RECHTBANK ASSEN Sector Bestuursrecht Kenmerk: 11/394 WIA Tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken d.d. 9 februari 2012 in het geding tussen [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, en de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, verweerder. I. Procesverloop Bij besluit van 17 december 2010 heeft verweerder geweigerd eiser per 25 januari 2011 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen. Eiser heeft hiertegen bij brief van 25 januari 2011 bezwaar ingediend. Bij besluit van 23 mei 2011 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard en het primair besluit gehandhaafd. Namens eiser is bij brief van 8 juni 2011 tegen dit besluit bij de rechtbank beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingezonden. Bij brief van 22 december 2011 heeft eisers gemachtigde brieven van haar medisch adviseur overgelegd van 21 november 2011 en 10 oktober 2011 alsmede een onderzoeksrapportage van 20 september 2011 van een orthopaedisch chirurg. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank in haar brief tevens verzocht de behandeling van het beroep aan te houden in afwachting van een psychiatrische beoordeling en de rapportage hiervan. Bij brieven van 3 januari 2012 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser bericht dat dit verzoek is afgewezen en zijn de nader binnengekomen stukken in afschrift naar verweerder gestuurd. Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank op 10 januari 2012, alwaar eiser in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. E.P.W.A. Bink. Voor verweerder is verschenen W. Metus. II. Motivering Eiser was laatstelijk via een uitzendbureau werkzaam als productiemedewerker (magazijn). Op 1 (of 2) september 2008 is eiser na een bedrijfsongeval uitgevallen. Per 15 oktober 2008 heeft eiser zich hersteld gemeld. Met ingang van 20 november 2008 is eiser wederom arbeidsongeschikt geacht voor zijn werk, waarna hij zich per 26 november 2008 hersteld heeft gemeld. Op 27 januari 2009 heeft eiser zich opnieuw ziek gemeld wegens rug-, bekken- en rechterbeenklachten. Bij besluit van 17 december 2010 heeft verweerder geweigerd eiser – na het vervullen van de wachttijd – per 25 januari 2011 een uitkering ingevolge de Wet WIA toe te kennen. Hiertoe is overwogen dat uit onderzoek door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige is gebleken dat eiser voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Bij het bestreden besluit van 23 mei 2011 heeft verweerder eisers bezwaar hiertegen ongegrond verklaard en het primair besluit gehandhaafd. Verweerder heeft hierbij verwezen naar de rapportages van de herbeoordeling die heeft plaatsgevonden door een bezwaarverzekeringsarts en een bezwaararbeidsdeskundige. Volgens eiser had de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op de datum van het bedrijfsongeval moeten worden vastgesteld en is verweerder dan ook niet uitgegaan van de juiste datum. Eiser is verder van opvatting dat verweerder evenmin is uitgegaan van een juiste omvang van de maatmanfunctie. Naar de mening van eiser had verweerder hier nader onderzoek naar moeten doen. Eiser heeft tevens naar voren gebracht dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen, dat sprake is van meer beperkingen dan waarmee verweerder rekening heeft gehouden, dat ten onrechte geen urenbeperking is aangenomen en dat de rotatiebelasting waarvan in de geduide functies sprake is zijn belastbaarheid te boven gaat. Voor wat betreft de medische grondslag van het bestreden besluit constateert de rechtbank dat de verzekeringsarts blijkens de inhoud van diens onderzoeksverslag van 16 november 2010 eiser op het spreekuur heeft gezien, gesproken en onderzocht. Naast een lichamelijk onderzoek heeft de verzekeringsarts onderzoek verricht naar eisers psychische gesteldheid. Tevens heeft de verzekeringsarts het dossier bestudeerd, waarvan medische gegevens deel uitmaken die tijdens de wachttijd bij de behandelend sector zijn ingewonnen. Anders dan namens eiser ter zitting is betoogd heeft de verzekeringsarts hem onder andere gevraagd naar zijn dagverhaal. Ook de bezwaarverzekeringsarts heeft op 12 april 2011 onderzoek verricht, gericht op eisers psychisch functioneren, het dossier bestudeerd waaronder de daarvan deel uitmakende rapporten van de medische adviseur van eisers gemachtigde van 2 maart 2011 en 14 december 2010, en informatie bij de behandelend revalidatiearts opgevraagd die op 26 april 2011 is verstrekt. Naar het oordeel van de rechtbank valt dan ook niet in te zien dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen (van zorgvuldigheid), zoals namens eiser is aangevoerd. De op basis van de onderzoeksbevindingen voor eiser aangenomen belastbaarheid en beperkingen zijn neergelegd in de door de bezwaarverzekeringsarts op het aspect torderen aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 16 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.