vonnis RECHTBANK ASSEN 91247 / HA ZA 12-405 september 2012 Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 91247 / HA ZA 12-40 Vonnis van 5 september 2012 in de zaak van de besloten vennootschap [eisende partij] , statutair gevestigd te [vestigingsplaats] , zaakdoende te [vestigingsplaats] , eiseres, advocaat mr. J. Brakke te Zeewolde, tegen [gedaagde partij] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, advocaat mr. F.Y. van der Pol te Assen. Partijen zullen hierna [eisende partij] en [gedaagde partij] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties van 30 januari 2012; de conclusie van antwoord met producties van 1 april 2012; de conclusie van repliek van 20 juni 2012; de conclusie van dupliek van 1 augustus 2012. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. De rechtbank zal bij de beoordeling van het geschil uitgaan van de navolgende feiten die vaststaan omdat ze enerzijds zijn gesteld en anderzijds niet of niet voldoende zijn betwist, of omdat ze blijken uit de in zoverre onweersproken inhoud van de in het geding gebrachte producties. 2.2. [eisende partij] betreft een factoormaatschappij; tegen vergoeding financiert zij de vorderingen van andere ondernemingen op derden voor en zij neemt in samenhang daarmee de vorderingen van die ondernemingen op die derden over. 2.3. [bedrijf 1] handelend onder de naam [bedrijf 2], betreft een onderneming die het tijdschrift "[naam]" uitgaf. [bedrijf 1] sloot in dat verband advertentieovereenkomsten met derden. 2.4. [eisende partij] heeft op 6 november 2008 een financieringsovereenkomst overeenkomst met [bedrijf 1] gesloten. 2.5. Op grond van die overeenkomst heeft [bedrijf 1] aan [eisende partij] facturen toegezonden en de daaraan te ontlenen vorderingen van [bedrijf 1] op derden aan [eisende partij] overgedragen. [eisende partij] heeft op grond daarvan in totaal € 28.518,07 aan [bedrijf 1] betaald. 2.6. [eisende partij] heeft [bedrijf 1] aangesproken dit bedrag aan haar terug te betalen, daartoe stellende dat aan de aan haar toegezonden facturen "spookfacturen" zijn omdat daar geen overeenkomsten tussen [bedrijf 1] en derden aan ten grondslag hebben gelegen op grond waarvan [bedrijf 1] aanspraak zou kunnen maken op betaling van de door haar aan die derden gefactureerde bedragen. 2.7. Korte tijd daarna is [bedrijf 1] failliet gegaan. Het faillissement van [bedrijf 1] is bij gebrek aan baten opgeheven. 2.8. In zijn faillissementverslag stelt de curator in het faillissement van [bedrijf 1] dat een deugdelijke boekhouding bij [bedrijf 1] ontbreekt en dat sprake is van onbehoorlijk bestuur. 2.9. Ten tijde van het sluiten van de overeenkomst tussen [eisende partij] en [bedrijf 1] werd laatstgenoemde vennootschap bestuurd door [gedaagde partij] . 2.10. Op 8 juni 2009 heeft [gedaagde partij] zich met terugwerkende kracht per 26 maart 2009, de datum waarop volgens [eisende partij] nagenoeg alle spookfacturen zijn gedateerd, als bestuurder uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. [gedaagde partij] heeft met ingang van die datum de Stichting [naam stichting] in haar plaats als bestuurder ingeschreven in het handelsregister. 2.11. De Stichting [naam stichting] is eerst op 7 april 2009 opgericht en op 8 april 2009 ingeschreven in het handelsregister. 2.12. De Kamer van Koophandel heeft deze inschrijving doorgehaald. 3Het geschil 3.1. Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten vordert [eisende partij] , verkort weergegeven, veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 28.518,07 vermeerderd met rente en kosten. Daartoe stelt [eisende partij] , samengevat weergegeven, dat zij [gedaagde partij] kan aanspreken tot betaling van haar onbetaald en onverhaalbaar gebleven vordering op [bedrijf 1] [eisende partij] houdt [gedaagde partij] aansprakelijk voor de betaling van haar vordering op [bedrijf 1] , omdat zij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst met [bedrijf 1] de bestuurder was van deze vennootschap en zij toen wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat [bedrijf 1] haar verplichtingen jegens [eisende partij] niet zou kunnen nakomen of geen verhaal zou bieden. Bovendien blijkt volgens [eisende partij] dat een deugdelijke boekhouding door [bedrijf 1] niet werd gevoerd. Volgens [eisende partij] kan [gedaagde partij] een ernstig en persoonlijk verwijt worden gemaakt dat [bedrijf 1] haar verplichtingen jegens [eisende partij] niet is nagekomen. 3.2. Het verweer van [gedaagde partij] strekt tot niet-ontvankelijkheid van [eisende partij] althans afwijzing van haar vordering en veroordeling van [eisende partij] in de kosten van deze procedure. Daartoe betwist [gedaagde partij] dat door [bedrijf 1] bewust zou zijn gefraudeerd en dat spookfacturen zijn verzonden. Volgens [gedaagde partij] ligt aan iedere factuur een overeenkomst ten grondslag die de debiteur verplicht de factuur te betalen. Verder voert [gedaagde partij] aan, samengevat weergegeven, dat zij tot 26 maart 2009 officieel en feitelijk werkzaam was als bestuurder van [bedrijf 1] Haar echtgenoot was binnen de onderneming van [bedrijf 1] de enige feitelijk werkzame persoon die haar globaal op de hoogte stelde van zijn feitelijke handelen. Vanaf 26 maart 2009 heeft een ander officieel de touwtjes in handen genomen en beslist over het reilen en zeilen van de onderneming van [bedrijf 1] [gedaagde partij] wijst in dit verband naar een akte levering aandelen die zij in het geding brengt. Daaruit blijkt volgens haar dat [naam bestuurder] bestuurder van de vennootschap is geworden en zij feitelijk handelt en kennelijk facturen afsluiten waarvoor (kennelijk geen overeenkomst) ten grondslag ligt. [gedaagde partij] stelt dat niet zij maar [naam bestuurder] de verantwoordelijke bestuurder is die vanaf 26 maart 2009 officieel en feitelijk als bestuurder optrad. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Het gaat in deze zaak, samengevat weergegeven met het oog op een doelmatige bespreking, om het volgende. Op grond van een daartoe strekkende overeenkomst financiert [eisende partij] de debiteuren van [bedrijf 1] Die financiering wordt verstrekt op basis van de facturen die [bedrijf 1] aan haar opdrachtgevers verzend. De daaraan te ontlenen vordering wordt aan [eisende partij] overgedragen. [eisende partij] ervaart op een gegeven moment dat [bedrijf 1] haar heeft opgelicht, omdat aan haar verzonden facturen niet zijn gebaseerd op een onderliggende overeenkomsten tussen [bedrijf 1] en in de facturen genoemde debiteuren. Haar hieraan te ontlenen vordering op [bedrijf 1] wordt niet betaald en blijkt als gevolg van het faillissement van [bedrijf 1] bovendien onverhaalbaar. [eisende partij] spreekt daarom [gedaagde partij] tot betaling aan. Volgens [eisende partij] treft haar als bestuurder van [bedrijf 1] persoonlijk een ernstig verwijt van het onbetaald en overhaalbaar blijven van de vordering van [eisende partij] op [bedrijf 1] [gedaagde partij] wijst iedere aansprakelijkheid af. Ten aanzien van de in dit verband tussen partijen opgekomen geschilpunten overweegt de rechtbank als volgt. 4.2. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 8 december 2006 (NJ 2006, 659) voor de benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaald blijven van diens vordering, de maatstaf ontwikkeld dat naast de aansprakelijkheid van de vennootschap er ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond kan zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.