ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE BREDA Parketnummer: 006079-99 1 Partijen. Onderzoek van de zaak. In de zaak onder voormeld parketnummer van de officier van justitie in het arrondissement Breda tegen: [gedaagde], [geboortedatum en plaats], [adres], heeft de vierde kamer van deze rechtbank het volgende vonnis gewezen. De rechtbank heeft de gedingstukken gezien en de zaak onderzocht ter terechtzitting. Zij heeft de vordering van de officier van justitie gehoord en het verweer dat naar voren is gebracht door de verdachte en de raadsman. 2 De tenlastelegging. De verdachte staat terecht, terzake dat hij op of omstreeks 05 september 1999 te Zevenbergen, gemeente Moerdijk, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto, taxibus), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A 17, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval in hoge, althans aanzienlijke mate onvoorzichtig en onachtzaam en onnadenkend en ondeskundig rijdend met dat door hem bestuurde motorrijtuig over voormelde weg, nadat hij twee (te weten in de middenberm en in de rechterberm van de door hem gevolgde rijbaan van die weg) geplaatste vooraanduidingsborden was gepasseerd, welke aangaven, dat er na 1 kilometer een rijbaanverschuiving naar rechts zou plaatsvinden, nadat hij vervolgens twee op soortgelijke wijze geplaatste vooraanduidingsborden was gepasseerd, welke aangaven, dat er na 600 meter een rijbaanverschuiving naar rechts zou plaatsvinden, nadat hij vervolgens twee op soortgelijke wijze geplaatste borden volgens model J16 van bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 ("werk in uitvoering") was gepasseerd, onder welke borden volgens model A1 van genoemde bijlage waren geplaatst met daarop aangegeven de aldaar geldende maximumsnelheid van 70 kilometer per uur, nadat vervolgens voormelde rijbaanverschuiving was gerealiseerd er over een aanzienlijke afstand een gele doorgetrokken streep was aangebracht aan de linkerzijde van de linkerrijstrook van de door hem gevolgde rijbaan van die weg, op welke doorgetrokken streep op regelmatige afstand rood-wit gestreepte geleidebakens waren geplaatst, met dat door hem bestuurde motorrijtuig voormelde gele doorgetrokken streep gedeeltelijk te overschrijden, een aantal althans een van voormelde geleidebakens omver te rijden en vervolgens met de voorzijde van dat door hem bestuurde motorrijtuig in botsing of in aanrijding te komen met de, gezien zijn rijrichting, links naast die gele doorgetrokken streep aangebrachte vangrail, te weten een zogenaamde rimpelbuisobstakelbeveiliger, waardoor althans mede waardoor een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig genaamd L.C. van Tiggelen, werd gedood; en waardoor althans mede waardoor een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig, genaamd L.Ch.A. Wijsen, werd gedood; en waardoor althans mede waardoor een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig, genaamd K.B. Marianska, werd gedood; en waardoor althans mede waardoor een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig, genaamd Th. van Rosendaal werd gedood; en/of waardoor althans mede waardoor een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig, genaamd C.M.L. Teeuwisse, zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van diens normale bezigheden is ontstaan, te weten: een verbrijzelde (linker)heup, en/of een gebroken (linker)sleutelbeen en/of meerdere hoofdwonden; en/of waardoor althans mede waardoor een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig, genaamd Y.A.C. Wijsen, zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van haar normale bezigheden is ontstaan, te weten: een bekkenbreuk en/of breuk van het (rechter)(boven)been en/of ernstig aangezichtsletsel en/of een hersenschudding; en/of waardoor althans mede waardoor een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig, genaamd [benadeelde], zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van diens normale bezigheden is ontstaan, te weten: een gebroken heup en/of een gebroken schouder en/of een gebroken elleboog en/of buikletsel; en/of waardoor althans mede waardoor een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig, genaamd K. Tjaden, zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van haar normale bezigheden is ontstaan, te weten: open beenbreuken van het rechter(boven)been en/of de linkerarm en/of het linkerbovenbeen en/of het linkeronderbeen; De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden voorzover daaraan bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; art 6 Wegenverkeerswet 1994 subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 05 september 1999 te Zevenbergen, gemeente Moerdijk, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, taxibus), daarmee rijdende op de weg, de Rijksweg A 17, nadat hij twee (te weten in de middenberm en in de rechterberm van de door hem gevolgde rijbaan van die weg) geplaatste vooraanduidingsborden was gepasseerd, welke aangaven, dat er na 1 kilometer een rijbaanverschuiving naar rechts zou plaatsvinden, nadat hij vervolgens twee op soortgelijke wijze geplaatste vooraanduidings- borden was gepasseerd, welke aangaven, dat er na 600 meter een rijbaan- verschuiving naar rechts zou plaatsvinden, nadat hij vervolgens twee op soortgelijke wijze geplaatste borden volgens model J16 van bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 ("werk in uitvoering") was gepasseerd, onder welke borden borden volgens model A1 van genoemde bijlage waren geplaatst met daarop aangegeven de aldaar gelden- de maximumsnelheid van 70 kilometer per uur, nadat vervolgens voormelde rijbaanverschuiving was gerealiseerd er over een aanzienlijke afstand een gele doorgetrokken streep was aangebracht aan de linkerzijde van de linkerrijstrook van de door hem gevolgde rijbaan van die weg, op welke doorgetrokken streep op regelmatige afstand rood-wit gestreepte geleidebakens waren geplaatst, met dat door hem bestuurde motorrijtuig voormelde gele doorgetrokken streep gedeeltelijk heeft overschreden een aantal althans een van voormelde geleide- bakens omver heeft gereden en vervolgens met de voorzijde van dat door hem bestuurde motorrijtuig in botsing of in aanrijding is gekomen met de, gezien zijn rijrichting, links naast die gele doorgetrokken streep aangebrachte vangrail, te weten een zogenaamde rimpelbuisobstakelbeveiliger, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; art 5 Wegenverkeerswet 1994 3 De geldigheid van de dagvaarding. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is. 4 De bevoegdheid van de rechtbank. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen. 5 De ontvankelijkheid van de officier van justitie. Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Hij kan dus in zijn vordering worden ontvangen. 6 Schorsing der vervolging. Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken. 7 De bewezenverklaring. Door het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte Op 05 september 1999 te Zevenbergen, gemeente Moerdijk, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto, taxibus), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A 17, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door in aanzienlijke mate onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of onnadenkend rijdend met dat door hem bestuurde motorrijtuig over voormelde weg, nadat hij twee (te weten in de middenberm en in de rechterberm van de door hem gevolgde rijbaan van die weg) geplaatste vooraanduidingsborden was gepasseerd, welke aangaven, dat er na 1 kilometer een rijbaanverschuiving naar rechts zou plaatsvinden, nadat hij vervolgens twee op soortgelijke wijze geplaatste vooraanduidings- borden was gepasseerd, welke aangaven, dat er na 600 meter een rijbaan- verschuiving naar rechts zou plaatsvinden, nadat hij vervolgens twee op soortgelijke wijze geplaatste borden volgens model J16 van bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 ("werk in uitvoering") was gepasseerd, onder welke borden volgens model A1 van genoemde bijlage waren geplaatst met daarop aangegeven de aldaar gelden- de maximumsnelheid van 70 kilometer per uur, nadat vervolgens voormelde rijbaanverschuiving was gerealiseerd er over een aanzienlijke afstand een gele doorgetrokken streep was aangebracht aan de linkerzijde van de linkerrijstrook van de door hem gevolgde rijbaan van die weg, op welke doorgetrokken streep op regelmatige afstand rood-wit gestreepte geleidebakens waren geplaatst, met dat door hem bestuurde motorrijtuig voormelde gele doorgetrokken streep gedeeltelijk te overschrijden, een aantal althans een van voormelde geleide- bakens omver te rijden en vervolgens met de voorzijde van dat door hem bestuurde motorrijtuig in botsing te komen met de, gezien zijn rijrichting, links naast die gele doorgetrokken streep aangebrachte vangrail, te weten een zogenaamde rimpelbuisobstakelbeveiliger, waardoor althans mede waardoor een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig genaamd L.C. van Tiggelen, werd gedood; en waardoor althans mede waardoor een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig, genaamd L.Ch.A. Wijsen, werd gedood; en waardoor althans mede waardoor een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig, genaamd K.B. Marianska, werd gedood; en waardoor althans mede waardoor een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig, genaamd Th. van Rosendaal werd gedood; en waardoor althans mede waardoor een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig, genaamd C.M.L. Teeuwisse, zwaar lichamelijk letsel werd toege- bracht, althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van diens normale bezig- heden is ontstaan, te weten: een verbrijzelde (linker)heup, en/of een gebroken (linker)sleutelbeen en meerdere hoofdwonden; en waardoor althans mede waardoor een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig, genaamd Y.A.C. Wijsen, zwaar lichamelijk letsel werd toege- bracht, althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van haar normale bezigheden is ontstaan, te weten: een bekkenbreuk en breuk van het (rechter)(boven)been en ernstig aangezichtsletsel en een hersenschudding; en waardoor althans mede waardoor een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig, genaamd [benadeelde], zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van diens normale bezig- heden is ontstaan, te weten: een gebroken heup en een gebroken schouder en een gebroken elleboog en buikletsel; en waardoor althans mede waardoor een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig, genaamd K. Tjaden, zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van haar normale bezigheden is ontstaan, te weten: open beenbreuken van het rechter(boven)been en de linkerarm en het linkerbovenbeen en het linkeronderbeen; Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. 8 Het bewijs. De overtuiging van de rechtbank, dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen. 8.1 De bewijsmiddelen. 8.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.