vonnis RECHTBANK ASSEN Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 85249 / HA ZA 11-152 Vonnis in incident van 4 mei 2011 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INDUCON B.V., gevestigd te Beilen, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat mr. N. Veerman te Groningen, tegen buitenlandse rechtsvorm SPORTPARK OTTOBRUNN GMBH, gevestigd te D-85521 Ottobrunn, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr. J.J. Reiziger te Assen. Partijen zullen hierna Inducon B.V. en Sportpark Ottobrunn genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 10 december 2010, ter hand gesteld door het Amtsgericht München op 18 januari 2011; - de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring van 9 maart 2011; - de incidentele conclusie van antwoord van 23 maart 2011. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2. Het geschil in het incident 2.1. Inducon vordert in de hoofdzaak betaling van Sportpark Ottobrunn van een bedrag van € 8.368,03, te vermeerderen met rente en kosten, en een bedrag van € 904,-; beide met een proceskostenveroordeling. Inducon legt aan deze vordering - kort weergegeven - ten grondslag dat zij aan Sportpark Ottobrunn goederen heeft verkocht en geleverd en dat Sportpark Ottobrunn de haar daarvoor toegezonden laatste factuur, ondanks sommatie, niet heeft voldaan. Inducon stelt dat deze rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van het geschil in de hoofdzaak op grond van artikel 8 Rv jo 14 van haar algemene voorwaarden, in welk artikel de rechtbank Assen als bevoegde rechter is aangewezen. Partijen zijn de toepasselijkheid van die voorwaarden overeengekomen als afzonderlijke beslissing, derhalve los van de koopovereenkomst. Of die algemene voorwaarden deel uitmaken van die overeenkomst is dus niet van belang. Dat partijen die beslissing hebben genomen volgt volgens Inducon uit het aanbod in de brief van 6 juni 2007 waarin staat dat op de koopovereenkomst de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Die zijn aanvaard ingevolge de normen van het Weens Koopverdrag. Ottobrun wist derhalve tijdig van die voorwaarden en haar is duidelijk gemaakt hoe zij deze kon bemachtigen op een voor haar passende wijze. Subsidiair geldt dat het om een verbintenis tot betaling gaat en dat de betaling ingevolge de algemene voorwaarden van Inducon hier te lande in het arrondissement Assen dient te geschieden, namelijk ten kantore van Inducon, zodat ingevolge artikel 5 van de EEX-Verordening de rechtbank te Assen bevoegd is. 2.2. Sportpark Ottobrunn vordert in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen. Sportpark Ottobrunn legt - zakelijk weergegeven - het volgende aan haar vordering ten grondslag. Op de rechtsbetrekking van partijen is de EEX-Verordening van toepassing. Op grond van artikel 2 EEX-Vo dient de gedaagde in beginsel te worden opgeroepen voor het gerecht van de lidstaat van gedaagde. In het onderhavige geval is dit de Duitse rechter. De rechtbank kan geen rechtsmacht ontlenen aan artikel 18 van de algemene voorwaarden van Inducon, nu er geen sprake is van een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 23 EEX-Vo. Op het aanbod van Inducon is een tegenbod gevolgd en dat heeft tot de overeenkomst geleid. Bij dit tegenbod is niet vermeld dat de algemene voorwaarden van Inducon van toepassing zouden zijn en ook bij de aanvaarding van het tegenbod is dat niet gebeurd. Bovendien heeft Inducon in haar brief van 6 juni 2007, waarbij zij haar aanbod deed, wel vermeld dat zij algemene voorwaarden hanteert, maar zij heeft deze niet aan Sportpark Ottobrunn toegestuurd of ter hand gesteld. Sporpark Ottobrunn kon deze komen inzien bij de Kamer van Koophandel te Meppel of in Beilen op het kantoor van Inducon. Ingevolge het vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 26 januari 2011 (Heras/Leirich) is dit onvoldoende om te oordelen dat rechtsgeldig een forumkeuze ingevolge artikel 23 lid 1 sub a EEX-Vo is gedaan. 3. Beoordeling in het incident 3.1. Nu partijen beide zijn gevestigd in lidstaten van de Europese Unie dient de vraag of de rechtbank te Assen bevoegd is om van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen te worden beantwoord aan de hand van de bepalingen van de EEX-Verordening. 3.2 In casus spitst het meningsverschil van partijen zich in de eerste plaats toe op vragen die vallen onder de werking van artikel 23 van de Verordening. Inducon stelt zich op het standpunt dat het in haar algemene voorwaarden opgenomen forumkeuzebeding geldt als een forumkeuzebeding ten gunste van de rechtbank Assen zoals bedoeld in artikel 23 lid 1 sub a van de EEX-Verordening. Een dergelijk beding dient overeenkomstig het bepaalde in de onderdelen a, b of c van het eerste lid van artikel 23 van de EEX-Verordening tot stand te komen. Daarvan is volgens Sporpark Ottobrunn geen sprake geweest door verwerping van het aanbod van Inducon. De rechtbank laat dit geschilpunt rusten omdat zij op de subsidiair opgeworpen grond van het incident tot een beslissing komt. 3.2. Inducon heeft volstaan met een verwijzing naar haar algemene voorwaarden. Zij heeft deze voorwaarden niet aan Sportpark Ottobrunn ter hand heeft gesteld, of schriftelijk dan wel elektronisch toegezonden. In plaats daarvan heeft zij Sportpark Ottobrunn er op gewezen dat deze naar Meppel kon afreizen om zich te melden bij de Kamer van Koophandel om daar de forumkeuze in te zien, dan wel om door te reizen naar Beilen voor hetzelfde doel. Een reis van vele honderden kilometers. Het behoeft naar het oordeel van de rechtbank geen betoog dat dit niet past bij hedendaagse gewoontes die moeten bijdragen aan de vrije interne handelsmarkt van de EU. Eenvoudige toezending van de handelsvoorwaarden per mail (geldig ingevolge het tweede lid van artikel 23 van de Verordening), kost nauwelijks moeite en is heden ten dage een vanwege haar voordelen zeer veel gebruikte manier om ‘over de grens’ te communiceren. Die geringe moeite had Inducon behoren te nemen om de haar begunstigende forumkeuze door Sportpark Ottobrunn geaccepteerd te krijgen, dan wel had zij de voorwaarden eenvoudigweg bij haar brief van 6 juni 2007 behoren te voegen. Pas dan was aan de vereiste zorgvuldigheid en nauwkeurigheid bij het bereiken van wilsovereenstemming langs een van de wegen (onderdelen a, b en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.