vonnis RECHTBANK ASSEN Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 63989 / HA ZA 07-622 Vonnis van 10 februari 2010 in de zaak van 1. de besloten vennootschap [EISERES ] ONROERENDE ZAKEN B.V., 2. de besloten vennootschap [EISERES ] ZUIVEL B.V., beide gevestigd te [vestigingsplaats], eiseressen, advocaat mr. R.P. van Boven, tegen 1. [GEDAAGDE SUB 1], 2. [GEDAAGDE SUB 2], beide wonende te [woonplaats], gedaagden, advocaat mr. J.J. Reiziger. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 12 december 2007, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd - het proces-verbaal van comparitie van 12 februari 2008; - de conclusie van repliek van 23 september 2009; - de conclusie van dupliek van 16 december 2009; - de bij de stukken gevoegde en overigens ingebrachte producties. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. Vordering en verweer 2.1. Eiseressen vorderen dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: primair: 1. gedaagden zal verbieden om bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aan te wenden tegen door de eiseressen aangevraagde en aan te vragen bouwvergunningen en (wijzigings-)vergunningen ingevolge de Wet Milieubeheer, één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere overtreding van dit verbod; 2. gedaagden zal gelasten om alle ten tijde van het wijzen van dit vonnis door hun aangespannen bezwaar en/of beroepsprocedures inzake door de eiseressen aangevraagde bouwvergunningen en (wijzigings-)vergunningen ingevolge de Wet Milieubeheer, binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis in te trekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag dat gedaagden nadien in gebreke blijven; 3. gedaagden zal veroordelen om aan eiseressen te betalen een bedrag aan schadevergoeding, ter zake van de schade welke eiseressen hebben geleden als gevolg van de bezwaar- en beroepsprocedures welke gedaagden na 18 oktober 2005 hebben gevoerd c.q. hebben voortgezet, één en ander nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; subsidiair: 4. zal verklaren voor recht dat gedaagden onrechtmatig jegens eiseressen handelen indien gedaagden bij de door hun in de toekomst te entameren bezwaar- en/of beroepsprocedures met betrekking tot door eiseressen aan te vragen bouwvergunningen en vergunningen ingevolge de Wet Milieubeheer in het ongelijk worden gesteld; primair en subsidiair: 5. gedaagden zal veroordelen in de kosten van deze procedure. 2.2. Gedaagden verweren zich tegen alle vorderingen. Zij verzoeken de rechtbank om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, eiseressen in hun vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze af te wijzen, met veroordeling van eiseressen in de kosten van het geding. 3. Feiten Voor de beslechting van het geschil over de vorderingen en het verweer, gaat de rechtbank uit van de volgende feiten: a. Eiseres 1 is eigenaresse van het onroerend goed waarin eiseres 2, hierna aan te duiden als eiseres, een bedrijf exploiteert dat in de loop van de tijd geleidelijk is uitgegroeid van een boerenbedrijf naar een industriële onderneming. Die groei heeft geleid en leidt tot gevolgen voor de directe woon- en leefomgeving, die voorheen landelijk was. Zo zijn er lozingen geweest en stankoverlast, is er gesloopt en gebouwd, is er sprake van een toename van door het bedrijf geproduceerd geluid en is de verkeersintensiteit fors toegenomen. Ook het aanzien van de omgeving is veranderd. b. De gemeente [woonplaats] heeft steeds medewerking verleend aan de groei van het bedrijf door dit bestemmingsplantechnisch mogelijk te maken (in 1994/95 door het perceel de bestemming agrarisch bedrijf annex zuivelboerderij te geven), terwijl die gemeente daartoe niet verplicht was en het bedrijf dit niet had kunnen afdwingen. Zij was daarvoor afhankelijk van bereidwilligheid van de gemeenteraad, waarvan toen de vader van de directeuren van eiseres (het gaat om het bedrijf van de familie [derde]) deel uitmaakte. Die raad heeft de bestemmingswijziging toegestaan. Tal van vergunningen zijn daarna aangevraagd en door het bevoegde bestuursorgaan van de gemeente afgegeven: sinds 1997 zijn 22 bouwvergunningen en 16 vergunningen/meldingen in het kader van de Wet Milieubeheer afgegeven/geaccepteerd. Het bedrijf is van plan nog (veel) verder te groeien en waarschuwt toekomstige bewoners van de bedrijfsomgeving voor de gevolgen die zij van het bedrijf en uitbreidingen zullen ondervinden. Een brief van die strekking bevindt zich onder de gedingstukken. c. Gedaagden zijn levenspartners. Zij woonden al naast de boerderij, de man sinds zijn geboorte en samen sinds 1981, ver voordat deze werd overgenomen en de plannen voor uitgroei naar een (meer) industrieel bedrijf werden gevormd. Hun woning is de ouderlijke woning van de man. Eiseres, noch haar rechtsvoorgangster heeft ooit overleg met gedaagden gevoerd, noch heeft zij hun bezwaren of verlangens aangehoord als eiseres een plan opvatte om de productie (weer) te vergroten. Ook ten aanzien van de andere buurtgenoten heeft zij deze gedragslijn gevolgd. Waarom gedaagde zo handelde is niet bekend. d. Eiseres en haar buurtgenoten zijn in conflict geraakt over uitbreidingen en/ of wijzigingen van de bedrijfsvoering waar deze voor de buurtgenoten gevolgen had. Meerdere buurtgenoten hebben geopponeerd tegen voor die uitbreiding en/of wijzigingen afgegeven vergunningen. Dit is geschied in de vorm van bezwaar- en beroepsprocedures waarbij het bevoegde gemeenteorgaan de tegenpartij vormde. Eiseres was daarbij in de gelegenheid haar standpunt en belangen te verdedigen en heeft dit daadwerkelijk gedaan. Verplicht was zij daartoe niet. Gedaagden hebben niet tegen iedere vergunning noch tegen ieder melding geopponeerd. Was dat wel geschied dan zouden er om en nabij de 40 vergunningen/acceptaties in procedures zijn bestreden. In totaal zijn 8 vergunningen/acceptaties bestreden, waarbij niet steeds is (door)geprocedeerd als dat nog mogelijk was. e. In de helft van die gevallen is er door de rechter ingegrepen wegens schending van de wet, al dan niet tijdelijk. Uiteindelijk hebben die procedures niet tot veel materieel resultaat voor gedaagden en/of zijn buurtgenoten geleid. In een geval is een ander vergunningvoorschrift door de rechter opgelegd (uitspraak ABRS van 3 december 1999). Zoals de zoons [derde] aan gedaagden hebben geschreven: ‘Het resultaat is dat er gebouwd kan en mag worden’ (brief van december 2005). Zij hebben daarbij aangegeven dat zij eerst helemaal niet van plan waren om grootschalig te gaan produceren (‘wij hadden in eerste instantie geopteerd voor een kleinschaliger gebeuren’), maar dat gedaagden hen de weg hebben gewezen naar het opzoeken van de grenzen (‘heeft dit er toe geleid dan wij de grenzen van de mogelijkheden hebben gezocht en gevonden’). Dit heeft volgens hen geleid tot wat er staat en zij hebben gedaagden daarvoor bedankt: ‘het is aan jullie niet aflatende inzet te danken wat er op dit moment staat en wat er in de toekomst misschien nog zal komen te staan’. f. Eiseressen hebben het niet bij deze brief gelaten maar hebben besloten de onderhavige procedure op te starten. Zij hebben gevorderd (zie ook hiervoor) dat gedaagden wordt verboden ooit nog bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aan te wenden, dat zij alle procedures moeten intrekken en dat zij schadevergoeding moeten betalen voor alle gevoerde procedures. Centraal staat daarbij hun stelling dat gedaagde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.