Kenmerk: 02/1024 WRO U I T S P R A A K van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Assen op de voet van het bepaalde in titel 3 van hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in het geding tussen: [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, en Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Midden-Drenthe, verweerder. I. Procesverloop Bij besluit van 4 juni 2002 heeft verweerder aan [vergunninghouder] (verder: vergunninghouder) een bouwvergunning verleend voor het oprichten van een winkelcentrum met woningen aan de Veenhoopsweg te Smilde. Namens verzoeker is bij brief van 24 juni 2002 tegen dit besluit bij verweerder bezwaar gemaakt. Bij brief van 9 december 2002 is tevens namens verzoeker aan de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder heeft bij brief van 16 december 2002 de op de zaak betrekking hebbende stukken alsmede een verweerschrift ingezonden. De vergunninghouder heeft op grond van artikel 8:26 van de Awb als partij aan het geding deelgenomen. Partijen hebben afschriften van de gedingstukken ontvangen. Het verzoek is behandeld ter zitting van de rechtbank op 8 januari 2003, alwaar verzoeker in persoon is verschenen, bijgestaan door heer mr. P.L. Verhulst. Voor verweerder is - daartoe ambtshalve opgeroepen- verschenen D. Reitsma. Verder is namens de vergunninghouder [gemachtigde] verschenen. II. Motivering Algemeen Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en bindt dit de rechtbank niet bij haar beslissing in die procedure. Aangezien tijdig bezwaar is gemaakt tegen het besluit waarop het verzoek betrekking heeft en deze rechtbank in de hoofdzaak bevoegd zal zijn, is voldaan aan het connexiteitsvereiste. Ook overigens is er geen beletsel het verzoek om een voorlopige voorziening ontvankelijk te achten. Feiten en omstandigheden Op 13 februari 2002 is door de vergunninghouder een (hernieuwde) aanvraag ingediend voor een bouwvergunning voor het oprichten van een winkelcentrum met woningen aan de Veenhoopsweg te Smilde. Het Drentse Welstandstoezicht heeft op 1 maart 2002 ter zake van dit plan advies uitgebracht. Daarbij is aangegeven dat het thans voorliggende plan niet wezenlijk is gewijzigd ten opzichte van het eerdere plan. Het advies van 27 juli 2001 dat over dit eerdere plan is uitgebracht wordt dan ook gehandhaafd. Het bouwplan heeft vervolgens ter inzage gelegen, waarbij aan belanghebbenden de gelegenheid is geboden gedurende de periode 14 tot 28 maart 2002 schriftelijke bedenkingen in te dienen. Bij het bestreden besluit van 4 juni 2002 heeft verweerder aan de vergunninghouder, onder het verlenen van vrijstelling ex artikel 15 van de WRO voor wat betreft de maximaal toegestane bebouwde oppervlakte voor een detailhandelbedrijf, een bouwvergunning verleend voor het oprichten van het winkelcentrum met woningen. Standpunten partijen Verzoeker stelt dat uitvoering van het onderhavige bouwplan een dusdanige aanslag op de beschikbare ruimte meebrengt dat gevreesd moet worden dat Volumemarkt Weggen niet meer zal kunnen integreren in het Centrumplan Smilde. Verzoeker wijst er daarbij op dat - mede naar aanleiding van een procedure bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) - aan verzoeker diverse toezeggingen zijn gedaan betreffende het kunnen integreren. Verweerder stelt dat het bouwplan valt binnen de in het bestemmingsplan "Centrumgebied Smilde, partiële herziening" gegeven bestemming en dat de gegeven vrijstelling uitsluitend betrekking heeft op de toegestane bebouwing per detailhandelsbedrijf. Verweerder ontkent dat Volumemarkt Weggen na realisering van het bouwplan niet meer zal kunnen integreren in het Centrumplan Smilde. Verweerder wijst er wel op dat het zaak is dat verzoeker spoedig met concrete plannen voor deze integratie komt. Beoordeling Ingevolge artikel 40 van de Woningwet is het verboden te bouwen zonder vergunning van verweerder. In artikel 44 van de Woningwet is bepaald dat een bouwvergunning alleen mag en moet worden geweigerd, indien: a. het bouwwerk niet voldoet aan de vereisten bij of krachtens het bouwbesluit; b. het bouwwerk niet voldoet aan de voorschriften van de bouwverordening; c. het bouwwerk in strijd is met het bestemmingsplan; d. het bouwwerk niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; e. voor het bouwwerk een monumentenvergunning is vereist en deze is geweigerd. De voorzieningenrechter stelt voorop dat niet is gebleken dat het bouwplan niet voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens het bouwbesluit of de voorschriften opgenomen in de vigerende bouwverordening. Ook is niet gebleken dat voor het onderhavige bouwwerk een monumentenvergunning is vereist. Ter zake is door verzoeker ook niets naar voren gebracht. De voorzieningenrechter komt vervolgens toe aan de vraag of het bouwwerk al dan niet in strijd is met het vigerende bestemmingsplan. In dit verband wordt het volgende overwogen. Het te realiseren bouwplan is gelegen in het vigerende bestemmingsplan "Centrumgebied Smilde, partiële herziening". Ingevolge dit bestemmingsplan rust op het perceel waarop het bouwplan betrekking heeft de bestemming "centrumvoorzieningen". Blijkens artikel 3, eerste lid, van de voorschriften zijn deze gronden bestemd voor detailhandel, horeca (met uitzondering van discotheken), banken en kantoren met een baliefunctie, maatschappelijke en medische voorzieningen, woondoeleinden en verkeers- en verblijfsvoorzieningen. In het derde lid van artikel 3 is, voor zover hier van belang, bepaald: "a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.