingevolge artikel 3 van toepassing is verklaard. Artikel 5, eerste lid, van de Wet bepaalt dat de omvang van de schade en, voor zover nodig, van de kosten door of onder verantwoordelijkheid van een door de Minister van Binnenlandse Zaken aangewezen schade-expert, wordt opgenomen en neergelegd in een schaderapport. Ingevolge het tweede lid verstrekt de schade-expert aan de gedupeerde een afschrift van het schade-rapport. In het derde lid is bepaald dat al dan niet op ver-zoek van de gedupeerde de omvang van de schade en de kosten opnieuw door of onder verantwoordelijkheid van een schade-expert bedoeld in het eerste lid kan worden opgenomen en neergelegd in een schaderapport. Het tweede lid is van toepas-sing. Ingevolge artikel 6, tweede lid, van de Wet kan bij het bepa-len van de hoogte van de tegemoetkoming een eigen risico en een drempelbedrag worden gehanteerd, waarvan de hoogte bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. In het derde lid is bepaald dat bij ministeriële regeling regels worden gesteld over de hoogte van de tegemoetkoming. In artikel 8 van de Wet is bepaald dat van de ministeriële regelingen, bedoeld in de artikelen 6, derde lid, en 7, eerste lid, kan worden afgeweken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Gelet op het bepaalde in artikel 3 van de Wet is bij Koninklijk Besluit van 5 maart 1999 (inwerking getreden op 24 maart 1999), de Wet van toepassing verklaard op de schade en kosten die zijn ontstaan ten gevolge van de extreem zware regenval op 27 en 28 oktober 1998 (artikel 1 van het KB). In de Regeling tegemoetkoming schade bij tweede extreem zware regenval 1998 (Wts2-regeling) is het schadegebied overeenkom-stig het bepaalde in artikel 1, sub d, van de Wet vastgesteld. Ingevolge artikel 1, sub b, van de Wts2-regeling wordt in deze regeling onder regeling verstaan de Regeling tegemoetkoming schade bij extreem zware regenval 1998 (hierna: Wts1-rege-ling). Artikel 2 van de Wts2-regeling luidt als volgt: "
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.