← Nederland

ECLI:NL:RBASS:2011:BT8419

RECHTBANK ASSEN Sector strafrecht Parketnummer: 19.605245-11 Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 oktober 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [verdachte], [geboortedatum] 1975, [adres]. Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 04 oktober

  1. De verdachte is verschenen. Tenlastelegging De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat hij op of omstreeks 25 november 2010, te Hoogersmilde, althans in de gemeente Midden-Drenthe, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, merk VW), daarmede rijdende over de Rijksweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat hij, verdachte, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, - met hoge, althans met enige en/of onverminderde snelheid, is afgereden op een aantal zich voor hem, verdachte, bevindende en/of in (een) file staande en/of (langzaam) rijdende motorrijtuigen en/of - zijn, verdachte's motorrijtuig niet, althans onvoldoende heeft afgeremd en/of onvoldoende afstand ten opzichte van de zich voor hem bevindende motorrijtuigen heeft gehouden en/of - (vervolgens) met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig tegen een voor hem rijdende dan wel stilstaande auto is gereden/gebotst, tengevolge waarvan aan [slachtoffer], bestuurder van een motorfiets, zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken bekken en/of een gebroken pols en/of een gebroken middenhandsbeentje, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; art 6 Wegenverkeerswet 1994 althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat hij op of omstreeks 25 november 2010, te Hoogersmilde, althans in de gemeente Midden-Drenthe, als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto, merk VW), daarmee rijdende op de weg, Rijksweg, - met hoge, althans met enige en/of onverminderde snelheid, is afgereden op een aantal zich voor hem, verdachte, bevindende en/of in (een) file staande en/of (langzaam) rijdende motorrijtuigen en/of - zijn, verdachte's motorrijtuig niet, althans onvoldoende heeft afgeremd en/of onvoldoende afstand ten opzichte van de zich voor hem bevindende motorrijtuigen heeft gehouden en/of - (vervolgens) met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig tegen een voor hem rijdende dan wel stilstaande auto is gereden/gebotst, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; art 5 Wegenverkeerswet 1994 Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie mr. D. Homans-de Boer acht hetgeen primair is tenlastegelegd niet wettig en overtuigend bewezen en vordert vrijspraak. Zij acht hetgeen subsidiair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: * betaling van een geldboete ten bedrage van € 500,--, met bevel dat, indien volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, vervangende hechtenis voor de duur van 10 dagen zal worden toegepast. De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. Vrijspraak De verdachte dient van het primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit -evenals de officier van justitie- niet wettig en overtuigend bewezen acht. De rechtbank acht met name niet bewezen, dat de gedraging van verdachte schuld als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 oplevert. Bewijsmotivering Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij geen vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen. Opgave bewijsmiddelen: - de verklaring van betrokkene [slachtoffer]1; - de verklaring van getuige [getuige 1]2; - de verklaring van getuige [getuige 2]3; - de verklaring van getuige [getuige 3]4; - de verklaring van verbalisanten [verbalisanten 1 en 2]5; - de door verdachte ter terechtzitting afgelegde bekennende verklaring. Hetgeen de rechtbank bewezen acht De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij op 25 november 2010, te Hoogersmilde, als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto, merk VW), daarmee rijdende op de weg, Rijksweg N371, - met onverminderde snelheid is afgereden op een aantal zich voor hem, verdachte, bevindende en langzaam rijdende motorrijtuigen en - zijn, verdachte's, motorrijtuig niet heeft afgeremd en - vervolgens met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig tegen een voor hem rijdende dan wel stilstaande auto is gereden/gebotst, door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt. De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. De verdachte zal van het subsidiair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Kwalificatie Het subsidiair bewezen verklaarde levert op: Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, strafbaar gesteld bij artikel 177 van de Wegenverkeerswet
  2. Strafbaarheid De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht. Strafmotivering De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking, de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, het reclasseringsadvies en de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 07 september 2011, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter zake van een soortgelijke overtreding is veroordeeld. Verdachte is -door onoplettendheid- met de door hem bestuurde bedrijfsauto op de Rijksweg N371 gereden/ gebotst tegen een voor hem rijdende dan wel stilstaande personenauto. Door deze gedraging heeft hij gevaar op die weg veroorzaakt. De eveneens voor verdachte op die weg bevindende motorrijder [slachtoffer] heeft tengevolge van deze gedraging meerdere botbreuken opgelopen. De rechtbank waardeert het dat verdachte na de aanrijding betrokkenheid heeft getoond door contact op te nemen met het slachtoffer. De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval kan worden volstaan met het opleggen van een geldboete, ter hoogte van de eis van de officier van justitie. De rechtbank heeft bij het vaststellen van de op te leggen geldboete rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte voorzover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, in de mate waarin de rechtbank dat nodig acht met het oog op een passende bestraffing van de verdachte. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 23, 24, 24c van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing van de rechtbank De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte primair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank verklaart bewezen dat het subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar. De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een geldboete ten bedrage van € 500,--, met bevel dat, indien volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, vervangende hechtenis voor de duur van 10 dagen zal worden toegepast. Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, mr. A.L.J.M.A. Janssens en mr. M. van der Veen, rechters in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 18 oktober 2011, zijnde mr. Van der Veen buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen. 1 op pag. 14/15 van het proces-verbaal van politie Drenthe, pv-nummer: PL033K 2010075147 (PV1) 2 op pag. 18 van PV1 3 op pag. 20 van PV1 4 op pag. 22 van PV1 5 op pag.13/14 van het proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse van de politie Groningen, nr. 25.11.2010.17.5413 (PV2)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.