RECHTBANK Assen Sector kanton Locatie Assen zaak-/rolnummer: 310412 \ CV EXPL 11-1481 vonnis van de kantonrechter van 17 januari 2012 in de zaak van de besloten vennootschap Gotthard Vastgoed B.V., hierna te noemen: Gotthard, gevestigd te Amsterdam, eisende partij, gemachtigde: mr. T.H.G. Steenmetser, tegen 1. De besloten vennootschap V&D Services B.V., gevestigd te 1101 BA Amsterdam Zuidoost, Hoogoorddreef 11, 2. de besloten vennootschap Maxeda Nederland B.V., gevestigd te 1101 BA Amsterdam Zuidoost, Hoogoorddreef 11, hierna te noemen: Services, respectievelijk Maxeda, gedaagden, gemachtigde: mr. S. van der Kamp. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 15 februari 2011 met producties; de conclusie van antwoord van 24 mei 2011 met producties; de conclusie van repliek van 28 juni 2011 met producties; de conclusie van dupliek van 23 augustus 2011; de nadere toelichtingen van partijen ter gelegenheid van het pleidooi op 20 december 2011, met de op voorhand door beide partijen toegezonden, aanvullende producties. De vaststaande feiten De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties. 1. Op 25 januari 2002 is een huurovereenkomst gesloten tussen de rechtsvoorganger van Gotthard en Vendex KBB Nederland BV (verder: Vendex) houdende de huur door Vendex van bedrijfsruimte gelegen in winkelcentrum "De Keyserstroom" aan de Kruisstraat te Meppel met ingang van 11 augustus 2003, zijnde de datum van oplevering van het daar nieuw opgerichte winkelpand. 2. Overeengekomen is dat het gehuurde uitsluitend is bestemd om te worden gebruikt als winkelruimte. Het gehuurde wordt van aanvang af gebruikt ten behoeve van een V&D warenhuis. In de overeenkomst is voorts onder meer bepaald dat Vendex geen zekerheden behoeft te stellen en dat zij mag onderverhuren aan een aan haar gelieerde onderneming zonder dat daarvoor toestemming van de verhuurder nodig is. Daarnaast zijn de servicekosten vastgesteld op een vast (te berekenen) bedrag per jaar. 3. Vendex maakte in 2002 deel uit van een concern dat in Nederland ruim 1.500 winkels exploiteerde met meer dan 34 winkelformules. Daarnaast waren er belangen in andere bedrijven zoals uitzendbureaus (Vedior) en telefonie (Libertel/Vodafone). De geldstromen van de werkmaatschappijen verliepen via Vendex. 4. Gotthard is een commercieel verhuurder en is omstreeks de ingangsdatum van de huur in 2003 de verhuurder geworden. Gotthard maakt deel uit van de Kroonenberg Groep. 5. Vendex is in handen gekomen van verschillende investeerders en heeft in 2006 haar naam gewijzigd in Maxeda. 6. Er hebben vanaf 2002 meerdere verkopen van afzonderlijke concerndelen van Vendex/Maxeda plaatsgevonden. In 2002 heeft verkoop van speciaalzaken (Hans Anders, Het Huis Opticiens, Siebel, Perry Sport, Kijkshop, Scapino, Prénatal), alsmede van de activiteiten in Brazilie en de Verenigde Staten plaatsgevonden. In 2004 vond verkoop plaats van It;'s, Modern Electronics en Prijstopper, in 2005 van het vastgoed van HEMA, V&D en Bijenkorf, in 2006 van Dixons en Dynabyte, in 2007 van HEMA, in 2008 van Maxeda IT Services en in 2009 van Claudia Sträter en Schaap en Citroen. 7. In februari 2010 heeft Maxeda in een persbericht aangekondigd dat zij voornemens was om haar resterende fashion ketens, waaronder de V&D, te verkopen, als geheel of in afzonderlijke delen. Op 8 november 2010 is bekend gemaakt dat de verkoop van V&D aan Sun European Partners was afgerond. 8. Op 16 augustus 2010 zijn de huurovereenkomsten die op naam van Maxeda stonden afgesplitst naar verschillende vennootschappen. Als gevolg van die splitsing is Services huurder geworden van Gotthard. De aandelen van Services zijn daarna verkocht aan V&D BV (verder: V&D). V&D is onderdeel van V&D Group Holding BV. 9. Services genereert zelf geen inkomsten. In Services zijn alleen huurovereenkomsten van V&D warenhuizen ondergebracht. Voor de betaling van de huurpenningen is Services afhankelijk van V&D. Services bevindt zich onderaan de V&D-groep. 10. Het business model van de V&D-groep bestaat grofweg uit vier onderdelen: - verkoop van private label (eigen merk) producten, waarbij voor eigen rekening en risico wordt ingekocht/geproduceerd - shop-in-shop wholesale merken, waarbij met gebruikmaking van meubilair van de leverancier voor eigen rekening door V&D wordt ingekocht en verkocht; - shop-in-shop in consignatie, waarbij V&D met gebruikmaking van meubilair van de leverancier en de leverancier het voorraadrisico draagt, producten verkoopt; - shop-in-shop in concessie waarbij de leverancier voor eigen rekening en risico en met eigen personeel een eigen winkel in het warenhuis exploiteert. De vordering en het verweer 11. Gotthard vordert -kort en zakelijk weergegeven- dat de kantonrechter de huurovereenkomst tussen haar en Services, althans Maxeda zal wijzigen: primair conform hetgeen in 25 van het lichaam van de dagvaarding is opgenomen, te weten: "dat de huurovereenkomst integraal wordt omgezet naar het standaard ROZ model 2008, waarbij de punten/wijzigingen zoals vermeld in 26 als uitgangspunten gelden en met dien verstande dat voor huurder en verhuurder de mogelijkheid blijft bestaan om de huurprijs te herzien per 11 augustus 2013", althans op een nader in goede justitie te bepalen wijze te wijzigen; subsidiair conform hetgeen in 26 van het lichaam van de dagvaarding is opgenomen, te weten: "dat de huidige huurovereenkomst conform de onderstaande bepalingen wordt gewijzigd: Huurder De huurder dient te worden gewijzigd van V&D Services BV naar V&D BV Servicekosten. art. 6 Art. 6 vervalt met uitzondering van het pakket van bijkomende leveringen en diensten. Partijen komen overeen dat art. 21 van het standaard ROZ model 2008 (….)integraal van toepassing is. Kroonenberg verwacht dat partijen in minnelijk overleg overeenstemming bereiken over het voorschot servicekosten, maar behoudt zich volledigheidshalve alle rechten voor indien. Onderhuur, art. 10.1 Huurder is slechts na schriftelijke toestemming van verhuurder bevoegd een gedeelte van het gehuurde aan een derde onder te verhuren of in gebruik te geven. Verhuurder kan aan haar toestemming voorwaarden verbinden. Het vorenstaande laat de verplichting van huurder om het gehuurde gedurende de standaard openingstijden correct te (laten) exploiteren, onverlet. Waarborgen Huurder is gehouden om -binnen vier weken na dagtekening van het vonnis (…)- een bankgarantie te verstrekken ter hoogte van zes maanden van de op dat moment geldende huurprijs, te vermeerderen met BTW en het voorschot servicekosten (….) Overig 1. Huurder is verplicht om verhuurder telkens schriftelijk op de hoogte te stellen van voorgenomen relevante wijzigingen in haar organisatie, waaronder begrepen de vennootschappelijke structuur. (…) 2. In aanvulling op het hiervoor onder 1 bepaalde en art. 7.1 van de algemene bepalingen komen partijen overeen dat een juridische splitsing of fusie van huurder gelijkgesteld wordt met de overdracht of inbreng van de huurrechten in een rechtspersoon. (…) 3. Art. 7.3 van de algemene bepalingen is van toepassing indien huurder in strijd met het hiervoor bepaalde handelt." althans op nader in goede justitie te bepalen wijze te wijzigen, met hoofdelijke veroordeling van Services en Maxeda in de kosten. 12. Gotthard baseert haar vordering primair op artikel 2:334r BW, subsidiair op artikel 6:258 BW. Zij stelt dat zij door de splitsing is geconfronteerd met een geheel andere huurder en dat de gesloten huurovereenkomst in verband daarmee naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet ongewijzigd in stand behoort te blijven. Sprake is van negatieve gevolgen waardoor de overeenkomst niet ongewijzigd in stand kan blijven. Bij die overeenkomst zijn afwijkende, huurder vriendelijke afspraken gemaakt, gebaseerd op het feit dat de oorspronkelijk huurder een spin in het web van een groot concern was, waarbij Gotthard verzekerd was van continuïteit in de nakoming van de verplichtingen door de huurder en een goede beleggingswaarde. Na de splitsing is zij geconfronteerd met een lege huls als huurder en een zeer ongunstige huurovereenkomst. De zekerheid van continuïteit van de onderneming van de huurder en nakoming van de huurbetalingen is komen te vervallen en de beleggingswaarde is - mede als gevolg van het veranderde financieringsklimaat de afgelopen jaren- verslechterd. Voorts kan niet uitgesloten worden dat V&D verder wordt ontmanteld. Zij stelt dat de door haar voorgestane aanpassingen geïndiceerd zijn omdat deze er toe leiden dat zij meer waarborgen krijgt. 13. Door Services en Maxeda is de vordering betwist. Kort en zakelijk weergegeven stellen zij dat de vordering jegens Maxeda moet worden afgewezen omdat Maxeda geen huurder is. Daarnaast is er gelet op de aan te houden toetsingsmaatstaf, alsmede het feit dat V&D de huurder is geworden en de door V&D Group Holding BV afgegeven 403-verklaring, ook overigens geen aanleiding om de bestaande huurovereenkomst aan te passen. De beoordeling De vordering ingesteld tegen Maxeda 14. Door Gotthard is gesteld dat Maxeda is gedagvaard voor het geval Maxeda toch als huurder moet worden aangemerkt. Tussen partijen is echter niet in geschil en derhalve staat vast dat Maxeda als gevolg van de splitsing geen huurder meer is. De kantonrechter is van oordeel dat Maxeda gelet daarop ten onrechte in rechte is betrokken. Voor zover de vordering jegens haar is ingesteld is de vordering dan ook reeds om die reden niet toewijsbaar. De vorderingen jegens V&D 15. Door Gotthard is onder meer gevorderd dat de huurovereenkomst in die zin zal worden gewijzigd dat V&D de huurder zal worden. 16. De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van Gotthard op dit punt niet toewijsbaar is. Niet alleen gaat de in artikel 7:334r BW gegeven bevoegdheid naar haar oordeel niet zover dat de kantonrechter een huurovereenkomst in die zin kan wijzigen dat een derde als (nieuwe) huurder wordt aangewezen. Daarnaast is V&D in het geheel niet in de onderhavige procedure betrokken. Door Gotthard is tijdens het pleidooi (desgevraagd naar hoe zij dat ziet) weliswaar gesteld dat Services zou kunnen worden veroordeeld te bewerkstelligen dat V&D de huurder wordt. Echter, de kantonrechter volgt Gotthard daarin niet. Niet alleen is dat in het geheel niet gevorderd. Daarnaast is niet (voldoende) onderbouwd dat Services in staat is aan een dergelijke veroordeling te kunnen voldoen. 17. Door Services is over deze verzochte wijziging aangevoerd dat Gotthard bij dit deel van haar vordering geen enkel belang heeft. Dit, omdat V&D reeds heeft aangeboden de huurder te worden. Tijdens het pleidooi is voorts door Services gesteld dat V&D inmiddels als huurder moet worden aangemerkt. Dat is niet door Gotthard betwist. Gelet daarop, alsmede het feit dat (ook) Gotthard bij haar pleidooi in haar argumentatie heeft betrokken dat V&D de huurder zal zijn, zal de kantonrechter de overige verzochte wijzigingen beoordelen er vanuit gaande dat V&D de plaats van Services als huurder zal innemen, zoals overigens ook het geval zou zijn geweest indien de kantonrechter de verzochte wijziging in huurder zou hebben gehonoreerd. De vorderingen jegens Services 18. Partijen hebben uitgebreid gediscussieerd over het aan te leggen toetsingskader en over hoe de wettelijke bepalingen moeten worden begrepen c.q. uitgelegd. Gelet daarop zal de kantonrechter daar eerst aandacht aan schenken. 19. Gotthard heeft haar vordering primair gebaseerd op artikel 2:334r BW en subsidiair op artikel 6:258 BW. Ter onderbouwing daarvan heeft zij aangegeven dat: "uitsluitend zal worden ingegaan op art. 3:334r BW. Mocht U E.A. evenwel op grond van art. 6:258 BW willen toetsen dan dient al hetgeen hier wordt gesteld tevens te worden beschouwd als betrekking hebbende op art. 6:258 BW.". 20. De kantonrechter stelt voorop dat zowel in artikel 2:334r BW als in artikel 6:258 BW is bepaald dat een overeenkomst door de rechter kan worden gewijzigd of ontbonden. Daarbij is in artikel 6:258 BW vermeld dat dit het geval kan zijn indien sprake is van onvoorziene omstandigheden van dien aard dat de wederpartij ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag verwachten. In artikel 2:334r BW is vermeld dat dit het geval kan zijn indien ten gevolge van splitsing een overeenkomst van een partij bij de splitsing naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet ongewijzigd in stand behoort te blijven. Artikel 2:334r BW bevat derhalve een expliciete, bijzondere regeling voor het geval dat de onvoorziene omstandigheid bestaat uit de splitsing van een partij bij een overeenkomst. Dat brengt met zich dat indien een vordering tot wijziging van de overeenkomst niet toewijsbaar zou worden beoordeeld op grond van artikel 2:334r BW, er geen plaats meer is voor toetsing aan artikel 6:258 BW, tenzij het beroep op die bepaling is gebaseerd op geheel andere gronden/een ander feitencomplex. In het onderhavige geval baseert Gotthard zich echter op dezelfde stellingen, allen samenhangend met de gestelde door de splitsing gewijzigde huurder en daaruit voor haar ontstane negatieve gevolgen. Gelet daarop is de kantonrechter van oordeel dat de vordering niet toewijsbaar is op de subsidiaire wettelijke grondslag. 21. De kantonrechter overweegt voorts dat gelet op de in artikel 2:334r BW gebezigde formulering "naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid" en de uitleg die zowel de wetgever (zie de Parl. Gesch. Boek 6, pg. 974), als de Hoge Raad (zie onder meer Hoge Raad 27 april 1984 NJ 1984/679 en 20 februari 1998 NJ 1998/493) aan die formulering bij artikel 6:258 BW hebben gegeven, te weten dat de redelijkheid en billijkheid in de eerste plaats trouw aan het gegeven woord eisen en dat de rechter die bepaling met terughoudendheid moet hanteren, slechts bij uitzondering wijziging of ontbinding kan plaatsvinden. 22. De vraag waar het in het onderhavige geval om gaat is derhalve of ten gevolge van de splitsing die heeft plaatsgevonden de huurovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet ongewijzigd in stand behoort te blijven. De kantonrechter is - met Services- van oordeel dat de splitsing op zich zelf niet betekent dat wijziging aangewezen is. Waar het om gaat is of daardoor sprake is van zodanig ontstaan nadeel voor Gotthard dat wijziging van de huurovereenkomst aangewezen is om dat nadeel op te heffen. Daarbij behoort de voorgestane c.q. door te voeren wijziging(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.