vonnis RECHTBANK ASSEN Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 57354 / HA ZA 06-443 Vonnis van 4 april 2007 in de zaak van de naamloze vennootschap ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd en kantoorhoudende te 3012 AG Rotterdam, eiseres, procureur mr. H.J. de Ruijter, advocaat mr. H.M. Kruitwagen te Arnhem, tegen de onderlinge waarborgmaatschappij TRANSVEMIJ U.A. TRANSPORT VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ, gevestigd en kantoorhoudende te 7901 AW Hoogeveen, Van Limburg Stirumstraat 250, gedaagde, procureur mr. H.E. Schuurmans. Partijen zullen hierna Allianz en TVM genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 27 september 2006, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd; - het proces-verbaal van comparitie van 12 januari 2007 - de akte overlegging producties van Allianz van 8 november 2006; - de akte uitlating van TVM van 31 januari 2007; - de antwoordakte van Allianz van 28 februari 2007; - de bij de stukken gevoegde producties. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist en/of op grond van de niet of onvoldoende weersproken inhoud van overgelegde producties, staat in dit geding het volgende vast: 2.1. Aannemingsbedrijf [verzekerde] BV (verder: [verzekerde]) legt zich voornamelijk toe op grondverzetwerkzaamheden. 2.2. Sinds 1 oktober 1980 is [werknemer van verzekerde] (verder: [werknemer van verzekerde]) in vaste dienst van [verzekerde]. 2.3. In september 2000 heeft [werknemer van verzekerde] met een heftruck rollen betuiningsplastic op een vrachtwagen van [verzekerde] gelegd. Die rollen wegen ongeveer 200 kg per stuk. Toen hij met de vrachtwagen weg wilde rijden, zag hij dat een rol scheef lag. Hij wilde die rol recht leggen (omdat de rol anders wellicht schade zou kunnen veroorzaken - eraf vallen - bij/tijdens het rijden) en is daartoe op de vrachtwagen geklommen. Op enig moment begon de rol te glijden. Daarop is [werknemer van verzekerde] van de vrachtwagen gesprongen. Eén van de vrachtwagen vallende rol is vervolgens op zijn onderbeen terechtgekomen, waardoor hij letsel heeft opgelopen. 2.4. [werknemer van verzekerde] heeft [verzekerde] aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden en te lijden schade. 2.5. [verzekerde] had zijn wettelijke aansprakelijkheid voor door/met de vrachtwagen ontstane schade bij TVM verzekerd onder een zogenoemde vrachtautopakketverzekering (verder WAM-verzekering). In artikel 16 van de toepasselijke polisvoorwaarden is onder meer het volgende bepaald: “16.3 Wettelijke aansprakelijkheid lading Onder deze verzekering is mede begrepen de wettelijke aansprakelijkheid van de verzekerden voor schade -anders dan bij het laden en lossen- aan derden toegebracht door de lading of andere zaken, terwijl deze zich bevinden op, worden vervoerd met, vallen van dan wel nadat deze zijn gevallen van het motorrijtuig...”. 2.6. [verzekerde] had tevens een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven en beroepen (verder AVB-verzekering) bij Allianz lopen. In de op die verzekering van toepassing zijnde voorwaarden is onder V UITSLUITINGEN onder meer het volgende bepaald: “8. Motorrijtuigen: schade veroorzaakt met of door motorrijtuigen die verzekerden bezitten, houden, besturen of gebruiken, waarvoor de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (W.A.M.) of analoge buitenlandse wet (hierna te noemen de wet) een afzonderlijke verzekering voorschrijft. Wel verzekerd is de aansprakelijkheid voor schade: .... 8.2 veroorzaakt door de lading van een vervoermiddel, ook als die lading valt of is gevallen. 8.3 veroorzaakt tijdens het laden en lossen van een vervoermiddel.....”. 2.7. Op 27 oktober 2005 heeft [verzekerde] ter comparitie bij het gerechtshof te Arnhem een schikking met [werknemer van verzekerde] getroffen, inhoudende de voldoening van een bedrag groot EUR 180.000,00 en de afgifte van een belastinggarantie. Allianz heeft de zaak voor [verzekerde] behandeld en de schadevergoeding aan [werknemer van verzekerde] betaald. 3. De vordering 3.1. Allianz vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1. TVM zal veroordelen om aan Allianz als gesubrogeerde tegen behoorlijk bewijs van kwijting te vergoeden het bedrag van EUR 1.659,56 (terzake van de aan [werknemer van verzekerde] betaalde proceskosten), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, primair vanaf 9 februari 2004 tot aan de dag der algehele voldoening, althans subsidiair vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; 2. TVM zal veroordelen om aan Allianz als gesubrogeerde tegen behoorlijk bewijs van kwijting te vergoeden het bedrag van EUR 18.000,00 (terzake van de aan [werknemer van verzekerde] vergoede schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, primair vanaf 27 oktober 2005 tot aan de dag der algehele voldoening, althans subsidiair vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; 3. zal verklaren voor recht dat TVM Allianz dient te vrijwaren voor de aan [werknemer van verzekerde] op 31 oktober 2005 afgegeven (en door [werknemer van verzekerde] op 9 november 2005 ondertekende) belastinggarantie en dat TVM derhalve indien en voor zover [werknemer van verzekerde] aanspraak maakt of zal maken op die garantie, gehouden is de garantieverplichting over te nemen en die verplichting jegens [werknemer van verzekerde] dient na te komen; 4. TVM zal veroordelen om aan Allianz als gesubrogeerde te voldoen het bedrag van EUR 17.030,03 terzake van de in de tussen [werknemer van verzekerde] en [verzekerde] gevoerde procedures gemaakte kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, • primair over: - EUR 1.659,56 vanaf 9 februari 2004; - EUR 180.000,00 vanaf 27 oktober 2005; - EUR 280,37 vanaf 5 november 2002, EUR 1.646,82 vanaf 20 januari 2003, EUR 1.949,23 vanaf 28 april 2003, EUR 1.862,86 vanaf 18 juli 2003, EUR 222,60 vanaf 23 oktober 2003, EUR 2.343,13 vanaf 16 januari 2004, EUR 310,05 vanaf 23 april 2004, EUR 1.193,82 vanaf 26 juli 2004, EUR 2.234,33 vanaf 24 november 2004, EUR 408,85 vanaf 11 januari 2005, EUR 1.850,48 vanaf 16 mei 2005, EUR 286,20 vanaf 15 augustus 2005 en EUR 2.441,18 vanaf 15 november 2005; • althans subsidiair over de betreffende bedragen vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; 5. TVM zal veroordelen om aan Allianz tegen behoorlijk bewijs van kwijting te vergoeden een bedrag van EUR 4.000,00 ter zake van de door deze reeds gemaakte en nog te maken buitengerechtelijke kosten in verband met deze schade en de regeling daarvan, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; 6. TVM zal veroordelen in de kosten van dit geding. 3.2. Allianz baseert haar vordering op de stelling dat de schade is ontstaan door de lading en dat deze gelet daarop door TVM als WAM-verzekeraar vergoed dient te worden. Sprake is van een ladingrisico, niet van een laad/los-risico. Op het moment van het schadevoorval waren de rollen reeds op de vrachtwagen geladen en waren de ladingwerkzaamheden al voltooid. [werknemer van verzekerde] was ten tijde van het ongeval juist voornemens met de vrachtwagencombinatie te gaan rijden, toen hij zag dat er een rol scheef lag. Met het oog daarop wilde hij de rol rechtleggen. Hij was niet doende de rol op de vrachtwagen te leggen (laden) of de rol eraf te halen (lossen). Hij legde de rol recht omdat de rol anders wellicht schade zou kunnen veroorzaken bij/tijdens het rijden. Controle van de lading vormt geen laden, aangezien het dan reeds lading betreft. 4. Het verweer Door TVM is verweer gevoerd. Zij heeft voorop gesteld dat Allianz niet ontvankelijk verklaard dient te worden. Dit omdat zij een niet bestaande rechtspersoon heeft gedagvaard en daarmee onduidelijkheid zou hebben geschapen. Op het vermelde adres zijn meerdere rechtspersonen gevestigd. Inhoudelijk is door TVM gesteld dat sprake is van een laad/los-risico waarvoor de AVB-verzekering van Allianz dekking behoort te bieden. Het ongeval vond plaats tijdens het laden van de vrachtwagen. Sprake was van een uitvoeringshandeling in het kader van het op juiste wijze beladen van de vrachtwagen, alvorens er mee te gaan rijden. In de procedure tussen [verzekerde] en [werknemer van verzekerde] is door zowel [werknemer van verzekerde], als [verzekerde], de verzekeringsexpert en de arbeidsinspectie aangegeven dat [werknemer van verzekerde] bezig was de vrachtwagen te laden en bij het -na het met de heftruck op de vrachtwagen leggen van de rollen- rechtleggen van een rol, is geraakt door een vallende rol. Ook Allianz zelf heeft dat standpunt naar [werknemer van verzekerde] toe ingenomen. 5. Beoordeling van het geschil Ontvankelijkheid 5.1. Een rechtspersoon dient te worden gedagvaard onder haar statutaire naam. Uit de in geding gebrachte stukken van de Kamer van Koophandel blijkt dat de statutaire naam van de WAM-verzekeraar van [verzekerde] (kennelijk) Onderlinge waarborgmaatschappij TVM U.A. luidt. In het onderhavige geding is die naam niet opgenomen als de gedagvaarde rechtspersoon. Derhalve is in deze niet de juiste naam vermeld. Anders dan door TVM is gesteld volgt daaruit naar het oordeel van de rechtbank echter in het onderhavige geval niet dat Allianz niet ontvankelijk verklaard dient te worden. Evenmin is de rechtbank van oordeel dat door Allianz actie ondernomen moet worden om haar processuele fout te herstellen, omdat sprake zou zijn van onduidelijkheid en mogelijke executieproblemen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. 5.2. Zoals door Allianz terecht is betoogd, is zowel bij de Kamer van Koophandel als in de polis(voorwaarden) van de WAM-verzekering aangegeven dat sprake is van een rechtspersoon geheten: Onderlinge waarborgmaatschappij Transvemij U.A., gevestigd te Hoogeveen aan de van Limburg Stirumstraat 250. Voorts blijkt uit de bij de WAM-verzekering behorende polisvoorwaarden dat die verzekering bij een rechtspersoon met die naam loopt. Ook volgt zowel uit de polis, als de inschrijvingsgegevens bij de Kamer van Koophandel dat de WAM-verzekeraar ook ‘Transport Verzekerings Maatschappij’, ‘TVM’ en ‘TVM-verzekeringen’ als, dan wel bij haar naam hanteert. Uit de overgelegde gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt daarnaast dat op voormeld adres slechts één onderlinge waarborgmaatschappij is gevestigd. Reeds gelet daarop kan de rechtbank niet inzien dat er verwarring kan zijn ontstaan over de vraag welke rechtspersoon in het onderhavige geding is gedagvaard. In deze geldt dat echter nog te meer nu, zoals door Allianz onbetwist is opgemerkt: - reeds vanaf, in ieder geval, 2002 door Allianz contact over de schadekwestie met de (de advocaat van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.